Massage op de achterbank

Bas van Putten merkt dat natuur meer lawaai maakt dan een Lexus.

Na elke testrit met de grootste Lexus denk ik ordinair: dit wil ik ook. Het is een ongepast verlangen voor een automan, die de LS een slaapverwekkend kleurloos slagschip hoort te vinden. Kan zijn, het blijft een meesterlijke reiswagen met een bijzondere attractie: hij is zo stil dat het standaard geleverde surround system van hifiproducent Mark Levinson het rijk alleen heeft. Na het Concertgebouw is er geen betere plek om naar klassieke muziek te luisteren dan in de stilste limousine ter wereld met zijn ‘19 luidsprekers in 7.1 opstelling’. Maar wil je dan niet weten wat 7.1 betekent?, treitert mijn geweten. Nee, zwelg ik kritiekloos: bij 140 komt de zachtste cellosolo door.

Moederconcern Toyota eiste van zijn ingenieurs het hoogst bereikbare toen het in de jaren tachtig de formule concipieerde voor een nieuw elitemerk dat de complete Europese topklasse moest overtroeven. Journalist Chester Dawson beschrijft in The relentless pursuit gedetailleerd de Jiskefet-achtige ins and outs van die heldhaftige ambitie. Toyota stuurt in 1985 een team trendwatchers naar Californië om de ‘target customer’ te bestuderen, „een 43-jarige Amerikaanse manlijke Mercedes-eigenaar met een inkomen van meer dan 100.000 dollar per jaar”. Ze achtervolgen hem tot in ‘fancy restaurants’ en krijgen hem zo scherp in het vizier dat de debuut-Lexus in 1989 meteen een hit wordt. Voor de spotprijs van 35.000 dollar is de duf ogende reus stiller, zuiniger, sneller en aanzienlijk goedkoper dan de BMW’s en Mercedessen die hij, naar spoedig blijkt, ook in betrouwbaarheid naar de kroon steekt.

Maar dat is Amerika, waar value for money het criterium is. Op de prestigegevoelige Europese markt, waar meer esthetisch raffinement en heritage worden verwacht dan de grof stilerende Japanners konden bieden, had en heeft Lexus het lastiger. Mercedes, BMW en Audi verslaan op design en traditie de cultuurloze perfectie uit het Verre Oosten.

Ik betreur dat. De LS is meer dan een genetisch veredelde kloon van de Germanen die hij op de korrel nam. De nieuwe LS 600h, met de h van hybride, heeft een eigen stijl die in Europa uit de gratie is geraakt. Dit is de zacht geveerde, Amerikaans ontspannen slee zoals ze hem in Duitsland niet meer maken, waar grote BMW’s en Audi’s worden geacht op afroep even strak te sturen als een Golf GTI.

Bijna met leedwezen stel je vast dat Lexus van die trend alsnog een tik heeft meegekregen. Met de sport- en sport+-standen van de per Drive Mode Selector instelbare ‘rijmodi’ kan het rijgedrag worden bijgesteld van comfortabel naar sportief. De energieverbruiksmeter verandert dan als bij toverslag in een toerenteller. Allemaal onzin. Het mag zijn charme hebben op een B-weg een colonne van tien personenwagens in te halen met de volle 445 pk, die beide elektromotoren en V8 gezamenlijk, mobiliseren, de stijl ligt hem niet.

Skybox

Het grootste genoegen is met een LS op zondag smaakvol sloom naar Lauwersoog te rijden om de Waddenzee te zien. Door dat lege landschap glijdt hij als een skybox voor Gods heerlijkheid, het water en de weidse verten. Aangekomen merk je dat natuur meer lawaai maakt dan een Lexus en dringt het tot je door dat je minutenlang zelfs geen V8 meer hebt gehoord. Natuurlijk, hybride; tot 70 kilometer per uur beweegt de h zich met een volle accu volelektrisch voort in een nog spookachtiger stilte dan normaal. Aanvaard dat de milieubewuste aandrijflijn primair het rijgenoegen dient, voor het verbruik koop je hem toch niet. Een op twaalf.

‘President’, noemt Lexus de zwaarst opgetutte LS. Dat is een Porsche ‘Raket’ noemen, een pleonasme. Er kan geen misverstand bestaan over de status van zijn hoofdbewoner; de man rechtsachter in de Ottoman-stoel van het Rear Seat Relaxation Package, de stoel der stoelen die de overige zitplaatsen zo overschaduwt dat hij het schip in filosofisch perspectief tot éénzitter bestempelt. Alle andere kasteelbewoners – voorlichter, chauffeur, echtgenote – zijn figuranten rond de presidentiële troon met ‘uitklapbare beensteun’ en de wat benepen uitgevallen ‘ligstand’ die ik presidenten toewens met bescheidener posturen dan het mijne; bij het opmeten zijn de Japanners de proporties van hun target customer vergeten.

Maar niemand mag zich het shiatsumassageprogramma in de Ottoman laten ontgaan. Na een druk op de knop beukt in de rugleuning een synthetische masseuse zo hardhandig op verstijfde spieren in dat de rugpatiënt die ik een lift gaf vloekend van verrukking uitstapte. Toen begrepen we hem echt: fysiotherapeutisch eindstation voor oude mensen en de dingen die voorbijgaan.