Intolerantie

Voor een onderzoek moest ik vier uur in de wachtkamer van een ziekenhuis verblijven. Om de twintig minuten kwam er een verpleegster en moest ik in een tuitje blazen. Naast mij in de wachtkamer mopperde een grijze vrouw met een iPad: „Waarom is de batterij nu leeg.” Ondertussen liep een andere vrouw rond en trok

Voor een onderzoek moest ik vier uur in de wachtkamer van een ziekenhuis verblijven. Om de twintig minuten kwam er een verpleegster en moest ik in een tuitje blazen.

Naast mij in de wachtkamer mopperde een grijze vrouw met een iPad: „Waarom is de batterij nu leeg.” Ondertussen liep een andere vrouw rond en trok kastjes open en dicht, zoekend naar iets wat ze gedurende mijn vierurig verblijf niet gevonden heeft.

De verpleegster kwam nogmaals, dit keer opgewekter. „Mevrouw nog één keer en dan bent u klaar. Dan krijgt u ook eten van ons.” Er kwam een glimlach op mijn gezicht. Ik had al 17 uur niet gegeten. Terwijl ik fantaseerde over lekkere hapjes, klaagde de oude vrouw verder: „Ik heb hem toch opgeladen nadat ik dat spelletje heb gespeeld.” Nog 20 minuten en toen was ik klaar met dit lactose-intolerantie-onderzoek. Na de laatste blaastest vroeg de verpleegster enthousiast: „Broodje kaas mevrouw?”

Zoe van de Kerkhof