3 procent is in Brussel allang niet meer zo mythisch

Er is geen Europees land waar de ‘3 procent’ zulke mythische vormen aanneemt als in Nederland. Voor Nederland symboliseert dit véél meer dan het maximum begrotingstekort dat landen mogen hebben in verhouding tot hun bbp. ‘3 procent’ staat vooral voor het soort Europa waarin Nederland wil leven: een apolitiek Europa van mathematische en objectieve regels.

In Brussel weet men hoe gevoelig dit in Den Haag ligt. Toen Duitsland en Frankrijk in 2003 het Stabiliteitspact schonden waarin de limiet is vastgelegd, bezorgden ze Den Haag een immens trauma. De schending, die werd verergerd doordat de twee grote landen vervolgens de regels versoepelden, betekende immers dat we wél in een politiek Europa leven. Een Europa dat als vredesproject werd opgezet, om te zorgen dat Duitsland en Frankrijk niet wéér oorlog voeren. Dit Europa draait meer om Parijs en Berlijn dan om kleine landen. Door de crisis wordt de verhouding tussen dit politieke Europa – dat Frankrijk en Duitsland in evenwicht houdt – en het ‘Nederlandse’ Europa waarin alle landen zich aan dezelfde regels moeten houden, op scherp gezet.

Eurocommissaris Olli Rehn (Economische en Monetaire Zaken) zit bovenop het breukvlak tussen die twee Europa’s. Hij moet de regels afdwingen. Hij kan voorstellen landen sancties op te leggen. Zijn instrumentarium is onlangs, mede door Nederlandse inspanningen, met het ‘2pack’ enorm uitgebreid.

Tegelijkertijd kan Rehn in „uitzonderlijke omstandigheden” soepel zijn met de 3-procentsregel. Portugal heeft net een jaar uitstel gekregen: meer snijden is onverantwoord. Eerder kreeg Spanje meer tijd.

Dé test komt binnenkort: krijgt Frankrijk, dat 3 procent in 2014 niet haalt, uitstel? Of moet Duitsland straks stemmen over sancties voor Parijs? Zelfs voor de Duitsers, die erg van begrotingsdiscipline houden, is dit politiek onvoorstelbaar.

Voor Nederland zou Frans uitstel wel even slikken zijn. Daarom bijten Nederlandse ministers liever hun tong af dan dat ze Rehn ooit om uitstel vragen. Zij willen koste wat kost het goede voorbeeld geven. Wat Brussel ervan vindt? „Geen commentaar.” Ironisch genoeg is dit voor een ‘supercommissaris’ té politiek om de handen aan te branden.