Krediet kan niet zonder wroeging

Met geld kan schuldgevoel worden afgekocht, maar dat is niet de bedoeling. Elke transactie moet enig ongemak houden, vindt Coen Simon.

‘Het is een nachtmerrie! Hoe zou jij je voelen als het geld waar je je hele leven hard voor hebt gewerkt – eerlijk geld! – zomaar is verdwenen? Een nachtmerrie voor alle Cyprioten.’ Zei een man in de straten van Nicosia afgelopen maandagochtend tegen de NOS-verslaggever ter plaatste na de bekendmaking van het financiële reddingsplan. Alleen Cypriotische spaartegoeden van onder de 100.000 euro zijn daarmee veilig gesteld.

Onze man in de straat, de Nederlandse belastingbetaler, is vooral opgelucht. Zijn euro’s zijn gered. En eerlijk is eerlijk, het is Cyprus’ eigen staatsschuld, dikke bult.

Maar zo concreet is die eigen schuld niet. Tenminste, niet voor de Cyprioot die hard gewerkt en gespaard heeft en nu slachtoffer is van banken die onbeheerste risico’s hebben genomen en een overheid die faalde. De Nederlandse DSB-spaarders zullen dat direct beamen.

Er gapen grote gaten in de begrotingen van Europese lidstaten, maar het grootste gat gaapt tussen wat we schulden noemen en ons schuldgevoel. De schuldencrisis is niet alleen een crisis in een systeem dat krediet op krediet stapelt, ze is vooral het gevolg van het uit het zicht verdwijnen van de onderlinge menselijke betrekkingen die achter elke economische transactie schuilgaan. Niemand voelt zich schuldig over zijn hypotheek, al is het voor de meeste mensen de grootste schuld die ze in hun leven aangaan. We menen juist recht te hebben op deze schuld.

Deze ontwikkeling zou niet denkbaar zijn zonder de uitvinding van geld, aldus Georg Simmel in zijn Philosophie des Geldes (1900). Want door geld heeft de ‘waarde’ zich kunnen verplaatsen van de concrete wereld, opgebouwd uit menselijke activiteiten en onderlinge betrekkingen, naar een mogelijke wereld, geabstraheerd in de munt. Deze loskoppeling heeft geleid tot de persoonlijke vrijheid en emancipatie van het individu zoals wij die nu kennen. Waar de mens tot en met de feodale maatschappij altijd in hechte verbanden diende te leven, om een huishouden draaiende te houden, werd de relatie tussen heren en boeren zakelijker en losser. Zij konden hun goederen en diensten elders halen of aanbieden. Zowel voor de boer, die met zijn pachtgeld loskomt van de heer, als voor de heer, die met het verworven geld in staat is om op allerlei wijzen buiten zijn huishouden te treden.

Maar het abstracte geld, waarschuwde Simmel, ging zich onverschilliger gedragen tegenover de concrete wereld. We zijn minder overgeleverd aan toevallige omstandigheden en voelen ons er minder verantwoordelijk voor. De economie werd een machine waaruit alles te halen is, zolang we er de juiste hoeveelheid muntjes ingooien. De nadruk ligt op het krijgen – niet op de wijze waarop het wordt verkregen. De transactie raakt op de achtergrond en het gewenste product of de dienst op de voorgrond. Als er geld heen en weer is geschoven, lijkt niemand nog bij iemand in het krijt te staan.

Laatst wilde ik een strijksextet van Johannes Brahms downloaden via iTunes. Tegen betaling welteverstaan. Al vliegen de free downloads ons om de oren en kun je via Spotify vrijwel alles ‘gratis beluisteren’, ik hecht aan eerlijke en transparante transacties, aangezien ik zelf afhankelijk ben van de verkoop van mijn boeken. Ik wil geld voor mijn waar en waar voor mijn geld.

Enfin, ik kocht een stuk van Brahms via iTunes: zes nummers, meer niet. Maar het downloaden op mijn iPhone ging anders dan anders. Toen ik het stuk de volgende dag op mijn laptop wilde beluisteren, bleek dat het tweede en vierde deel halverwege ophielden. Het probleem lag bij onvoldoende tegoed op mijn creditcard. Na een telefoontje met Visa en het opwaarderen van mijn creditcard probeerde ik de gemankeerde delen uit het strijksextet opnieuw te downloaden. Maar wat ik ook probeerde, mijn iPhone meldde telkens opnieuw: „U heeft dit item al gekocht.” Ja dat wist ook wel, maar ik had mijn waar nog niet gekregen. Zelfs de hele transactie opnieuw doen bleek geen optie.

Ik zit nog steeds met het gemankeerde muziekstuk, en heb uit armoede inmiddels een andere uitvoering op cd in de winkel gekocht.

