Zes EU-landen onderzoeken privacybeleid van Google

Zes Europese landen, waaronder Nederland, beginnen een onderzoek tegen Google omdat het internetbedrijf de privacyvoorwaarden zou overtreden.

Google ligt onder vuur omdat het vorig jaar zijn gebruiksvoorwaarden ingrijpend veranderde: gegevens van populaire diensten als Google Maps, YouTube, Gmail, de zoekmachine en sociaal netwerk Google+ worden gecombineerd in één database. Dat levert Google uitgebreidere gebruikersprofielen op, met waardevolle informatie voor advertenties op maat.

Zulke advertenties zorgen voor het merendeel van Googles jaaromzet van 50 miljard dollar (39 miljard euro). Ook kan Google met de verzamelde gebruikersdata gepersonaliseerde diensten bieden als Google Now, de online-assistent op een Android-smartphone. Wereldwijd zijn 750 miljoen van die telefoons verkocht.

Zo creëert Google een ‘superuser’ die inzicht geeft in z’n actuele locatie, interesses, surfgedrag, zoekgeschiedenis en vrienden. Het is een antwoord op de databerg die concurrent Facebook (jaaromzet 5 miljard dollar) verzamelt van elk van zijn 1,1 miljard leden.

De Europese Unie dwarsboomt Googles superuser. Het bezwaar van de gezamenlijke privacyorganisaties: Google zou gebruikers, ondanks een voorlichtingscampagne, onvoldoende hebben geïnformeerd over de gewijzigde voorwaarden. Na een vooronderzoek van de Franse privacywaakhond CNIL concluderen ook de zusterorganisaties in Duitsland, Italië, Nederland, Spanje en het Verenigd Koninkrijk – landen met een Google-kantoor – dat het internetbedrijf te weinig openheid geeft: „Door privacyvoorwaarden samen te voegen maakt Google het onmogelijk te begrijpen voor welke doelen persoonlijke gegevens gebruikt worden.” Bovendien weigerde Google vorig jaar de invoering van de nieuwe voorwaarden uit te stellen, en heeft sindsdien weinig veranderd. Google werpt tegen dat elke deelnemer zich op elk moment kan uitschrijven, maar die opt-out mogelijkheid is niet voldoende.

Een boete kan Google miljoenen kosten. Maar de werkelijke dreiging is dat Google de privacyvoorwaarden zo moet aanpassen dat consumenten minder (makkelijk) gegevens delen. Vandaar dat Google (en concurrent Facebook) in Brussel pleit voor ruimere privacywetgeving, in naam van de vooruitgang en omdat het verdienmodel van de webbedrijven ervan afhankelijk is.