‘Wij willen helpen waarde toe te voegen’

Karmijn Kapitaal is een investeringsfonds door en voor vrouwen. Een jaar geleden waren de initiatiefnemers aan het leuren om geld in te zamelen, nu is het einddoel van 50 miljoen euro in zicht.

Vorig jaar januari verscheen in deze krant een artikel over private equityfonds Karmijn Kapitaal. Abonnees kunnen dit teruglezen via de link www.nrch.nl/u6w

Drie vrouwen, één onorthodox plan. Drie jaar geleden – middenin de economische crisis – begonnen ze een private equityfonds, Karmijn Kapitaal, dat uitsluitend investeert in mkb-bedrijven met mannen én vrouwen in de top. Het uitgangspunt: gemengd geleide bedrijven leveren meer rendement op.

Een investeringsfonds door en voor vrouwen – het leverde Karmijn veel media-aandacht op. In januari vorig jaar verscheen op deze plek een artikel over Désirée van Boxtel (44), Hadewych Cels (43) en Cilian Jansen Verplanke (47). Na „eindeloos bellen en leuren” hadden ze hun eerste 10 miljoen euro binnen – en konden ze daadwerkelijk gaan investeren. Hun eerste deal was bijna rond.

Hoe is het de vrouwen sindsdien vergaan? Het eerste wat opvalt, is dat ze een eigen kantoor hebben. Zaten ze eerst in een kantoorkolos in een kamertje dat ze in bruikleen hadden van Price Waterhouse Coopers, nu hebben ze zelf een pandje pal naast het World Fashion Centre in Amsterdam. Het heeft een glazen pui en is stijlvol ingericht met grote steigerhouten tafels, industriële knalrode lampen en witte lederen bureaustoelen. Aan de muur hangen moderne schilderijen die Cels heeft gemaakt. Alsof het hun eerste huis is – zo trots zijn de vrouwen. Als gezocht wordt naar een plekje voor een druipende paraplu, haast Jansen Verplanke zich om de paraplubak achter de kapstok vandaan te trekken.

Het gaat goed met Karmijn. Of, zoals Van Boxtel zegt: „We zijn on top of the world.” Het einddoel van 50 miljoen euro is in zicht: in de zomer verwachten ze dat bedrag binnen te hebben. Sinds vorig jaar is het hard gegaan. „Er kwamen steeds grotere partijen op ons af die wilden investeren”, zegt Van Boxtel. „Die hadden ons een tijdje gevolgd, en gezien dat we nog niet uit elkaar waren gevallen, dus durfden ze het aan.” Cels lacht: „Het was heerlijk om gebeld te worden door partijen waar we eerst nog niet langs de secretaresse kwamen. Nu kwamen ze naar ons. Ze beschouwen ons als een advantaged primary – gevorderde beginners.”

Wat in hun voordeel pleitte was het feit dat het European Investment Fund, een gerenommeerd Europees investeringsfonds, zich al vrij snel aan Karmijn committeerde voor 33 procent van de op te halen 50 miljoen euro – ofwel 16 miljoen euro. Uit een recent verschenen rapport blijkt hoe uitzonderlijk dat eigenlijk is: van al het geld dat alle pensioenfondsen en institutionele beleggers wereldwijd investeren gaat 92 procent naar bestaande investeringsfondsen en slechts 8 procent naar nieuwe initiatieven, zoals Karmijn Kapitaal. Jansen Verplanke: „Als je dat leest, denk je wel: yes!”

Intussen heeft Karmijn twee investeringen gedaan. Het eerste bedrijf is Enrico, een importeur van mediterrane specialiteiten, zoals pesto, tapenade en tapas. Jansen Verplanke wijst op een vetvlek op de houten tafel: „Wij hebben nu bij iedere borrel olijven.” Het tweede bedrijf waarin Karmijn besloot te investeren was YouMedical, dat gebruiksvriendelijke middelen tegen alledaagse kwalen, zoals aambeien en kalknagels, op de markt brengt. Zo heeft het bedrijf een aambeiengel met applicator – Van Boxtel: „Een soort tuutje met gaatjes aan de zijkant” – geïntroduceerd, waardoor mensen het spul niet meer met hun vingers hoeven aan te brengen.

De teller staat nu op twee, maar Karmijn wil uiteindelijk in acht tot tien bedrijven investeren. Is het dan toch moeilijker dan gedacht? Jansen Verplanke schudt haar hoofd. „Het kost veel tijd om geschikte bedrijven te selecteren. Twee tot drie investeringen per jaar is ons streven. Vergeet niet: als we twee bedrijven hebben uitgekozen, hebben we er tachtig tot honderd gezien.” Cels valt haar bij: „Vijf investeringen per jaar kán niet met onze werkwijze. Wij willen bedrijven niet simpelweg leegplukken; wij willen meer vrouwelijke waarden inbrengen in de investeringswereld. Wij staan voor samenwerking, betrokkenheid, bouwen aan een bedrijf, zorgzaamheid. Om dat te kunnen volhouden, moeten we onszelf tijd gunnen en niet overhaast in allerlei bedrijven gaan investeren.”

