'Dat kleurverschil van Otis zat in de weg'

M-Lab maakt Otis, een musical naar het ruim vier eeuwen oude Othello. „Shakespeare was een volksschrijver, hij werkte voor de massa.”

„Verwacht geen verhaal waarin alles weer goed komt”, zingt Daphne, de vrouw van Otis, in de openingsscène van de musical die naar haar man is genoemd. „Dit is het verhaal van het einde, het einde van de liefde, het verhaal van mijn dood”.

Ze zal het slachtoffer worden van de jaloezie die als gif in hun gelukkige huwelijk wordt geïnjecteerd door Jacco, de man die zich herhaaldelijk door Otis gepasseerd voelt. Dat doet denken aan het door Jago veroorzaakte einde van Desdemona in het treurspel Othello van Shakespeare.

En dat is geen toeval: de nieuwe musical Otis, die deze maand wordt gespeeld in M-Lab in Amsterdam-Noord, is gemodelleerd naar het ruim vier eeuwen oude Othello.

„Shakespeare was een volksschrijver, hij werkte voor de massa”, zegt Karina Kroft, schrijfster en regisseur van de voorstelling. „Hij was niet iemand die elitair in een ivoren toren zat, integendeel. Wat nu de musical is, waren destijds zijn stukken”. Zelf maakt ze voornamelijk repertoiretoneel, maar het musicalgenre trok haar altijd al. „Mijn afstudeervoorstelling aan de Amsterdamse regieopleiding was Publikumsbeschimpfung van Peter Handke. Een strenger, hermetischer stuk kun je je bijna niet voorstellen. Maar ook toen ben ik er al in geslaagd er een lied uit Jesus Christ Superstar in te stoppen. Ik heb in Londen en New York musicals gezien die zó opwindend waren dat ik totaal werd meegesleept. Het heeft me altijd aantrekkelijk geleken om voor zo’n groot publiek te werken en dat dan nét iets extra's voor te schotelen”.

Haar eerste regie voor M-Lab, het theater voor musicalvernieuwing, was De koningin van Paramaribo van Clark Accord. In die tijd, drie jaar geleden, raakte ze in gesprek met Frank Heemskerk, die daarbij de muzikaal leider was. Samen gingen ze aan eigen musical werken. Othello lag voor de hand, aldus Karina Kroft: „Ik had nog nooit zelf scènes of zangteksten geschreven. Dan geeft het een soort veiligheid een kapstok te hebben. Dat houvast heb je nodig als je begint. Shakespeare geeft ronde, stevige verhalen. Hij is een van mijn lievelingsschrijvers, al mag Tsjechov er óók wezen. Ik heb al vier Shakespeares gedaan; dit is in feite mijn vijfde. Altijd vrij heftig bewerkt, maar nog nooit zo heftig als deze”.

Othello en Desdemona zijn Otis en Daphne geworden en als Nederlands ambassadeursechtpaar overgeplaatst naar Burundi, waar ambassademedewerker Jacco ogenschijnlijk hun vriend – maar in werkelijkheid hun kwelgeest – wordt. „Burundi heeft geen speciale betekenis”, vertelt Kroft. „We hadden een locatie nodig waar de personages op elkaars lip zouden zitten, in een isolement waaruit ze niet weg zouden kunnen”.

Een inhoudelijke ingreep betreft het raciale aspect. Othello was immers „de Moor”, die door zijn zwarte huidskleur extra afweek van zijn blanke omgeving. In de musicalversie is Otis echter even blank als de anderen. „Dat kleurverschil zat mij in de weg. Ik heb het rigoureus weggelaten. Er is nu alleen nog een standsverschil. Iedereen is in goeden doen en heeft gestudeerd, alleen Otis is een selfmade man; hij is van onderaf opgeklommen. Maar het voornaamste thema is uiteraard de jaloezie, en de angst van Otis over de vraag of zijn vrouw wel echt van hem houdt”.

In twee jaar tijd hebben Kroft en Heemskerk zo’n zeven versies geschreven. „Het ging er vooral om alle liedjes op de goede plek in het script te krijgen”, zegt Heemskerk. „Daar is veel mee geschoven”. Nu zijn ze tevreden. „En bij elke nieuwe scriptversie werd het aandeel van Shakespeare kleiner en het onze groter”, verklaart Kroft. „Zijn poëzie zit nog vooral in de liedteksten. Maar het drama is nog steeds hetzelfde drama. Het blijft verschrikkelijk, wat hier allemaal gebeurt”.

10 t/m 14/4 in M-Lab, Amsterdam.