Onderzoek van Maurice de Hond: effectieve propaganda

Maurice de Hond geldt als gezaghebbend opiniepeiler. Terecht? Vier experts analyseren op verzoek van deze krant twee van zijn enquêtes.

Maurice de Hond peilt al sinds de jaren zeventig de politieke voorkeur van Nederlanders. Zijn eigen peilmethode – sinds ruim tien jaar werkt hij zelfstandig – is omstreden. Hij corrigeert cijfers volgens zijn eigen ‘Methode-De Hond’. De peiler schuift vaak aan bij programma’s als De Wereld Draait Door en Pauw & Witteman. Kranten, ook NRC Handelsblad, citeren zijn onderzoeken met grote regelmaat. Hij geldt als gezaghebbend.

Vier experts van kiezersonderzoek kijken op verzoek van deze krant naar twee enquêtes die De Hond deed in opdracht van Jan Nagel: Jan Kleinnijenhuis (hoogleraar communicatiewetenschap, VU), Philip van Praag (universitair hoofddocent politicologie, UvA), Kees Aarts (hoogleraar politieke wetenschappen, Universiteit Twente) en Tom Louwerse (postdoctoraal onderzoek en samensteller Peilingwijzer, Universiteit Leiden).

In het eerste onderzoek, een enquête over ouderen in 2010, staat een vraag over de AOW. „Bij de doorrekening van de plannen van de regering blijkt dat de koopkracht van degenen die alleen AOW hebben het meest achteruitgaat. Welke van de volgende bewoordingen vindt u daarop van toepassing?” De antwoordmogelijkheden: ‘Een goede beslissing’, ‘onvermijdelijk’, ‘schandelijk’, ‘asociaal’, ‘jammer maar helaas’ en ‘moet direct teruggedraaid worden’.

Kleinnijenhuis: „De antwoordmogelijkheden zijn niet gelijkmatig verdeeld van positief naar negatief. Je kunt niet vier antwoordmogelijkheden negatief doen en twee een beetje positief.” Na een paar vragen over pensioenen, volgen twee vragen over een nieuwe ouderenpartij. „Wat vindt u van het voornemen om met een nieuwe ouderenpartij aan de volgende verkiezingen mee te doen?” En: „Stel dat bij de volgende verkiezingen een dergelijke partij mee zal doen, hoe groot is de kans dat u op die partij zal stemmen?” De helft van de ouderen vindt het een ‘goed idee’, 4 procent zegt ‘zeker’ op de partij te gaan stemmen. De Hond vertaalt dit naar een potentieel van acht à tien Kamerzetels.

Louwerse: „Als je eerst een aantal stellingen voorlegt en daarna een partijvoorkeur toetst, kan dat de keuze beïnvloeden. Dat moet je vermijden.” Over de vertaling naar potentiële zetels zegt hij: „Een partij kan goede sier maken met potentiële zetels.” Kleinnijenhuis: „Potentie zegt bijzonder weinig. Maar noem je een groter aantal zetels voor een partij dan het gepeilde aantal, dan geef je die partij wel het momentum mee. Zo werk je hypes in de hand.” Van Praag: „Het onderzoek is er enkel op gericht om te kijken hoe men de onrust onder ouderen expliciet vast kan leggen voor publicitaire doeleinden.” Aarts: „Het probleem is dat De Hond volgens onnavolgbare en geheime methodes de gegevens bewerkt. Ook in dit onderzoek. Niemand is in staat om te zien of het beeld dat hij schetst juist is. Dat onttrekt zich aan de controle.”

Opvallend is dat Nagel De Hond niet heeft betaald voor het onderzoek. Louwerse: „Blijkbaar is de relatie van De Hond met 50Plus inniger dan die met andere partijen.”

