Verdachte fraudezaak Rotterdamse Havenschandaal trekt bekentenis in

Archieffoto van zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen uit 2010 toen hij bij de rechtbank in Rotterdam arriveerde om de uitspraak bij te wonen van de zaak tegen Willem Scholten, oud-directeur van het Rotterdamse havenbedrijf. ANP / Marcel Antonisse

Een van de drie verdachten van de omvangrijke fraudezaak rondom het Rotterdamse Havenschandaal heeft kort voor de inhoudelijke behandeling van de zaak zijn bekentenis op een van de beschuldigingen ingetrokken. Dat kan voor hoofdverdachte Joep van den Nieuwenhuyzen gunstig zijn.

Komende donderdag begint voor de rechtbank Rotterdam de behandeling van de strafzaak tegen de voormalige eigenaar van het defensieconcern RDM dat in 2004 ten onder ging. Van den Nieuwenhuyzen wordt verdacht van faillissementsfraude, meineed, valsheid in geschrifte en omkoping van ex-havendirecteur Willem Scholten. Er zijn twee medeverdachten.

Een van hen, voormalig financieel directeur van het RDM-concern Leo van de Voort had eerder tegenover de FIOD-ECD verklaard dat hij valsheid in geschrifte had gepleegd door kort na het faillissement van RDM-dochter SP Aerospace in augustus 2004 een aantal contracten te tekenen waarvan de datum bewust twee maanden naar voren was gezet.

‘Joep wilde redden wat er te redden viel’

Van de Voort had deze bekentenis van valsheid in geschrifte in NRC Handelsblad herhaald. In december 2010 zei hij:

“Van begin af aan heb ik tegenover justitie toegegeven te hebben meegewerkt aan het antedateren van die stukken. Eind augustus 2004, twee weken na het faillissement van SP Aerospace, was er een nerveuze sessie op het hoofdkantoor van RDM in Schiedam. Daar wilde Joep van den Nieuwenhuyzen redden wat er te redden viel, door een deel van de bedrijven onder te brengen bij het Rotterdamse Havenbedrijf. Dat had garant gestaan voor enkele miljoenenleningen.”

‘FIOD liet Van de Voort geloven in valse waarheid’

Afgelopen dinsdag heeft Van de Voort in een aanvullende verklaring aan de rechtbank laten weten dat deze lezing niet klopt. Volgens zijn advocaat is Van de Voort inmiddels tot het inzicht gekomen dat zijn verklaring van oktober 2007 niet meer kan kloppen:

“Dat ligt aan de vraagstelling van de FIOD. Die hebben mijn cliënt laten geloven in een valse waarheid door hem papieren voor te houden waar zijn handtekening op stond. Die handtekening stond er maar het document erboven herkende hij niet.”

Van den Nieuwenhuyzen zegt vandaag in een interview met NRC dat Van de Voorts aanvankelijke verklaring onder grote druk tot stand gekomen. “De FIOD zet grote druk om bepaalde antwoorden te krijgen.”

Lees het interview met Joep van den Nieuwenhuyzen vandaag in NRC Weekend (ook via onze digitale editie).