Rijk, rechts en radeloos

Crisisheffing en andere extra lasten gisten onder de hoge middenklasse en kleine ondernemers die voor groei zorgen, schrijft Jort Kelder.

Illustratie Fokke Gerritsma

Dennis, mijn boekhouder, aan de lijn: „Jort, hou je er rekening mee dat je deze maand 26.735 euro extra belasting moet betalen?” Mijn trouwe verwerker van dikke ordners en opbollende schoenendozen kan gerust zijn: de zogeheten ‘crisisheffing’ (over lonen boven 150.000 euro) was ook mij niet ontgaan. Of ik maar even, met terugwerkende kracht, 16 procent extra werkgeverslasten wil afdragen over het dienstverband van mijn enige werknemer… ikzelf. De crisisheffing komt bovenop de 162.256 euro inkomstenbelasting en 59.849 euro winstbelasting die ik in 2012 al gireerde aan de Ontvanger der Rijksbelastingen.

Nu ben ik de eerste om toe te geven dat ik bizarre bedragen verdien. Tónnen. Maar mijn voorspoed is afhankelijk van mijn populariteit, en dus waarschijnlijk eindig. Zoals een pingelaar met pensioen de sigarenzaak rest, zo lonkt voor mij het schamele bestaan van het voormalige tv-gezicht. Enige bescherming tegen ziekte of arbeidsongeschiktheid heb ik niet. Daar zou iets tegenover mogen staan, namelijk fors lagere tarieven.

Belasting betalen stemt mij trots en treurig tegelijk. Trots, omdat ik als kleine neringdoende toch maar mooi in staat ben zulke sommen bij te dragen aan het nut van het algemeen. Treurnis omdat ik die crisisheffing liever aan een door mij aan te wijzen goed doel zou hebben geschonken, in plaats van mijn duiten te zien verdampen in een bodemloze put. Excuseer, ik bezondig mij aan onbeschaafde gedachtes: wat krijg ik eigenlijk terug voor die 248.840 euro betaalde directe belastingen? Daarover kunnen we kort zijn: te weinig. Natuurlijk, het leger marcheert ook voor mijn veiligheid en de straatlantaarns lichten ook mijn deerniswekkende bestaan bij. Maar de verzorgingsstaat, dat beloofde paradijs van bestaanszekerheid van wieg tot graf, geldt niet voor mij. En met mij voor de 1,5 miljoen ondernemers die ‘cliënt’ zijn bij de fiscus. Voor hen, van de grootindustrieel tot de zzp’er, vormt de verzorgingsstaat een vaag fata morgana. Aan die bron laven zij zich niet. Gaat het ze goed, dan betalen ze de hoofdprijs. Maken ze verlies, dan boeken ze af en beginnen ze opnieuw. Op zich niets mis mee. Ondernemen is niet voor sissy’s en gedijt bij creatieve destructie. Maar zoals een belegger in ruil voor risico rendement eist, zo willen Hollandse ondernemers iets terug van de verzorgingsstaat die hun eerst uitzuigt en daarna uitspuugt.

Klagen over de belastingdruk is weinig chic. Je oogst er eerder hoon dan mededogen mee. Nu ben ik, hoe vulgair ook, principieel voor openbaarheid van belastingen. Slechten we dat taboe, dan krijgen multinationals niet langer de kans met stiekeme ‘rulings’ onder hun morele verplichtingen uit te komen. Voorts wordt het lastiger voor politici die nivelleren een feestje vinden, te verzwijgen dat de hoogste inkomens in Nederland al buitensporig bijdragen aan de clubkas. Het hoogste deciel van de inkomensladder, de tienprocentpunt hoogste salarissen, betaalde in 2011 maar liefst 67 procent van alle directe belastingen. Dat zal dankzij het bruggenbouwerskabinet van PvdA en VVD alleen maar schever worden. De hypotheekrente is straks niet meer aftrekbaar tegen het toptarief, de villataks komt eraan en Rutte II sleutelt sneaky aan de knoppen door het afschaffen van de inflatiecorrectie. Dat scheelt miljarden.

