Geurparels uit de potvismaag

Vijf kleverige klompen ambergris zaten er in de maag van de eind vorig jaar op Texel gestrande potvis. Ze bevatten een schat voor parfumeurs.

De geur is penetrant, het goedje kleeft als oorsmeer en werd gevonden in de endeldarm van een aangespoelde potvis. Toch zijn de brokken ambergris die natuurcentrum Ecomare tijdens de autopsie van een potvis aantrof honderdduizenden euro’s waard. Luxe parfumhuizen verwerken het spul in hun parfums.

Het kostbare ambergris ontstaat soms in de darmen of maag van een potvis wanneer scherpe snavels van de inktvissen die ze eten vast komen te zitten. De potvis (Physeter macrocephalus) braakt die bekjes normaal gesproken weer uit, maar als dat niet lukt wordt de snavel met een vettige, cholesterolrijke afscheiding omhuld, zoals een oester een irriterende zandkorrel bedekt met parelmoer.

De potvis spoelde in december dood aan op de Razende Bol, een zandplaat voor de kust van Texel. Op dezelfde zandbank was een paar dagen eerder bultrug Johanna gestrand. Tijdens de autopsie bleek de endeldarm 83 kilo ambergris te bevatten. Dat is uitzonderlijk veel.

Experts uit Frankrijk taxeerden de vangst vervolgens op ‘enkele tonnen’. Of het ambergris dat ook daadwerkelijk zal opbrengen, is afhankelijk van de kwaliteit. „En je weet niet wat er gebeurt als je ineens 80 kilo in de markt zet”, zegt een woordvoerder van Ecomare aan de telefoon.

Pas gevormde amberklompen zijn bruin of zwart, maar eenmaal uitgepoept verbleken ze langzaam. Tegen de tijd dat een brokje ambergris op strand aanspoelt is het meestal grijs of geel van kleur, vandaar de naam ambre gris: ‘grijze amber’.

Charles Sell, gepensioneerd chemicus en geurexpert, noemt de typische geur van ambergris ‘prachtig’. „Voor mij heeft ambergris een sensueel en dierlijk karakter, maar het ruikt voor iedereen anders. Sommige collega’s ervaren de geur als houtachtig, een beetje zoals de bedding van stro in de verblijven van een dierentuin”, zegt de Brit aan de telefoon. Op de achtergrond oefent iemand piano. „Ik ken eigenlijk niemand die de geur niet prettig vind.”

Sell legt uit dat de geur van een aangespoeld stuk ambergris uit meerdere componenten bestaat. Onder invloed van zon, zeewater en lucht wordt het hoofdbestanddeel van ambergris langzaam afgebroken tot honderden stoffen met intense geuren. De ene ruikt naar tabak, de andere naar zeewier, of mest. Omdat de Texelse ambergris direct uit de dode potvis komt, zal deze niet zo fijn ruiken als een rijper stuk dat jarenlang op zee heeft rondgedobberd.

Voor de prijs maakt dat niets uit. Maar één molecuul is verantwoordelijk voor de typisch dierlijke geur: een naftofuraan. „Het magische ingrediënt van ambergris”, zegt Sell. „Zelfs als je maar een klein beetje toevoegt aan een parfum, maakt dat het hele parfum rijker, ronder, meer compleet.” Waarom ambergris dit effect heeft, weten chemici niet. „Chemisch gezien is naftofuraan relatief inert en behoorlijk tam.”

Chemici kunnen het molecuul al sinds de jaren ‘50 namaken. Ze gebruiken daarvoor geurstoffen uit het plantje scharlei (Salvia sclarea) als grondstof. Deze synthetische ambergris wordt verkocht als Ambrox, Ambroxan of Amberlyn. „Alleen professionele parfumeurs kunnen het verschil tussen natuurlijke en synthetische ambergris ruiken”, zegt Sell,

In de Verenigde Staten is het gebruik van natuurlijke ambergris zelfs verboden, omdat de potvis een beschermde diersoort is. De duurdere Europese parfumhuizen zijn nog altijd bereid grof geld voor echt potvisamber te betalen.

Ecomare heeft toestemming van het Ministerie van Economische Zaken gekregen om het ambergris te verkopen. Eén stukje ambergris zal Ecomare bewaren, om tentoon te stellen in het museum.