De zeepbel van de Koninklijke

Het Spaanse topvoetbal is een sportief succes, maar kent ook een dubieuze bedrijfsvoering. Schulden en leningen gaan hand in hand. EU doet onderzoek.

Real Madrid's Cristiano Ronaldo disputs a ball over Galatasaray's Semih Kaya during Champions League quarter-final, first leg soccer match at Santiago Bernabeu stadium in Madrid April 3, 2013. REUTERS/Susana Vera (SPAIN - Tags: SPORT SOCCER TPX IMAGES OF THE DAY)
Real Madrid's Cristiano Ronaldo disputs a ball over Galatasaray's Semih Kaya during Champions League quarter-final, first leg soccer match at Santiago Bernabeu stadium in Madrid April 3, 2013. REUTERS/Susana Vera (SPAIN - Tags: SPORT SOCCER TPX IMAGES OF THE DAY) REUTERS

‘De vier torens’ heten ze in de Madrileense volksmond. Vier 250 meter hoge wolkenkrabbers met donkerblauw glas die van tientallen kilometers afstand de skyline van de Spaanse hoofdstad bepalen. Ze werden opgeleverd op het hoogtepunt van de bouwhausse in Spanje. En al huurt onder meer het Koninkrijk der Nederlanden in een van de torens een verdieping voor zijn ambassade, door het uiteenspatten van de vastgoedzeepbel staat een deel van de dure kantoorruimte leeg.

Las cuatro torres zijn niet alleen een uiting van de bouwgekte die Spanje begin deze eeuw in zijn greep hield. Ze staan ook symbool voor de schuldenzeepbel die werd opgeblazen in het Spaanse voetbal – met Real Madrid als grote gangmaker. De ‘Koninklijke’, die na de 3-0 thuiszege gisteravond op Galatasaray waarschijnlijk voor het derde jaar op rij de halve finale van de Champions League haalt – kent een decennialange traditie van schimmige financieringsconstructies met de gemeente en regionale overheden. Waardeloze stukken grond werden geruild voor veel waardevollere percelen. Bestemmingsplannen werden à la carte aangepast. Leningen werden tegen elkaar weggestreept waarbij eerder geruilde grond als wisselgeld diende.

Zo werden de vier torens neergezet op een terrein waar de voetbalclub lang een trainingscomplex en parkeerplaats had. De grond werd voor een half miljard euro verkocht aan de gemeente, waardoor Real een groot deel van zijn schuld kon aflossen. De wolkenkrabbers werden vervolgens deels neergezet door ACS, het bouwbedrijf van Real-voorzitter Florentino Pérez. Deze miljardair speelt het spel als geen ander. Tot het uitbreken van de kredietcrisis had hij onbeperkt toegang tot leningen. Zeker van de lokale spaarbank Caja Madrid, dat bestuurd werd door politici.

Het is precies dit type belangenverstrengeling dat al jaren vragen oproept bij andere Europese clubs. Ook eerder deze eeuw werd door onder meer Bayern München geklaagd in Brussel. De toenmalige eurocommissaris Mario Monti deed onderzoek naar Real, maar moest dit in 2004 zonder resultaat staken.

Na nieuwe klachten heeft ook de huidige eurocommissaris voor Mededinging, de Spanjaard Joaquín Almunia, zich vastgebeten in de verkapte staatssteunpraktijken in het Europees voetbal. Vorige maand leidde dit al tot de eerste procedures tegen Nederlandse clubs (onder andere PSV) en gemeenten. En gisteren meldde de Britse krant The Independent dat het Spaanse voetbal snel zal volgen en Real Madrid daarbij een prominente rol krijgt.

Een woordvoerder van de commissie wilde gisteren alleen zeggen dat naar meerdere Spaanse clubs – waaronder Real Madrid – een vooronderzoek loopt, zoals dat standaard wordt geopend na klachten. Toch zijn er veel aanwijzingen dat ook Spaanse clubs spoedig een brief uit Brussel krijgen. Dat de Nederlandse procedures als eerste geopend werden, zou vooral komen omdat Spanje talmde met het aanleveren van de gevraagde informatie. De deal tussen PSV en Eindhoven die momenteel onderzocht wordt, lijkt bijvoorbeeld sterk op een wisseltruc die Real en Madrid eerder uitvoerden.

Veruit de meest kansrijke kandidaat voor Brusselse bemoeienis is Valencia. Deze club is technisch failliet waardoor het zijn leningen aan de regioregering, die ook bijna bankroet is, niet kan afbetalen. De bouw van het nieuwe Valencia-stadion ligt stil doordat het geld op is. En ook de lokale spaarbank Bancaja die dit project financierde, ging er bijna aan ten onder.

Valencia is daarmee het meest extreme voorbeeld hoe de successen van het Spaanse clubvoetbal de afgelopen jaren deels op schulden werden gebouwd. Door de kredietcrisis is dit feestje nu over. De twee topclubs Barcelona en Real Madrid hebben veruit de hoogste schuldenlasten. Maar zij generen uit tv-rechten, merchandising en kaartverkoop genoeg inkomsten om deze draaglijk te houden. Andere clubs daarentegen hebben die kasstroom niet.

Spanje worstelt hoe het deze zeepbel gecontroleerd kan laten leeglopen. Zo hebben verscheidene clubs miljoenenschulden bij de belastingdienst en sociale zekerheid. De regering bepaalde onlangs dat zij deze verspreid over jaren mogen terugbetalen. Dit kan gezien worden als staatssteun, maar er zit ook een andere kant aan. Zouden clubs alle schulden aan de staat en lagere overheden in een klap moeten terugbetalen, dan vallen ze meteen om. De overheid zou daarmee waarschijnlijk slechts een fractie van zijn geld terugzien. Anderzijds spelen er ook politieke motieven: geen politicus in voetbalgek Spanje wil op zijn geweten hebben dat hij de halve Liga failliet laat gaan.

Voetbalclubs elders in Europa, die Spanje al jaren de Europese bekertoernooien zien domineren, hebben daar natuurlijk geen boodschap aan. En ook de Europese voetbalbond UEFA wordt steeds strenger als het om de financiën van profclubs gaat. Zo is Málaga, dat gisteren met 0-0 gelijkspeelde tegen Borussia Dortmund, volgend jaar wegens financieel wanbeleid uitgesloten van Europees voetbal. Het levert de bizarre situatie op, dat als de club dit seizoen de Champions League mocht winnen, het deze titel niet zal kunnen verdedigen.