Dordrecht heeft vier mensen speciaal voor hem in dienst

Dordrecht wordt door een rancuneuze pandjesbaas bestookt met procedures. De rechter floot hem terug, maar de gemeente is nog niet met hem klaar.

Nederland, Dordrecht, 02-04-13 Wob verzoeken van Dhr. Karasahin bij de gemeente Dordrecht. © Photo Merlin Daleman
Nederland, Dordrecht, 02-04-13 Wob verzoeken van Dhr. Karasahin bij de gemeente Dordrecht. © Photo Merlin Daleman

Juriste Sarib Asghar, inhuurkracht van de gemeente Dordrecht, zit achter een stapel A4’tjes. WOB-verzoeken. Ze moet ze namens Dordrecht beantwoorden. Ze leest de vragen op het bovenste velletje. Wordt het huurpand op nr. 31 bewoond? Wat is het aantal bewoners? Wordt het pand onderworpen aan brandinspecties?

Normaal zou je zeggen: Sarib Asghar dient een eervolle zaak. De WOB, de Wet openbaarheid van bestuur, regelt dat burgers overheidsinformatie kunnen opvragen. Een waarborg voor onze democratie.

Maar Sarib Asghar dient geen normale zaak. In haar handen heeft zij WOB-verzoek nummer 352 van Mustafa Karasahin. Deze pandjesbaas heeft sinds vorig jaar 526 WOB-verzoeken ingediend bij de gemeente, plus – alleen al vorig jaar – 870 bezwaarschriften. Tussen Dordrecht en Karasahin woedt een langlopend conflict over mogelijke illegale verhuur van woningen aan arbeidsmigranten. Na de executieverkoop door de gemeente van twee van zijn panden, vorig jaar, doet Karasahin als vergelding niets anders dan WOB-verzoeken indienen. Overal over.

Zo vraagt Karasahin, in WOB-verzoek nr. 164, om alle documenten omtrent de aanvraag van een exploitatievergunning van een Dordtse horecaondernemer. Karasahin wil dat Dordrecht hem het huurcontract stuurt, het ondernemingsplan, en alle correspondentie. Ook het automatische e-mailtje van de ondernemer die zegt: „Beste lezer. Van 3 tot 23 juli ben ik op vakantie. Met vriendelijke groet.”

Karasahin heeft vorige week van de rechter te horen gekregen dat hij minder moet wobben. Maar de stapel verzoeken van vorig jaar ligt er nog. En als Dordrecht die niet binnen vier weken beantwoordt, kan Karasahin de gemeente in gebreke stellen. Reageert Dordrecht na die ingebrekestelling niet alsnog binnen twee weken, dan gaat de teller voor Karasahin lopen. Eerst twintig euro per dag, dan dertig, dan veertig, met een maximum van 1.260 euro – per verzoek.

Dordrecht wil het niet zover laten komen. In januari zijn vier mensen aangenomen met slechts één doel: Karasahins stapel wegwerken. Twee juristen, één bestuurskundige, en een ondersteunende kracht. Ze werken 32 uur per week. Hun loonkosten, plus bijkomende kosten als advocaat en computers: circa vier ton.

Asghar: „Telkens staan we voor de vraag: hoe kunnen we het snelst een antwoord vinden op zijn vragen?” Soms volstaat een standaard antwoord. Even vaak kost het bergen tijd. „Zoals deze. ” Ze pakt WOB-verzoek 352 over het pand met nummer 31 er weer bij. „Welke bouw- en of omgevingsvergunning is er verleend die deze huisnummering mogelijk heeft gemaakt?”

Hier moet de gemeentelijke archiefmedewerker aan te pas komen, zegt ze. Asghar geeft hem het adres van het pand, plus het bouwjaar. De archiefmedewerker ploegt door de stellingkasten, trekt de beige dossiers van de planken, en zoekt. Adres, straat, huisnummer. Heeft hij een dossier over dat pand eindelijk gevonden, dan kijkt hij of de gevraagde informatie erin zit. Zo niet, dan gaat de zoektocht verder. Andere archiefkasten. Digitale dossiers. Splitsingsvergunningen die vaststellen dat bij dit pand dit nummer hoort, 31.

Dit alles voor een antwoord op vraag drie van WOB-verzoek 352, dat vijftien vragen telt.

Niet alleen het vierkoppig team en de archivaris zijn tijd kwijt aan Karasahin. De postverwerkers ook. Dordrecht heeft ‘de elektronische weg’ voor hem afgesloten. Hoe minder kanalen, hoe kleiner de kans dat er nog een WOB-verzoek binnenkomt. De WOB-verzoeken komen dus ouderwets binnen in de postkamer. Eén medewerker sorteert ze, een ander scant ze in. ‘Senior medewerkers’ van de Documentatie en Informatie Voorziening ordenen de gegevens digitaal. Medewerker Nora de Bruijn vult in ‘betreft: Karasahin’, ‘zaaktype: WOB-verzoek.’ Dan tikt ze zijn huisnummer en postcode in. De Bruijn: „Dat doe ik soms 100 keer per dag.”

Voor de behandeling van de uitgaande post – van gemeente naar Karasahin – geldt een ander stramien: een van de juristen van het vierkoppige team tikt het WOB-besluit uit op de computer, print het uit op Dordrecht-briefpapier, geeft het aan de ondersteunende kracht. Die stopt het in de tekenmap die binnen drie dagen belandt op het Dordtse stadskantoor voor een handtekening van B of meestal W. Die ondertekende brief komt terug bij het team, dat een digitale en papieren kopie maakt om op te bergen. Het team verstuurt het originele WOB-besluit aan Mustafa Karasahin.

Tegen die WOB-besluiten tekent hij meestal bezwaar aan. Zo begint een nieuwe cyclus.

De stapel zou moeten slinken, nu de rechter heeft geëist dat Karasahin nog maar tien brieven per maand mag sturen. „In het gunstigste geval”, zegt een van de teamleden, team, „zijn we in de zomer klaar.”

Is dat zo? In maart is er een nieuwe stroom WOB-verzoeken binnengekomen. Niet ondertekend door Karasahin, maar door „een stromannetje”, vermoedt de gemeente.

Karasahin is nog niet klaar met Dordrecht.