Openbare sollicitatie

1 april 2013

Toen ik klein was, wilde ik president van de wereld worden. Inmiddels heb ik mijn ambities bijgesteld. Er komt binnenkort een andere leidinggevende functie vrij: het koningschap. Ik solliciteer naar die functie. Bij dezen.

Wees niet verbaasd, ik heb het ongeveer 15 jaar geleden al aangekondigd, in een juridisch vakblad. Voor de voordelen van de baan (CAO voor de gehele familie, dienstwoning en tal van andere aantrekkelijke arbeidsvoorwaarden) verwijs ik u graag naar die bijdrage. Daar heb ik ook uiteengezet dat en waarom de grondwettelijke bepaling dat ‘het koningschap erfelijk vervuld wordt door de wettige opvolgers van Koning Willem I, Prins van Oranje-Nassau’ onverbindend is. Het is regelrecht in strijd met het verbod van discriminatie, dat niet voor niets als artikel 1 is opgenomen in diezelfde Grondwet. Het is evenzeer in strijd met het Internationaal verdrag inzake burgerrechten en politieke rechten. Dat verbiedt iedere vorm van discriminatie, uitdrukkelijk ook die op grond van geboorte, bij de toelating van een burger ‘tot de overheidsdiensten van zijn land’. Dit verbod heeft hogere rangorde dan onze Grondwet en zet het erfelijk koningschap dan ook aan de kant. Deze overheidsdienst, want dat is het zonder twijfel, staat ook open voor u en mij.

Het erfelijk koningschap is ook strijdig met het recht op eerbiediging van privé-, familie- en gezinsleven, neergelegd in artikel 8 van het Europees verdrag tot bescherming van de rechten van de mens. Maar daarbij gaat het om de rechten van de erfelijke troonopvolgers zelf alsmede hun familieleden. Die kunnen voor zichzelf opkomen.

Indien het vooruitzicht bestaat dat een troonopvolger ontbreekt, moet een nieuwe koning volgens de Grondwet worden benoemd. Nu de beoogde troonopvolging door Willem-Alexander als strijdig met het discriminatieverbod van het verdrag ontoelaatbaar is, doet dat vooruitzicht zich inderdaad voor. Er zal dus een benoeming moeten volgen. Daarvoor is een wet nodig. Bij de keuze van de te benoemen koning zijn regering en parlement vrij.

Ik heb dan ook vandaag mijn sollicitatierekest – voorzien van een uitgebreide toelichting en van een curriculum vitae – ingediend bij de koningin, bij de minister-president en bij de voorzitters van beide Kamers van de Staten-Generaal. Ik heb daarbij tevens verzocht deze keer een serieuze open procedure te organiseren. De gang van zaken bij de benoeming van Donner als onderkoning en vicepresident van de Raad van State is niet voor herhaling vatbaar. Ik gá ervoor maar wil alleen winnen in een open competitie. Daarom deze openbare sollicitatie. Iedereen moet kunnen meedoen, ook Willem-Alexander.

Ik onthul alvast één campagnepunt: Koninginnedag blijft Koninginnedag – míjn Koningin wil ook wat – en de feesten duren voortaan drie dagen, 29 en 30 april en 1 mei: voor Koning, Volk en Vaderland!

Peter Ingelse is – thans nog – rechter in het gerechtshof Amsterdam.