In de kerk mag je best genieten

Karin van den Broeke (49) is sinds kort de eerste vrouwelijke voorzitter van de Generale Synode van de Protestantse Kerk in Nederland (PKN). „Het is mij er niet om begonnen de kerk overeind te houden.”

Oma

„Mijn ouders kwamen weinig in de kerk. Ik ben wel gedoopt, maar niet echt christelijk opgevoed. Van mijn oma in Zeeland leerde ik psalmen en gezangen. Die liederen over verloren schaapjes die door de herder worden thuisgebracht, gaven me een enorm gevoel van geborgenheid. Dat zat ook in oma zelf: op elk moment van het jaar bakte ze oliebollen als we kwamen. Omdat mijn vader die zo lekker vond. Met een vriendinnetje ging ik later mee naar de zondagsschool: ik herinner me dat ik elke zondag vroeg of we Veilig in Jezus’ armen mochten zingen en dat de juffrouw op een gegeven moment tegen me zei: vandaag gaan we níet ‘Veilig in Jezus’ armen’ zingen! En dat we het kwartje voor de zendingspot wel eens gebruikten om iemand te bellen. Wie had ooit kunnen denken dat dat meisje nog eens preses van de Protestantse Kerk in Nederland zou worden?”

Waarheid

„Ik begon met een studie rechten in Leiden; kwesties rond recht en waarheid boeiden mij. Maar toen ik als student catechisatie volgde bij dominee Carel ter Linden merkte ik dat die vragen daar veel uitgebreider aan de orde kwamen. Toen ben ik overgestapt op theologie. Het is niet zo dat de kerk mij de waarheid heeft gebracht, maar als predikant heb ik wel geleerd om beter na te denken over allerlei vraagstukken.”

Diep verlangen

„Mensen zijn vaak verbaasd dat iemand van buiten de kerk zich er zo thuis kan voelen. Voor mij was het een natuurlijk proces. Ik ben een denker, maar ook iemand met een diep verlangen naar ‘het goede’ – wat dat ook moge zijn. Ik vond het verrassend dat de kerk zo op de maatschappij gericht bleek. En je treft er mensen met wie je je levensvragen kunt delen. Dat maakte de kerk voor mij the place to be.”

Krimp

„Het is mij er als voorzitter van de Protestantse Kerk niet om begonnen de kerk overeind te houden. Ik wil de krimp niet ontkennen, al zijn er nog steeds 2 miljoen PKN-leden. Je kunt daar somber van worden, maar ik kijk liever naar de kracht die in de kerk zit. Het is pijnlijk als een kerkgebouw moet worden afgestoten omdat het niet meer betaalbaar is. Veel mensen hebben herinneringen bij zo’n plek. Maar de kerk is geen doel op zich, al vind ik het een heel mooie structuur. Het is een plek waar mensen alle facetten van het leven kunnen delen: verdriet, huwelijk, geboorte, maar ook het maatschappelijk debat. Er zijn niet zoveel plekken waar dat allemaal samenkomt. Ik hoop dat we de kerk wat kunnen ‘ontzorgen’. Niet gericht zijn op wat eventueel niet meer mogelijk is, maar genieten van wat wel kan. Huwelijksvieringen bijvoorbeeld waarin mensen niet het plichtmatige contract afsluiten, maar kunnen zeggen wat ze echt willen uitspreken tegenover God en elkaar.”

Vrouw in het ambt

„Ik ben me ervan bewust dat er in de Protestantse Kerk een stroming is die principiële bezwaren heeft tegen de vrouw in het ambt. Het hoort bij onze kerk, die is ontstaan door een fusie van hervormden, gereformeerden en lutheranen, dat we kunnen omgaan met verschillen. Dat we elkaar respectvol tegemoet treden. Dat heb ik in de korte tijd van mijn voorzitterschap ook al ervaren. Mijn positie wordt niet betwist.”

Zeeland

„Voordat ik in 2008 predikant werd in het Zeeuwse Wissenkerke-Geersdijk en later ook in Kats-Kortgene, was ik studentenpastor in een vrijzinnige gemeente in Leiden. Daar stonden het zoeken naar een antwoord op de vraag ‘Wie is God?’ en antwoorden op andere lastige vragen centraal. In Zeeland zijn meer mensen die denken dat de dominee de waarheid in pacht heeft. In het begin was ik daar dan ook veel voorzichtiger: ik durfde er niet zo open te zijn over mijn eigen vragen. Maar ik heb ontdekt dat ik geen geloof of antwoorden kan opleggen. Je kunt mensen wel de juiste vragen leren stellen of de mooie kanten van God laten zien, maar ze zijn zelf verantwoordelijk voor wat ze ervan meenemen. ”