De Hond zegt generaliserend over de kritiek: „Ik stel vast dat deze wetenschappers op vele slakken zout leggen, maar daarbij voorbij gaan aan het feit dat ik, ook bij deze twee onderzoeken, in mijn analyses en beschrijving zowel de spijker op zijn kop sla als de belangrijkste trends naar de toekomst weergeef. Het is alsof je als voetballer een prachtig doelpunt maakt, maar criticasters aan de lijn commentaar hebben omdat je het doelpunt maakte met afgezakte kousen.”

Over het feit dat hij kosteloos onderzoek doet voor Nagel, zegt De Hond: „Ik ben van eenvoudige komaf. Mijn ouders hebben amper de lagere school kunnen afmaken. Ik heb kunnen studeren door de Nederlandse belastingbetaler. Om daarvoor wat terug te doen, vraag ik geen geld als ik uitgenodigd wordt door studenten of politieke partijen om ergens een verhaal te vertellen of advies te geven. Ik schat dat ik dat de afgelopen dertig jaar gemiddeld zeker vijftien keer per jaar heb gedaan. Voor allerlei verschillende partijen.” Woordvoerders van CDA, VVD, PvdA en D66 zeggen dat De Hond nooit kosteloos onderzoek voor hen doet.

Jan Nagel: „Dat het kosteloos is gedaan, zou een verkeerde indruk kunnen wekken. Volgens mij heeft De Hond ook weleens wat uitgezocht voor andere partijen. Hij peilt wekelijks, het is een kleine moeite om wat vragen te laten meelopen.”

Het tweede onderzoek was in opdracht van het wetenschappelijk bureau van 50Plus. Geld van het instituut dient naar „politiek-wetenschappelijke activiteiten” te gaan. Het verscheen op 17 maart 2013, met als conclusie: „20 tot 30 zetels mogelijk voor 50Plus”.

Hoogleraar Aarts: „Als je vraagt naar stempotentieel, is het betekenisloos als je niet tegelijkertijd vraagt naar het potentieel voor andere partijen. Verder zie ik dat alle vragen over opvattingen van ouderen negatief en onduidelijk geformuleerd zijn. Bijvoorbeeld: ‘de overheid komt de belofte aan ouderen niet na’. Dat nodigt uit om het er mee eens te zijn. Door vragen zo te formuleren, komt er een vertekening in. Al met al is het uiterst grofkorrelig, ongenuanceerd en simplistisch. Dit onderzoek is niet gedaan om iets te weten te komen, maar voor het media-effect. Een wetenschappelijk bureau moet zich hiervoor schamen. Het is meer iets voor de afdeling agitatie en propaganda.”

Van Praag: „Haast alle stellingen gaan over de verslechterde positie van ouderen. Nergens wordt het in perspectief geplaatst. Dan is het niet verbazingwekkend dat ouderen het massaal onderschrijven. Zijn vraag naar potentie om op 50Plus te stemmen (eens/oneens) is te simplistisch en leidt tot een enorme overwaardering.” Kleinnijenhuis: „Ik constateer dat De Hond over data van Peil.nl geen volledige openheid van zaken geeft. Dat het tendentieus is wat De Hond doet, is duidelijk. Dat het effectief is, ook.”

De Hond: „Ik ben trots op de kwaliteit van de onderzoeken die ik uitgevoerd heb voor 50Plus. Ik denk dat ik bij mijn conclusies, in 2010 en 2013, ten aanzien van de ontwikkeling van de onvrede bij de ouderen en de potentie van de partij 50Plus, zowel een goede weergave heb gegeven van de situatie van dat moment als de juiste verwachting heb uitgesproken over de toekomst. Wetenschappelijke principes pas je toe op je werk. Maar er is echt een groot verschil tussen een dissertatie, een scriptie, of de rapportage van een serie vragen die je aan een representatieve steekproef stelt en waarvan je de uitslagen rapporteert. Het is zo kinderachtig en oncollegiaal als je vervolgens dat laatste onderzoek beoordeelt en behandelt alsof het er een is van een heel andere categorie.”