Laat ons lunchen

Als die paaslunch zo gezellig is, waarom maken we dan geen gewoonte van de zondaglunch?

Marije Vogelzang

In de Amerikaanse serie The Sopranos werd krankzinnig veel gegeten. Als ze niet naar restaurant Vesuvio gingen, schoof de familie op zondag aan bij maffiabaas Tony en zijn vrouw Carmela thuis. Neven werden omgelegd, huwelijken stonden op springen, kinderen ontspoorden, maar zolang er op zondag samen werd gegeten, was er hoop. Of konden ze zich in elk geval nog vasthouden aan die illusie.

De directeur van het Hilton Hotel in Amsterdam is een Italiaan. Roberto Payer heet hij, en als Payer vertelt over de zondagse lunch, gaat het eigenlijk over zijn jeugd in Pordenone en over zijn familie. „Na de mis gingen we naar de patisserie. De lunch begon om half één met antipasti. Dan pasta – meestal uit de oven, zodat de vrouwen niet de hele tijd in de keuken hoefden te staan. Dan bijvoorbeeld konijn of een stoofgerecht. En daarna altijd nog kaas, pasticcini, of ijs en vruchten. Mijn zussen streden om de eer van de lekkerste lasagne ter wereld.”

Payer kan een uur vertellen over de ragu in de lasagne van zijn zus, maar die lunch ging uiteindelijk om het samenzijn. „Gewoon gaan zitten, de hele middag blijven zitten, en dan praten.” En als je blij wordt van een simpele, maar perfecte salade van tomaat en mozzarella, dan zegt dat niet alleen iets over de liefde voor eten, maar ook over je kijk op het leven. „Dan hoef je verder niets meer.”

Je hoeft geen Italiaan te zijn om vast te stellen dat de zondaglunch in Nederland geen instituut is. We kijken met jaloezie naar de zuidelijke lunchcultuur – dát is toch leven! – maar als puntje bij paaltje komt moeten wij altijd nog naar de Praxis op zondag, we willen de halve marathon lopen, en de familie woont trouwens helemaal in Zwolle. Alleen met Pasen maken we er even een heel nummer van, om daarna weer over te gaan tot de orde van de zondag.

Allemaal excuses. En toch zijn er genoeg redenen om tijd te maken voor een familielunch, die natuurlijk net zo goed een lunch met vrienden kan zijn of met de buren. En die niet per se thuis hoeft, met alle rotzooi van dien, maar net zo goed in een restaurant kan plaatsvinden. Die ook heus niet altijd een bacchanaal hoeft te worden (Payer: „Nederlanders laten nooit, nooit wijn over in een fles, Italianen drinken hooguit twee glazen.”). En die ten slotte niet duur hoeft te zijn. Lunch heeft minder pretenties dan het diner; je hoeft geen groot gebraad op tafel te zetten, pasta en sla is ook goed.

Goed. Geen excuses meer. Lunchen dus. En meteen maar buiten de deur. Op een koude zondagmiddag in maart zit bij het Chinese dimsumrestaurant Golden Ship (voorheen Long Ting) in Den Haag de grote eetzaal vol met alleen maar Chinezen. Aan ronde tafels met draaiplateaus vol gerechten zitten soms wel vier generaties. Chinezen noemen dit eufemistisch ‘theedrinken’, yam cha. Nederlanders hebben het over ‘dimsummen’, maar dat zijn de gerechten die je eet. Dimsum is letterlijk: ‘het aanraken van je hart’.

De yam cha is heilig voor Chinezen, vooral in Zuid-China, legt Kin Ping Dun uit. Hij is eigenaar van het Chinese warenhuis Dun Yong in Amsterdam en leverancier van veel Chinese restaurants. Chinezen die niet meer in China wonen, houden overal vast aan de yam cha. In Den Haag, Rotterdam of Amsterdam kun je de hele zondagmiddag geroosterde eend eten, bapao, gestoomde oesters, gevulde deegwaar en kippentenen. „Eten is voor Chinezen op zichzelf al heel belangrijk, op zondag met familie eten is zonder twijfel het belangrijkste moment van de week. De hele week is het druk, zondagmiddag neem je tijd voor elkaar.”

Chinezen zijn net Italianen.

In meerdere opzichten. Want met familie eten is meestal met kinderen eten. Nederlanders vinden dat ingewikkeld, ze zijn bang dat kinderen gaan pruilen bij iets anders dan een pannenkoek, ze zijn bang dat de kinderen zich vervelen of ze vinden dat kinderen überhaupt niet thuishoren in een restaurant. Italianen en Chinezen zouden dit soort bezwaren niet eens kunnen verzinnen, en Italiaanse en Chinese restaurants zijn bij uitstek geschikt om met kinderen te gaan eten. De hal van Golden Ship staat vol kinderstoelen. En bij La Storia in het Noord-Hollandse Neck bijvoorbeeld schuif je op zondag met z’n allen aan grote tafels, de kinderen eten voor 16 euro gewoon wat de pot schaft. Geen flauwekul met kindermenu’s.

Opvoeden

„Italianen houden van kinderen, maar Italiaanse kinderen zijn wel anders opgevoed dan Nederlandse kinderen”, aldus Roberto Payer. Hij bedoelt: ze blijven aan tafel. „En als je aan tafel zit, moet je meepraten. Ik hoorde mijn vader over zijn bedrijf praten, daar denk ik nog vaak aan.”

Dat is meteen nog een goede reden om op zondagmiddag uitgebreid te tafelen: de lunch als pedagogisch instrument. Samen eten gaat over betrokkenheid, over verbinding, zegt opvoeddeskundige Steven Pont: „Je kunt samen sporten, samen naar de film, maar ook samen eten. Het voordeel van lunchen boven dineren is dat kinderen nog niet moe zijn. En níet praten aan tafel is heel mal, aan tafel heb je als het goed is een gesprek.” Dat je in Nederlandse restaurants nog wel eens ziet dat kinderen de tent overnemen, kun je volgens Pont ook positief uitleggen: „Onze relatie met kinderen is zo dat we kinderen niet van bovenaf sturen. Wij dwingen onze kinderen niet aan tafel te blijven zitten.”

Etiquettedeskundige Reinildis van Ditshuyzen verzet zich hevig tegen dat gedeelte van de Hollandse opvoedmoraal. „Kinderen aan tafel houden wordt vaak weggezet als dressuur. Maar je moet ze dat juist leren. Hoeveel volwassenen zijn er niet die helemaal geen conversatie hebben, gewoon omdat ze het niet geleerd hebben. Nederlandse ouders vinden het kennelijk enig dat kinderen rondrennen, andere mensen aanspreken en onder de tafel kruipen.” Het is Van Ditshuyzen een gruwel. „Je moet ze uiteraard betrekken bij het gesprek. Wij lunchten op zondag altijd met de kinderen. Daar steken ze zoveel van op, daar heb je de rest van je leven plezier van.”

Maar misschien wel het beste van de zondaglunch komt ná de lunch; met een volle buik nog even een tukje doen. In Hongarije hebben ze daar een werkwoord voor: terugslapen. Vissza-feküdni!