Lees hier kritiek van wetenschappers op De Hond en oordeel zelf

Verschillende wetenschappers zijn vandaag in NRC Handelsblad zeer kritisch over onderzoeken die Maurice de Hond deed in opdracht van 50Plus van Jan Nagel. De Hond reageerde vanmiddag woedend en beschuldigt NRC van “vuilspuiterij”. Wij zetten de kritiek van de wetenschappers nog eens op een rij.

Verschillende wetenschappers zeggen vandaag in NRC dat de onderzoeksmethoden van Maurice de Hond tendentieus en discutabel zijn, Foto ANP / Robin Utrecht

Verschillende wetenschappers zijn vandaag in NRC Handelsblad zeer kritisch over onderzoeken die Maurice de Hond deed in opdracht van 50Plus van Jan Nagel. De Hond reageerde vanmiddag woedend en beschuldigt NRC van “vuilspuiterij”. Wij zetten de kritiek van de wetenschappers nog eens op een rij.

Twitter avatar mauricedehond Maurice de Hond Mijn reactie op de vuilspuiterij in en van NRC-Handelsblad en een aantal “wetenschappers”. http://t.co/js6Io5pS7B

Politicoloog Philip van Praag de Universiteit van Amsterdam, politicoloog Kees Aarts van de Universiteit Twente en hoogleraar communicatiewetenschap Jan Kleinnijenhuis van de Vrije Universiteit betitelen de onderzoeken van De Hond in NRC als “tendentieus” en “discutabel”. Aan wetenschappelijke voorwaarden is niet of nauwelijks voldaan, concluderen de wetenschappers. “Hier zie je hoe publieke opinie gemaakt wordt, niet gemeten”, aldus Aarts.

De Hond nodigt in zijn felle weerwoord de lezers uit zelf te oordelen over de rapporten. NRC nodigt de lezer daar ook toe uit. Hieronder zijn de rapporten te lezen die de wetenschappers tegen het licht hielden. Per rapport staan de bezwaren genoemd die Van Praag, Aarts en Kleinnijenhuis bij de wijze van onderzoek hebben.

Onderzoeksrapport van 17 maart jl.: ‘Dertig procent kiezers wil 50Plus in regering’

Hier de tabellen die bij het rapport horen:

De kritiek van de wetenschappers op dit rapport op een rij:

- “Vragen over de opvattingen van ouderen zijn negatief en onduidelijk geformuleerd. Bijvoorbeeld: ‘De overheid komt de belofte aan ouderen niet na’. Dat nodigt uit om het er mee eens te zijn. Door vragen zo te formuleren, komt er een vertekening in. Al met al is het uiterst grofkorrelig, ongenuanceerd en simplistisch. Dit onderzoek is niet gedaan om iets te weten te komen, maar voor het media-effect.”
- “Haast alle stellingen gaan over de verslechterde positie van ouderen. Nergens wordt het in perspectief geplaatst. Dan is het niet verbazingwekkend dat ouderen het massaal onderschrijven. Zijn vraag naar potentie om op 50Plus te stemmen (eens/oneens) is te simplistisch en leidt tot een enorme overwaardering. Dit onderzoek is zo opgezet dat het alleen maar de positieve kanten van 50Plus belicht.”

Onderzoek september 2010 onder en over ouderen

Dit onderzoek werd in september 2010 kosteloos gedaan in opdracht van OokU, de partij van Jan Nagel. Hieronder een aantal screenshots (klik voor een grotere leesbare versie) met vragen en antwoordmogelijkheden uit het onderzoek:

De kritiek van de wetenschappers op dit rapport op een rij:

- “Bij de vraag over AOW zijn de antwoordmogelijkheden niet gelijkmatig verdeeld van positief naar negatief. Je kunt niet vier antwoordmogelijkheden negatief doen en twee een beetje positief.”
- “Als je eerst een aantal stellingen voorlegt en daarna een partijvoorkeur toetst, kan dat de keuze beïnvloeden. Dat moet je vermijden.”
- “Potentie zegt bijzonder weinig. Maar noem je een groter aantal zetels voor een partij dan het gepeilde aantal, dan geef je die partij wel het momentum mee. Zo werk je hypes in de hand.”
- “Het onderzoek is er enkel op gericht om te kijken hoe men de onrust onder ouderen expliciet vast kan leggen voor publicitaire doeleinden.”

Toelichting Kleinnijenhuis op begrip partijpotentieel
Jan Kleinnijenhuis van de VU schreef eerder een artikel over waarom het peilen van partijpotentieel problematisch is (hieronder te lezen). In een toelichting op dat artikel zegt Kleijnnijenhuis tegen NRC:

“De gedachte is dat bij verkiezingen mensen steeds beter weten op welke partij ze gaan stemmen en dat de potentie van andere partijen daardoor minder wordt. Het tegenovergestelde effect blijkt waar, zo laten de cijfers zien. De potentie voor praktisch alle partijen neemt in de aanloop naar verkiezingen toe.”