Film

Dead Body Welcome

In 2006 zouden filmmaker Kees Brienen (1968) en zijn oude vriend Jeroen de Rijke (1970-2006) elkaar in Ghana treffen om de zonsverduistering te bekijken. De Rijke was op dat moment als kunstenaar op de top van zijn roem. Dead Body Welcome is een reconstructie van de bizarre tocht die Brienen ondernam toen bleek dat zijn vriend daags voor zijn aankomst in Ghana onder onduidelijke omstandigheden was overleden. De setting is verplaatst naar een ander land en een andere zonsverduistering. De film is fictie, maar geen verzinsel. Het merendeel van de gefilmde situaties is echt. Die mengvorm van speelfilm en documentaire is soms ongemakkelijk en een beetje vervreemdend, maar heeft vooral een sterk geestverruimend effect. Het is alsof je alles scherper en helderder ziet dan je gewend bent. Alsof je als het ware dwars door de beelden heen kijkt naar de ware wereld die erachter ligt. Dat roert tot tranen toe.

App

Een voordeel van de bioscoop is dat een tweede scherm ontbreekt. Mobieltje uit, kijken. Heel anders dan televisie, waar je altijd met een schuin oog en een half oor op je omgeving let. Bij de film App moet het mobieltje juist wel aan. ’s Werelds eerste film met een ‘revolutionaire tweede scherm app’. Je kan die app downloaden, waarna hij synchroon met de film op 33 momenten extra informatie geeft.

App speelt in een kil Vinex-Nederland, waar Anna (Hannah Hoekstra) – wier broer Stijn (Alex Hendrickx) verlamd is door een verkeersongeval – psychologie studeert, zeer actief is op internet en de beest uithangt. Na een wild feestje blijkt een app op haar mobieltje geïnstalleerd: IRIS. Eerst handig en behulpzaam, gaandeweg bemoeial, stalker, pestkop en seriemoordenaar.

Kon-Tiki

De Noorse film Kon-Tiki presenteert avonturier Thor Heyerdahl als onverschrokken held. Antropoloog Heyerdahl weet zeker dat de oude Inca’s op een houten vlot van Peru naar Polynesië dreven om daar een rijk te stichten. Omdat niemand zijn wetenschappelijke ideeën serieus neemt, gaat hij ze zelf maar bewijzen. Hij stelt een crew samen, bouwt net als de Inca’s een balsahouten vlot en laat het meevoeren op de wind en getijdenstroom. Dan komt het vlot vanzelf terecht bij een Polynesisch eiland, is de gedachte. Na 101 soms hachelijke dagen komt het vlot inderdaad aan in Polynesië. De film is gebaseerd op een documentaire uit 1950, over de werkelijke expeditie die in 1947 werd ondernomen. Wie die documentaire en de nieuwe speelfilm vergelijkt, ziet dat de makers van de film heel erg de nadruk hebben gelegd op het spannende jongensboekaspect van Heyerdahls wetenschappelijke onderneming.