Verdorven liberale jaren zeventig

Links: onaantastbare hoerenmadam Dagmar Glans (een sterke Pernilla August)
Links: onaantastbare hoerenmadam Dagmar Glans (een sterke Pernilla August)

Het Zweedse Call Girl speelt zich af in 1976 en begint met beelden van een talkshow. Een buitenlandse gast is zichtbaar opgetogen met de Zweedse premier te mogen spreken over zijn linkse politiek waarin vrouwenrechten een grote rol spelen. Na 140 minuten keren deze beelden terug, maar valt deze opgetogenheid helemaal niet meer te begrijpen. De schellen zijn van de ogen gevallen. Op minutieuze wijze laat Call Girl de verwevenheid zien tussen politici, politie en de machtige hoerenmadam Dagmar Glans (een sterke Pernilla August) die zonder scrupules 14-jarige meisjes ronselt. Onder haar clientèle bevinden zich veel hooggeplaatsten, van wie er een aantal niet vies is van jonge meisjes. Een van hen is de uit huis geplaatste Iris. Met aandacht, kleren, drank en drugs zorgt Dagmar Glans ervoor dat Iris gehoorzaam en gewillig is.

Het losjes op feiten gebaseerde Call Girl zorgde met zijn suggestie dat premier Olof Palme een liefhebber van jonge meisjes was in Zweden voor een schandaal. De film, met camerawerk van de Nederlander Hoyte van Hoytema, evoceert met veel gevoel voor detail de vrolijke, seksueel liberale jaren zeventig. Als spannende samenzweringsthriller overtuigt hij wat minder. De film duurt veel te lang en ontstijgt uiteindelijk te weinig het niveau van een sterke televisieserie.