‘Ze vechten voor hun land, en dan zijn ze terroristen?’

„Hysterie.” Zo noemt een activist de heksenjacht op Nederlandse jihadisten in Syrië. „Waarom zijn wij terroristen, maar Nederlandse soldaten in Afghanistan helden?”

„Nederlanders? Nee, die zien we hier nooit”, zegt de arts die zich voorstelt als Qosay bij de Orientkliniek in het Turkse Reyhanli, pal aan de Syrische grens.

Buiten strompelen gewonde Syriërs met krukken door het gras. „Egyptenaren, Afghanen, Algerijnen. De hele wereld komt hier langs. Maar Nederlanders? Nooit.” Ze steken hier wel over, bij Reyhanli of verderop bij de Turkse grensplaats Kilis. Dit is de laatste stop op hun reis vanuit Nederland naar de oorlog. „Als ze daar doodgaan, worden ze ook daar begraven”, zegt de arts.

Een rondgang langs de pleisterplaatsen voor Syrische strijders in het grensgebied levert geen Nederlandse contacten op. „We kennen ze niet en als we dat wél zouden doen, zouden we het jou niet vertellen”, zegt een Syrische man die de deur opendoet bij een van die huizen. „Hou op met vragen.”

Ze zijn er wel.

Een jonge Nederlands-Syrische student medicijnen, Ayman (geen achternaam), keerde een paar maanden geleden terug naar Nederland, nadat hij in Reyhanli in een van de klinieken naar eigen zeggen had geholpen met de verzorging van gewonde Syrische strijders.

De ophef over Nederlandse jongens die naar Syrië zouden gaan om zich aan te sluiten bij jihadistische groeperingen, noemt hij „hysterie”. „Het geeft een heel slecht beeld van wat werkelijk in Syrië aan de hand is”, zegt hij in een telefonisch interview. „Een burgeroorlog wordt nu plotseling afgeschilderd als een strijd van terroristen. Maar dan stel ik deze vraag: waarom worden Nederlandse soldaten die naar Afghanistan gaan ontvangen als helden? En waarom zijn Syriërs die vechten voor hun vaderland plotseling terroristen?”

Hij heeft het moeilijk gehad in de afgelopen weken. Een Vlaamse journalist toonde zijn Facebookpagina onlangs op de Belgische televisie, waarop hij samen met een bebaarde strijder in de Turkse kliniek te zien was. „Ik was meteen een terrorist. Ik ben naar de grens met Syrië gegaan om mensen te helpen. Ik heb geprobeerd iets goeds te doen.”

Zijn boosheid over de onverschilligheid onder zijn Nederlandse vrienden over de oorlog in Syrië bracht hem naar de grens. Ze reageerden nooit op zijn berichten op Facebook over de dagelijkse moordpartijen in het land van zijn vader. „En nu proberen westerse landen hun gebrek aan wil om in te grijpen te verbloemen door alle aandacht te verschuiven naar misschien honderd jihadisten. Terwijl hun aandeel in de strijd zeer gering is.”

De strijd in Syrië is niet langer de seculiere en nationalistische revolutie zoals die in maart 2011 begon. Een onbekend aantal buitenlandse strijders heeft een nieuwe dynamiek aan de strijd gegeven. Meest in het oog springend is Jabhat al-Nusra, die zowel buitenlandse als Syrische salafisten en jihadisten verenigt. Hun populariteit onder de strijders, maar ook de burgerbevolking groeit.

„Jabhat al-Nusra weet heel goed hoe ze aanhang moeten creëren”, zegt student Ayman. „Ze zijn niet bang voor de dood. Ze laten hun familie achter. Ze zijn niet op zoek naar status of geld. Ze helpen de burgerbevolking met voedsel, dekens en geld. In tegenstelling tot veel strijders van het Vrije Syrische Leger die de oorlog misbruiken. Ze verdienen aan de strijd tegen Assad. Dus worden ze gewantrouwd.”

Volgens de directeur van het centrum voor Midden-Oostenstudies aan de Universiteit in Oklahama, Joshua Landis, zijn de strijders van Jabhat al-Nusra effectiever en moediger. „Ze dwingen respect af”, schrijft hij op zijn veel gelezen blog Syria Comment.

Syrië is bekend terrein voor deze strijders. Na de invasie van de Amerikaanse troepen in Irak in 2003, opende president Bashar al-Assad zijn grenzen voor Al-Qaeda en andere terreurgroepen die vanuit Syrië zelfmoordaanslagen in Irak voorbereidden. De strijd om Syrië is na twee jaar uitgemond in een gevecht om de ziel van de opstand. Westerse veiligheidsdiensten haasten zich met steun en advies aan seculiere strijdgroepen, bang dat de jihadisten de overhand krijgen.

Student Ayman zucht. „Wat heeft de strijd ons nu opgeleverd? Alles wat de Syriërs vroegen, was waardigheid. Laten we hopen dat iedereen zo snel mogelijk naar huis gaat en dat land met rust laat. We zijn zo moe, man.”