Rebellen Centraal Afrikaanse Republiek presenteren interim-regering

Michel Djotodia, de leider van rebellencollectief Seleka, noemt zichzelf president van de Centraal Afrikaanse Republiek. Reuters / Alain Amontchi

Michel Djotodia, de leider van rebellencollectief Seleka, heeft een nieuwe interim-regering gepresenteerd voor de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR). Djotodia, die zichzelf president noemt, zal ook de functie van minister van Defensie op zich nemen.

De huidige premier Nicolas Tiangaye mag blijven zitten als hoofd van de regering en binnen drie jaar zullen er verkiezingen worden gehouden, meldt Reuters.

De regering wordt door niemand erkend. De Afrikaanse Unie heeft CAR als lid geschorst en sancties ingesteld tegen de leiders van het rebellencollectief. Oud-kolonisator Frankrijk en de Verenigde Staten willen dat de rebellen zich houden aan het vredesakkoord dat in januari werd gesloten, waarin werd afgesproken dat Bozizé aan de macht zou blijven tot 2016.

‘Het zwarte gat van Afrika’

Rebellen uit het noorden van de Centraal Afrikaanse Republiek (CAR) grepen vorige week de macht in het land. Na dagen van gevechten namen ze de hoofdstad Bangui in. President François Bozizé vluchtte halsoverkop naar buurland Congo. De Centraal Afrikaanse Republiek staat bekend als het zwarte gat van Afrika, schreef NRC vorige week.

“Een instabiel, corrupt en straatarm land, ondanks aanzienlijke rijkdom aan grondstoffen. De nu gevluchte president Bozizé greep zelf met geweld de macht in 2003. Sindsdien zijn in het achtergestelde noorden verschillende opstanden uitgebroken.”

“De machtsgreep draagt bij aan de instabiliteit in het hart van Afrika. Een hele reeks landen kampt met gewapende opstanden, van Soedan in het oosten via Nigeria tot aan Mali in het Westen. De meeste landen hebben een zwakke staat en poreuze grenzen, waardoor rebellen en extremisten vrij spel hebben.”

De situatie in de hoofdstad Bangui is chaotisch en gespannen. Volgens de VN zijn naar schatting ruim 170.000 mensen ontheemd geraakt door de gevechten en tienduizenden anderen zijn gevlucht naar Tsjaad en Congo.