Dorpskerk

„Een stadsgemeente en een dorpskerk hebben beide hun charmes. In Leiden had je de prachtige muziek van Huub Oosterhuis en veel kritische gemeenteleden. In een dorp weet je als predikant veel meer van de kerkgangers. In een dorp gelooft heus niet iedereen hetzelfde. Toch móeten die mensen met elkaar in gesprek. In mijn Zeeuwse gemeente is gediscussieerd over het wel of niet zegenen van homoseksuele relaties. Nu lig ik niet snel ergens wakker van, maar van de tegenstand die hier tegen was wel. De emoties bij voor- en tegenstanders, ook bij mij als voorstander, liepen hoog op. Maar het is mooi te zien hoe mensen elkaar ondanks meningsverschillen blijven vasthouden. Inmiddels is besloten dat er ruimte is om homoseksuele relaties te zegenen.”

Watersnoodramp

„Ik geloof sterk in de waarde van gesprekken en ontmoetingen; die kunnen veranderingen brengen. In een fusiekerk als de PKN heb je veel ontmoetingen met andersdenkenden. Ik vind het bijvoorbeeld waardevol om naar orthodoxe protestanten te luisteren, al is dat niet mijn bloedgroep. Als studentenpastor in Leiden had ik te maken met een vrij eenduidige groep: hoogopgeleid, vrijzinnig, links georiënteerd. Dat maakte dat mijn denken over God een beetje stilstond, omdat elke mening geaccepteerd was. In Zeeland word ik meer aan het denken gezet over de rol van God in de wereld. Bij de herdenking van de Watersnoodramp hoorde ik iemand zeggen dat het Gods Oordeel was geweest. Hartverscheurend, dat staat ver van me af. Toch kan ik door mijn predikant-zijn in Zeeland beter begrijpen dat er mensen zijn die zich door zo’n uitspraak getroost voelen: dat de doden thuisgehaald zijn door God.”

Medewerker van God

„Geloven is een levenshouding. Geloof is niet: het voor waar aannemen van bepaalde voorstellingen van God. Natuurlijk draait het in de kerk om het geloof in God, maar ik heb geen idee hoe Hij of Zij eruit ziet. Ik heb ook geen idee of het visioen van recht en vrede ooit werkelijkheid wordt, maar het is wel onze taak als mens om daaraan te werken. Ik zie de mens als medewerker van God, niet als lijdend voorwerp.”

Het goede leven

„Ik ben opgevoed met normen en waarden en die probeer ik over te dragen op mijn kinderen, van 15 en 18. Als we thuis voor het eten bidden, luidt een vaste zin: ‘Leer ons zo te leven dat alle mensen deel kunnen hebben aan het goede leven.’ Daar bedoelen we mee: kunnen wij bijdragen aan een samenleving waarin iedereen dezelfde kansen krijgt? We hebben de kinderen nooit gedwongen om mee te gaan naar de kerk. Wat we hun hebben geleerd over God heeft zich vertaald in een sociale houding. Samen met anderen hebben ze bijvoorbeeld een vakantiekamp georganiseerd voor kinderen uit Tsjernobyl. Daar zagen ze de goede én minder goede kanten van de medemens. Mijn zoon bijvoorbeeld kon er niet goed tegen dat die kinderen maar bleven vragen om materiële dingen, zoals kleding. „We hebben al zoveel voor hen gedaan”, vond hij. Dat soort ervaringen helpt hen een genuanceerde levensvisie te ontwikkelen.”

Starre beelden

„Ik zie het als een belangrijke taak om de beeldvorming over de kerk te veranderen. Ik heb het idee dat er buiten de kerk zulke starre beelden bestaan: dat je in de kerk van alles moet en weinig mag, dat het altijd gaat over het leven na de dood, over een straffende God. Ik zie dat anders: in de kerk kun je veel delen met anderen, kom je mensen tegen die de handen uit de mouwen steken: voor minderbedeelden, voor mensen die troost nodig hebben. Ik hoor er een positieve toon over hulpverlening, zonder cynisme.”

Kerst of Pasen

„Kerst of Pasen? Pasen! Het feest waarop we er aan worden herinnerd ‘dat niet het laatste woord is aan de dood’, zoals Huub Oosterhuis zo mooi heeft gedicht. Kerst begrijpt iedereen. Pasen is het lastige verhaal van kruisiging en opstanding. Toen ik studeerde, in de jaren tachtig, overheerste het beeld van Jezus als een soort activist die bereid was zijn leven te geven. In deze tijd, met zelfmoordcommando’s die ook hun leven geven voor een in hun ogen goed doel, ligt dat beeld moeilijker. Maar Jezus als iemand die bepaalde waarden heeft leren kennen en bereid is daarvoor alles te geven, dat is iets heel moois. Het symboliseert voor mij dat niet het Kwaad, de kruisiging, overwint, maar het Goede, de opstanding, zal doorzetten.”