Hoge inkomens zijn slecht af in ons koninkrijk. Niet alleen vanwege het toptarief (52 procent, ex-crisisheffing) maar vooral wegens het ‘aangrijpingspunt’. Vanaf 56.492 euro behoor je in Nederland tot de hoogst aangeslagenen. Fiscale systemen vergelijken is vrijwel ondoenlijk: ieder land heeft z’n eigen fiscale hobby’s, en de officiële tarieven worden lang niet altijd betaald. Zeker niet in Zuid-Europa, waar ontduiken nog steeds nationale folklore is. Laat ik mij dus beperken tot de nette landen waar enig gevoel voor de publieke zaak heerst. Dan zijn de Duitsers beter af met 45 procent vanaf 250.713 euro, evenals de Britten: die betalen sinds kort ook 45 procent, maar dan vanaf 150.000 pond; zeg onze ‘Balkenendenorm’. De sociaal-democratische modelstaten in het noorden zijn globaal even meedogenloos voor hun middenklasse, maar geven daar ook iets voor terug: een zorgzamer overheid.

En dan is er Frankrijk en z’n socialistische gouvernement dat aankondigde de hoogste belastingschijf naar 75 procent te trekken. Pardoes verlieten de grootste industrieel en de beroemdste acteur de Vijfde Republiek. Boris Johnson, de flamboyante Londense burgemeester, verwelkomt de vluchtende Fransen met een sneer naar Hollande. ‘Not since 1789 has there been such tyranny and terror in France!’ De fiscale terreur in de lage landen is meedogenlozer: betalen Fransen vanaf één miljoen de top, bij ons valt de bijl vanaf anderhalve ton.

Tuurlijk, de rijken motten niet zeiken. Ze worden beschouwd als de veroorzakers van de crisis en kennen vergeleken met langdurig werklozen en chronisch zieken louter luxeproblemen. De rijken zijn wel de laatste groep om zich om te bekommeren. Toch, tenzij we Pyongyang in de polder wil worden: geen land kan zonder elites. Haagse ‘koopkrachtplaatje’ stoppen bij ‘Driemaal Modaal’, veronachtzamend dat de crisis tot veel faillissementen en een erosie van vermogen onder de rijken heeft geleid. Zelfs dit elitaire avondblad bagatelliseerde in zijn hoofdcommentaar de crisisheffing als een maatregel die ‘topvoetballers, bedrijfsdirecteuren, tv-sterren’ raakt. Een omschrijving die weinig empathie wekt en miskent dat minstens 46.000 landgenoten worden geraakt door de crisisheffing.

De spreekwoordelijke ‘zakkenvullers en bonusgraaiers’ waar de maatregel zich tegen richt, zullen niets voelen; die sturen het bonnetje door naar de boekhouding. Maar de duizenden ondernemers die geconfronteerd worden met dit fiscale pesterijtje hebben de pest in. Niet zo handig van een kabinet dat al z’n kaarten zet op groei. Van wie komt die groei? Juist, van ondernemers. Maar ja, de slachtoffers heten heel plutocratisch ‘directeur-grootaandeelhouder’. Dat ruikt naar sigaren en krijtstreeppakken, niet echt een groep om voor op de barricades te gaan.

De VVD won de verkiezingen met de profetie van lagere belastingen en een kleinere overheid. Of dat lukt valt te bezien, want hoewel de politiek al dertig jaar geobsedeerd is van het b-woord – bezuinigen! – is dat nog nooit echt gebeurd en dijt de staat verder uit. De collectieve uitgaven slokken nu al meer dan de helft van de economie op, en gezien de vergrijzing en de subsidieverslaafde attitude van ons volk, wijst niets erop dat het beter wordt. Dat er zuinig aan gedaan moet worden snapt iedereen, maar het ‘waarheen, waartoe?’ ontbreekt. Er is geen groter verhaal.

En daar schuilt het gevaar. Want al die ‘hardwerkende Nederlanders’ die de VVD de grootste maakten, willen dat de stoere beloftes van de verkiezingscampagne worden ingelost. Ze kijken nu beteuterd hoe Rutte regeert als een burgemeester in oorlogstijd. Lusteloze belastingverhogingen en hervormingen die vastlopen in het poldermoeras. Miljonairs en multinationals raakt dat niet, hun geld jodelt of zont fiscaal vriendelijk. Maar de hogere middenklasse en de kleinere ondernemers zijn kansloos. Die zitten gekluisterd aan hun bedrijf en hun gezin en voelen zich uitgeknepen. Geloof me, ik sta voor de zalen waar ze bijeenkomen en de clubs waar ze pacteren. Eén doffe klaagzang over de verbeten staat. Het broeit, het gist, ze zijn het zat. En het is een kwestie van tijd voor een verse Fortuyn of Verdonk deze Nieuwe Teleurgestelden gaat exploiteren. Dit weekend verzenden ze moedeloos de blauwe envelop, maar het wachten is op de revolte van rechts.

Jort Kelder is tv-maker en journalist.