Iedereen die weleens uren met zijn provider van digitale diensten aan de telefoon heeft gehangen, herkent dit. We hebben betaald voor iets wat we niet krijgen, maar het is onduidelijk wie bij wie in het krijt staat. Als ik veel moeite doe kan ik via juridische weg mijn gelijk halen, maar daar kan het middel geld niet voor bedoeld zijn.

Dit probleem kan zich dus zo gemakkelijk voordoen, doordat met de succesvolle werking van het geld schuldgevoelens de sfeer van de economische transactie hebben verlaten. En waar schuldgevoel verdwijnt, verdwijnt ook verantwoordelijkheid.

We vergeten dat we alles wat we hebben natuurlijk niet zonder meer verdienen. Volgens de Duitse filosoof Martin Heidegger (1889-1976) is er dan ook geen bezit mogelijk zonder schuld, zonder in het krijt te staan bij iets of iemand die dit bezit mede mogelijk heeft gemaakt. Zelfs dat wat we volkomen eigenhandig bij elkaar hebben verdiend, hebben we nog altijd te danken aan de juiste omstandigheden en de talenten die we meekregen bij onze geboorte. En daarom, schrijft Heidegger in Sein und Zeit, wijst ieder bezit ook op het oneigenlijke ervan – dat wat ons van nature niet eigen is. Een gevoel dat iedereen herkent bij de aankoop van een nieuwe auto. Al heb je er goed voor betaald, je voelt je toch een beetje opgelaten dat dit allemaal zomaar van jou is.

Dat we het schuldgevoel dat bij iedere transactie mee komt liever achter ons laten, blijkt wel uit de mantra’s die we verontschuldigend uitspreken als we muziek, films en boeken zonder betaling downloaden of op andere wijze digitaal verspreiden. ‘Deze ontwikkeling is toch niet tegen te houden, anno nu’, zeggen we dan.

Op dezelfde wijze maakt ook de Nederlandse stichting Bits of Freedom zich hard voor het vrij kunnen delen van digitale informatie – ze noemt dat zelfs een grondrecht. Op de vraag hoe de auteur, de creatieve bron van dit gemeengoed, aan zijn geld komt om in zijn bestaan te kunnen voorzien, volgt dan steevast het antwoord dat er moet worden gezocht naar nieuwe verdienmodellen. Bijna ongemerkt wordt verdienen losgekoppeld van eigendom. Als er maar op een of andere manier geld tegenover staat.

Het gaat mij niet om de vraag hoe dit specifieke debat beslecht moet worden, maar meer om het punt dat het gesteggel rond bezit en eigendom, hoe we het ook verdelen of verrekenen, nooit die schuld oplost waarover Heidegger spreekt, het oneigenlijke deel van eigendom. Er blijft altijd een restschuld die het sociale verkeer niet zal verlaten en telkens moet worden verantwoord. Want wie samen speelt en samen deelt, deelt niet alleen bezit, maar ook schuld. Het ongemak en de schaamte hierover zouden we soms liever willen afkopen, maar daarmee nemen we volgens mij een van de belangrijkste bindende elementen weg: een gedeelde schuld.

„Culturen hebben vooruitgang geboekt voor zover zij in hun geheel, de subculturen, en uiteindelijk de individuen ervan, succesvol waren in het onderhouden van relaties, in schenken, ontvangen en, tenslotte, in het teruggeven”, schrijft antropoloog Marcel Mauss in zijn beroemde essay over de gift Essai sur le don. In dat licht kijkt Mauss ook naar de rol van de zorg en sociale zekerheid, die de Staat volgens hem als compensatie verstrekt voor de gift van de arbeider. Salaris alleen immers, kan nooit teruggeven wat de arbeider in het arbeidsproces van zichzelf gaf.

Als we vergeten dat onze economische formules alleen instrumenten zijn om vat te krijgen op een al te grillige werkelijkheid, dan wordt eerlijkheid een kwestie van tellen en schuld een kwestie van aflossen. Het morele schuldgevoel vormt geen onderdeel meer van dat spel.

De Amerikaanse politiek filosoof Michael Sandel beschrijft in zijn boek Niet alles is te koop een illustratief experiment uit 2000 van de gedragswetenschappers Uri Gneezy en Aldo Rustichini. Het liet zien dat wanneer kinderdagverblijven boetes gaven aan de ouders die hun kinderen te laat ophaalden, deze boetes werden gezien „als een vergoeding die ze bereid waren te betalen”. Met averechts effect: „Het aantal keren dat kinderen te laat werden opgehaald, verdubbelde bijna.”

Het verrekenen van onvrede neemt het schuldgevoel weg dat de motor is van het ethische handelen.

Coen Simon is auteur van ‘Schuldgevoel. Over de behoefte aan dingen die we niet nodig hebben’, het essay van de Maand van de Filosofie dat deze week uit komt.