En weer staat Joep voor de rechter

Na een slepende voorkenniszaak in de jaren negentig staat zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen weer voor de strafrechter. Nu op verdenking van omkoping. Lukt het Joep opnieuw om zich vrij te pleiten?

Nederland, Amsterdam, 19-03-2013 foto: Bram Budel. Joep van den Nieuwenhuyzen in zijn werkkamer, voor een deel van het dossier van de rechtzaak tegen hem dat een hele wand in zijn kamer in beslag neemt.
Nederland, Amsterdam, 19-03-2013 foto: Bram Budel. Joep van den Nieuwenhuyzen in zijn werkkamer, voor een deel van het dossier van de rechtzaak tegen hem dat een hele wand in zijn kamer in beslag neemt. Bram Budel

Na de vastgoedfraudezaak en het witwasproces tegen zakenman Jan Dirk Paarlberg, is vanochtend opnieuw een grote Nederlandse ‘witteboorden’- strafzaak van start gegaan. Na tien jaar onderzoek staan zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen en twee medeverdachten terecht bij de rechtbank van Rotterdam. Voor Van den Nieuwenhuyzen een onvrijwillig weerzien met de strafrechter: begin jaren negentig stond hij voor het hekje in de eerste grote voorkenniszaak in Nederland, rondom beursfonds HCS. Na een slepend proces en een aanvankelijke veroordeling, werd hij in 1996 vrijgesproken.

Vandaag is de eerste van de in totaal 24 zittingsdagen in het ‘Golf-proces’, waarbij de gebeurtenissen rond het failliete defensieconcern RDM centraal staan. Hoofdverdachte Van den Nieuwenhuyzen wordt beschuldigd van omkoping van topambtenaar Willem Scholten, meineed, bezit van een vals paspoort , twee feiten van valsheid in geschrifte en drie van faillissementsfraude.

De twee belangrijkste aantijgingen hebben te maken met de ondergang van het RDM-concern in 2004 en met de pogingen van de voormalige directeur van het Rotterdamse Havenbedrijf, Willem Scholten, om dat te voorkomen. In ruil voor steekpenningen – 1,2 miljoen euro cash en gebruik van een appartement – zou hij met zijn Havenbedrijf garant hebben gestaan voor ruim 180 miljoen aan bankleningen aan RDM. Die volgens justitie vervalste garantstellingen hebben niet tot de redding van RDM geleid: de meeste onderdelen daarvan gingen in 2004 failliet. Kort voor het faillissement van RDM-dochter SP Aerospace in augustus 2004 zou Van den Nieuwenhuyzen, met behulp van financieel directeur Leo van de Voort en controller Marcel B. voor 18 miljoen euro aan tegoeden hebben weg gesluisd. Over deze kwestie zou hij onder ede hebben gelogen tegenover de betrokken rechter-commissaris.

Ook voor de faillissementen van het stoomschip ‘SS Rotterdam’, dat RDM in 2003 had aangeschaft, en Van den Nieuwenhuyzens privévennootschap Lamoenchi, zou hij tientallen miljoenen aan tegoeden hebben weg gesluisd. Justitie vermoedt dat een groot deel van de onttrekkingen – voor in totaal ruim 86 miljoen – bij de zakenman privé in verre oorden terecht is gekomen. Voormalig havenwethouder Wim van Sluis, belangrijke getuige in deze zaak, betichtte Van den Nieuwenhuyzen onlangs in het openbaar van het „wegklauwen van een dikke 60 miljoen”. Van den Nieuwenhuyzen werpt deze suggestie verre van zich en beweert dat alle geldstromen geoorloofd waren. Hij heeft Van Sluis aangeklaagd wegens smaad en eist rectificatie. Dat kort geding dient op maandag 15 april voor dezelfde rechtbank in Rotterdam – de strafrechter zal de RDM-zaak die middag even moeten schorsen.

Joep van den Nieuwenhuyzen ontkent sowieso alle acht aantijgingen. „Ik sta honderd procent achter wat ik gedaan heb. Ik zou onder dezelfde omstandigheden weer precies hetzelfde doen”, zei hij eerder tegen deze krant. Hij is ervan overtuigd dat de staat ervoor heeft gezorgd dat zijn RDM-concern aan de grond raakte. Het was hofleverancier van de Nederlandse krijgsmacht, tot toenmalig staatssecretaris Cees van der Knaap van Defensie in 2004 eenzijdig een streep door enkele orders zette.

Omdat Van den Nieuwenhuyzen onder druk van diezelfde overheid in 2002 afzag van een miljardenorder van onderzeeërs aan Taiwan – waarmee China als grote handelspartner weleens verloren zou kunnen gaan – vroeg hij voor 100 miljoen euro aan compensatie. Hoewel volgens Van den Nieuwenhuyzen toegezegd, kwam die niet. Hierop wendde hij zich tot zijn boezemvriend Willem Scholten, directeur van Havenbedrijf Rotterdam. Die besloot RDM te helpen door ruimhartig garant te staan voor bankleningen. Anders dan gehoopt konden die financieringen RDM niet overeind houden.

De hoofdverdachte zegt te kunnen aantonen dat hij moest hangen van de staat. Dat blijkt volgens hem onder meer uit twee stukken die deze krant heeft ingezien. Een belangrijk stuk is het memorandum uit mei 2004 van de curator van een aantal failliete RDM-vennootschappen, waarin die een gesprek met de landsadvocaat samenvat. Die zou namens het ministerie van Defensie hebben gezegd dat de defensieorders voor Nederland moesten worden behouden maar dat betrokkenheid van Van den Nieuwenhuyzen daarbij, hoe dan ook „taboe” is.

Een ander belangrijk stuk is de brief van toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Jozias van Aartsen aan premier Wim Kok uit 2002 toen de onderzeebotenkwestie speelde. Daarin schrijft Van Aartsen dat er op korte termijn in kleine kring overleg moet plaatsvinden „welke politieke en juridische of andere drukmiddelen” richting Van Den Nieuwenhuyzen ingezet kunnen worden.

Centraal in het verweer van de hoofdverdachte is dat opsporingsdienst FIOD-ECD bewust stukken uit het strafdossier heeft weggelaten om hem schuldig te laten lijken. Zelf wist Van den Nieuwenhuyzen in de afgelopen maanden nog eens 3.000 ontlastende documenten uit de zogeheten dataroom van de FIOD te verzamelen. Hij stelt dat getuigen die belastend tegen hem hebben verklaard ofwel liegen, ofwel door de FIOD zijn geïntimideerd. Belangrijke opsteker voor Van den Nieuwenhuyzen is dat medeverdachte Leo van de Voort zijn aanvankelijke bekentenis over het medeondertekenen van valse documenten zeer recent – vorige week – heeft ingetrokken.

Circus Joep strijkt neer in Rotterdam. Vanaf vandaag dient daar de omvangrijke strafzaak tegen zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen van het vergane RDM-concern. Justitie deed zo’n tien jaar onderzoek naar faillissementsfraude, omkoping en valsheid in geschrifte. Wie zijn de hoofdrolspelers?