Opinie

Die bankierswereld – stap daar maar eens uit

Zijn collega’s wisten niet echt hoe te reageren, herinnert hij zich. Als iemand bij een zakenbank zijn vertrek aankondigt, betekent dit eigenlijk altijd dat hij of zij elders een nog beter betalende baan heeft gevonden. Dus zegt je baas: “Oké, hoeveel wil je?” (zodat je alsnog blijft en wij niet een ‘wervingstraject’ in hoeven). Maar toen vertelde Will Martindale zijn bazen bij BNP Paribas dat hij overstapte naar de ontwikkelingssamenwerkers van Oxfam – voor een fractie van zijn salaris. Hij kreeg geen riante afvloeiingsregeling, maar heeft dus ook geen zwijgplicht. Vandaar zijn volledige naam.

Het is gek hoe dat gaat, zegt Will. Zijn hart klopte altijd al ter linkerzijde, en hij begon ooit bij de Amerikaanse gigant JP Morgan met het plan om hooguit één of twee jaar te blijven; de cultuur opsnuiven, vaardigheden opdoen en aan toekomstige werkgevers bewijzen: ik kan mee op het hoogste niveau.

Daarna zou hij de ideële sector ingaan, dacht hij zeker te weten. Ik heb al tientallen mensen gesproken die met hetzelfde voornemen een zakenbank ingingen – om een studieschuld af te lossen of ervaring op te doen. Velen blijven hangen.

„Als zakenbankier werk je extreem veel, omgeven door mensen die hetzelfde doen, en die je vrienden worden. Je hebt eenzelfde inkomen, eet in dezelfde soort restaurants, gaat op dezelfde vakanties, woont in dezelfde soort huizen en je ontwikkelt dezelfde hobby’s en liefhebberijen. Zo krijg je een behoorlijk vertekend beeld van de rest van de wereld, en waar gewone mensen mee worstelen. Het punt is dat je die gewone mensen nooit meer ziet, omdat je in alle vroegte naar je werk gaat en meestal pas rond middernacht naar huis gaat – in een taxi betaald door de bank.”

Will was het misschien ook overkomen als hij kinderen had gehad. „De gouden handboeien”, grinnikt hij bescheiden. Je hebt een waanzinnige hypotheek, kinderen gaan naar dure privéscholen... Eruit stappen betekent niet alleen een nieuwe baan maar ook verhuizen en een nieuwe school voor de kinderen. Je valt uit je sociale klasse en dat weegt in Engeland naar mijn indruk zwaarder dan in de rest van Noord-Europa.

Will heeft Erinch Sahan meegenomen, een collega bij Oxfam die naar eigen zeggen „ontsnapte” bij Procter & Gamble. Overschat de verschillen tussen banken en multinationals niet, zegt hij. Erinch „deed” een tijd lang zeep. „Pompjes laten ontwerpen die te veel zeep afgeven zodat mensen er meer van gebruiken.”

Alle banken hebben inmiddels Corporate Social Responsibility-mensen (CSR), zeggen Will en Erinch. „Dat is een soort buffer waar je langs moet. Wij willen bij de mensen komen die de echte beslissingen nemen, en het idee is dat dit makkelijker wordt als je hun taal spreekt, de cultuur kent en begrijpt hoe de financiële sector werkt.”

Er zullen altijd mensen zijn die zeggen over bankiers: „Vergeefse moeite, dat is gewoon het kwaad”, hebben de heren gemerkt. Maar banken en multinationals zijn niet homogeen, zeggen ze. Het zijn verzamelingen van individuen verwikkeld in permanente debatten en conflicten. „Daar moet je bij inhaken, we moeten als ideële organisaties ons gaan mengen in de interne debatten binnen banken.”

Zoals een groep jonge academici op de London School of Economics recent schreef: „Aan het begin van de 21ste eeuw moet ‘links’ niet arbeid organiseren, maar kapitaal.”

Erinch heeft nog een voorstel: „Al jaren neemt Oxfam Kamerleden mee naar straatarme landen. Waarom niet ook bankiers? Stel je voor, in een vluchtelingenkamp in Oost-Congo twintig blanke gasten die werken in de handel in daar gedolven grondstoffen en mineralen. Wat zou de impact van zo’n reisje zijn? Mijn eerste nacht ooit in een vluchtelingenkamp was onvergetelijk. De geur, de intimidatie... Ik dacht bij mezelf: als ik dit overleef smeer ik hem morgen meteen. Maar ik bleef, en het heeft me voor altijd veranderd.”

De auteur doet in deze column elke donderdag verslag van het leven in de financiële wereld in Londen. Lees meer over de City op: guardian.co.uk/bankingblog.