Het feestje van Steve

In de Transvaalbuurt in Amsterdam-Oost, een voormalig Vogelaarwijk, heten de straten naar Zuid-Afrikaanse politici. Die straatnaambordjespolitiek stamt uit de tijd dat Nederland de Afrikaner Boeren steunde. Later, tijdens het Apartheidsregime, kregen de namen iets fouts. Daarom werd eind jaren zeventig het Pretoriusplein omgedoopt tot Steve Bikoplein – naar de anti-apartheidsactivist.

Aan dit Steve Biko-plein was dit weekend een buurtfestival. Muziek, lekkere happen, hoelahoepen, vintagekledingverkoop. In de stad hingen posters voor het festival: een portret van de vermoorde activist Steve Biko, met een feestmuts op, en daarboven: ‘Het Feestje van Steve’.

Een „uitermate smakeloze poster”, schreef webmagazine hardhoofd.com. Ook op de Facebook-pagina van het feestje klonk veel kritiek („Oh, was de naam Anne-Frank-lalala-lentefeestje al vergeven?”). Zelfs het internationale magazine africasacountry.com berichtte over misbruik van Biko door Hollandse „yuppies and hipsters” . En ik begon in mijn hoofd een boos stukje te schrijven over apolitieke nitwits die niet wisten wat struggle was, maar wel een martelaar kozen als feestmascotte. Maar de feiten wilden niet meewerken aan m’n mening.

Het Steve Bikoplein kreeg dit najaar een nieuw restaurantje: de Michel Inn. Op de Facebook-pagina daarvan ontstond in januari het idee voor een feestelijke opening van het zomerterras. Dit groeide uit tot een gratis tweedaags festival. Buurtvrijwilligers sloten zich aan, de gemeente en corporatie legden geld bij, lokale muzikanten traden gratis op – dit Facebook-feestje liep op prettige wijze uit de hand. „Ik zag een enorme smeltkroes, een ode aan Steve Biko”, zegt vrijwilliger Sander van Stijn. En over de kritiek: „Djiezus, dacht ik, ga je in godsnaam richten op skinheads ofzo.” Biko was opeens meer dan straatnaambordje. Verschillende artiesten memoreerden zijn erfenis. „Het gaf zo’n warm gevoel”, zegt vrijwilliger Sophie Uijterschout. „Dit was wat de Transvaalbuurt nodig heeft.”

Terwijl ik dit schrijf, belt Chafik, eigenaar van het restaurant. Hij noemt het feestje een voorbeeld van „community building”, in de geest van Steve. De openingsact was een Antilliaanse brassband, zegt hij, Turkse vrouwen met hoofddoeken hielpen mee. „Ik ben zelf een Marokkaan. En de ontwerper van die poster is een neger!” Natuurlijk kietelt die poster, zegt Chafik, „maar eigenlijk zijn het vooral hoogopgeleide blanken tussen 22-45 jaar die er boos over zijn. Het is zo simplistisch. Dan denk ik: wat is jullie eigen bijdrage?”

Ik zei maar even niks.