Het traject vóór de investering is al heel intensief, legt ze uit. Het kost tijd om een bedrijf en de mensen te leren kennen. En ook na het kopen van de aandelen zijn de vrouwen van Karmijn heel hands on: nauw betrokken bij de bedrijfsvoering. „Ik zit minstens één dag in de week bij Enrico, Désirée zit minimaal één dag in de week bij YouMedical”, zegt Cels. „Het management blijft eindverantwoordelijk, hoor, maar wij willen natuurlijk wel helpen waarde toe te voegen. Daar moeten we zelf ook hard voor werken. Die vijf dagen in de week zijn om voor je het weet.”

De vrouwen worden regelmatig door bedrijven benaderd – ze krijgen iedere week talloze bedrijfsplannen voorgelegd – maar daarnaast gaan ze nu ook zelf actief op pad. Van Boxtel: „Vorige week sprak ik iemand die een superleuke tas had. Die bleek van Smaak te zijn, een merk dat nu een paar winkels heeft in Nederland en bij de Bijenkorf ligt. Ik kende dat helemaal niet. Dan denk ik meteen: wat is dat voor bedrijf? Wie zit erachter? Kan ik daar eens gaan praten?”

Vanaf dag één dat Karmijn Kapitaal van start ging, hadden ze een coach. Albert Sonnevelt, heet hij. Hij is zelf ook een ondernemer. In het begin nam hij hen elke zes à zeven weken een halve dag of een dag onder handen, nu spreken ze hem nog eens in de paar maanden. De vrouwen wilden een coach omdat ze voorbereid wilden zijn op vragen van potentiële investeerders. Cels: „Voor iemand investeert in een first time fund wil hij toch weten met wie hij zaken doet. Maar hoe reageer je als iemand je apart neemt en vraagt: ‘Wat is nou de valkuil van Désirée?’ Daar moet je toch een antwoord op hebben.”

‘Relatietherapeut’ Albert leerde de drie hun frustraties niet op te kroppen. Van Boxtel, lachend: „Hij traint ons wat meer te denken als mannen. Vrouwen kunnen zaken soms zo opblazen. Albert zegt: gooi het eruit en hou het klein. Nu hebben we af en toe een Albert-moment.”

Want frustraties zijn er soms heus wel, zeggen de vrouwen. Ze noemen het „bedroevend” om te zien hoe slecht mensen – „en helaas gaat het dan meestal over vrouwen” – voor zichzelf zorgen. Van Boxtel: „Wij komen vrouwen tegen die al jaren een bedrijf leiden, voor een relatief laag salaris, terwijl de eigenaar lekker op Ibiza zit. Ze denken wel dat hij het bedrijf aan hen wil verkopen, zeggen ze dan, maar ja, ze hebben geen geld hè. Ze hebben nooit nagedacht hoe ze die financiering wél kunnen regelen.” Vrouwen doen zichzelf tekort, beaamt Jansen Verplanke. „Ik denk vaak: mens, je zit op goud. Grijp het! Claim de waarde die je zelf gecreëerd hebt voor een bedrijf.”

Soms is het ambitieloosheid, of het mijden van risico’s, maar voor het grootste deel is het onwetendheid, denkt ze. Vrouwen hebben over het algemeen minder kennissen in de financiële wereld, waardoor ze minder bekend zijn met de mogelijkheden van private equity. Bovendien is private equity een „besmet woord”, vult Van Boxtel aan. „Mensen denken dat je alle zeggenschap over je bedrijf weggeeft. Zo is het helemáál niet. Het is zo zonde als mensen zulke voorbarige conclusies trekken – laat ze eerst eens gaan praten met mensen die het werkelijk hebben meegemaakt.”

Vooral van de rijke families die in Karmijn (willen) investeren, krijgen de vrouwen regelmatig de vraag wat private equity nu precies inhoudt. En of zij – of hun kinderen, die op een dag het vermogen van de familie moeten beheren – niet een weekje stage mogen lopen bij Karmijn? Met name Jansen Verplanke houdt zich met deze vorm van kennisoverdracht bezig. Zij werkte jaren bij de Rabobank als managing director van het mede door haarzelf opgerichte Rabo Participaties, waar ze meer dan 100 miljoen euro beheerde. Ze laat de ‘stagiairs’ zien hoe ze bedrijven selecteert en bedrijfsplannen beoordeelt.

Het uitgangspunt van Karmijn is dat bedrijven met gemengde managementteams financieel beter presteren. Of dat werkelijk zo is, blijkt pas als Karmijn over enkele jaren haar aandelen weer verkoopt. Dan pas weten zij of zij hun beoogde rendement – van meer dan 20 procent per jaar – hebben behaald. „Het is niet zo dat we het kunnen laten lopen tot het over vijf of zes jaar tot een exit komt”, zegt Jansen Verplanke. „Je kunt het je niet veroorloven om sleets te worden. We hebben een paar jaar de tijd om waarde te creëren.”