Ik ben een paria geworden

Na negen jaar onderzoek begint donderdag de omvangrijke strafzaak tegen zakenman Joep van den Nieuwenhuyzen. „Allemaal onzin natuurlijk. Er staat meer waarheid in De Fabeltjeskrant dan in mijn dossier.”

Joep van den Nieuwenhuyzen in zijn werkkamer in AmsterdamZuid Foto Bram Budel

Joep van den Nieuwenhuyzen heeft er zin in. „Ik heb altijd tegen het Openbaar Ministerie gezegd: anytime als jullie er klaar voor zijn ga ik graag het gevecht aan. Ik laat jullie alle hoeken van de rechtszaal zien met die flauwekulverhalen.”

Donderdag is het zover en begint bij de rechtbank van Rotterdam, na tien jaar onderzoek, de omvangrijke strafzaak tegen een van de markantste zakenmannen van Nederland. De rechtbank heeft er 24 zittingsdagen voor ingeruimd. Een van de officieren van Justitie is zwaargewicht Koos Plooij, gespecialiseerd in zware criminaliteit en bekend van de zaak tegen Holleeder.

Van den Nieuwenhuyzen (57) wordt beschuldigd van meineed, omkoping van voormalig directeur Willem Scholten van het Rotterdamse Havenbedrijf, faillissementsfraude rondom zijn in 2004 gevallen defensieconcern RDM, valsheid in geschrifte en bezit van een vals paspoort van de Federale Islamitische Republiek der Comoren.

„Allemaal volstrekte onzin natuurlijk.” Hij zegt over bewijzen te beschikken dat de FIOD willens en wetens het strafdossier heeft gemanipuleerd om maar de premisse van het Openbaar Ministerie – ‘Joep is fout!’ – te kunnen staven. „Er staat meer waarheid in De Fabeltjeskrant dan in mijn dossier. Dit is een aantasting van de rechtsstaat.”

Dit is de houding waarmee Joep van den Nieuwenhuyzen vanaf volgende week naar de rechtbank gaat: getergd, provocerend en supergemotiveerd. Hij is overtuigd van zijn eigen gelijk. „Ik kan alles aantonen.”

Zijn gevoel voor humor heeft hij niet verloren. De afgelopen jaren bereidde Van den Nieuwenhuyzen zich op de zaak voor vanuit een appartement in Amsterdam-Zuid. Op het bordje bij de bel staat het woordje ‘Golf’ – de codenaam die justitie aan het strafrechtelijk onderzoek gaf.

Te midden van trofeeën uit het RDM-tijdperk – maquettes en foto’s van helikopters, tanks en onderzeeboten – staat een grote witte boekenkast met tientallen ordners en pakken papier: het strafdossier. „Ruim 23.000 pagina’s, die ik wel zo’n beetje uit m’n hoofd ken, ja”, zegt de verdachte. Op een lang beukenhouten dressoir staan nog eens 32 ringbanden, op kleur. „Dat zijn stukken uit de RDM-administratie die ik zelf heb verzameld en die niet in het dossier zijn opgenomen.”

Vorig jaar dwong Van den Nieuwenhuyzen bij de rechter toegang af tot de dataroom waar opsporingsdienst FIOD-ECD alle sinds 2004 in beslag genomen informatie uit het RDM-onderzoek heeft verzameld. Er liggen stukken van over de hele wereld: van Curaçao tot Frankrijk, Duitsland, Zwitserland en Nederland. Van den Nieuwenhuyzen verzamelde er 3.000 pagina’s met in zijn ogen ontlastend materiaal die hij wil toevoegen aan het strafdossier.

Die documenten zullen u straks vrijpleiten?

„Dat kan moeilijk anders. In de dataroom heb ik gezien hoe de FIOD te werk is gegaan: ze hebben heel bewust bepaalde stukken niet in het dossier gestopt om ontlastende bewijzen aan de rechter te onthouden. Mensen zeggen wel eens dat het OM tunnelvisie heeft, maar dat is niet zo. Die gasten zijn hartstikke briljant. Om te weten wat je weg moet laten moet je het dossier door en door kennen. De FIOD is in deze zaak verlengstuk van het OM geworden, met één missie: mij veroordelen.”

U hebt onlangs opnieuw getuigen mogen oproepen die eerder belastende verklaringen hadden afgelegd. Hebben zij die ingetrokken nu u ze met het materiaal uit de dataroom heeft kunnen confronteren?

„Velen hebben erkend dat bepaalde documenten in eerdere verhoren niet door de FIOD waren voorgelegd. Maar als je dan vraagt of ze nu anders tegen de zaak aankijken, zeggen ze het zich niet te kunnen herinneren of roepen dat ze de portee niet kunnen beoordelen’. Maar een aantal getuigen hield een compleet ander verhaal dan bij de FIOD-verhoren.”

Uw voormalig financieel directeur Leo van de Voort, medeverdachte in deze zaak, heeft erkend dat hij in augustus 2004 mét u bepaalde contracten van datum heeft veranderd om na het faillissement van een RDM-dochter onderdelen bij het Rotterdamse Havenbedrijf onder te brengen. Valsheid in geschrifte dus.

„Leo heeft tegen de FIOD tien keer gezegd: ik weet het niet! En uiteindelijk toch toegegeven. Maar afgelopen week heeft hij in een brief aan de rechtbank z’n eerdere verklaring ingetrokken.”

Hoe zo? Hij heeft z’n eerdere bekentenis in deze krant herhaald.

„Hij heeft de rechtbank te kennen gegeven zijn bekentenis onder grote druk van de FIOD te hebben gedaan. Er hebben wel meer mensen door de ondervragingstechnieken van de FIOD onwaarheden verklaard.”

Wat voor technieken zijn dat?

„Intimideren, bedreigen, chanteren. De FIOD zet grote druk om bepaalde antwoorden te krijgen. Rechercheurs slaan met de vuist op tafel en roepen ‘als je dit niet gaat verklaren, dan laat ik je oppakken en krijgt je voorlopig je vrouw en kinderen niet te zien’. Ook in creating false memories zijn ze zeer bedreven. Mensen geven antwoorden om er maar van af te zijn. Ze zouden nog verklaren dat John F. Kennedy, Martin Luther King en Robert Kennedy op dezelfde dag zijn doodgeschoten en dat zij dat hebben gedaan.”

Oud-wethouder Havenzaken in Rotterdam, Wim van Sluis, moest ook getuigen. In een interview omschreef hij de kern van de zaak voor hem: uit de leningen aan RDM die door het Havenbedrijf waren gegarandeerd zou u tientallen miljoenen euro’s privé achterover hebben gedrukt. Hij noemde u een oplichter.

„Volslagen belachelijk! Hij heeft die opmerkingen niet voor de rechter-commissaris durven herhalen. Ik heb een kort geding tegen hem aangespannen wegens smaad.”

Oktober 2007, Chateau d’Oex, Zwitserland. Justitie maakt Van den Nieuwenhuyzen duidelijk dat het menens is. De zakenman is de avond daarvoor aangekomen in zijn chalet en hoort geklop. Voor de deur staan vier politieagenten. Of hij mee wil komen naar het bureau in Lausanne. „Ik zei tegen m’n vriendin: tot straks, ik ga even een verklaring afleggen en dan zie ik je vanavond.” Pas drie maanden later komt Van den Nieuwenhuyzen vrij. Hij betaalt een voor Nederland recordborgtocht van 10 miljoen euro. De zakenman heeft dan een maand in een Zwitserse en acht weken in een Nederlandse cel doorgebracht.

Van een vaste gast in vijfsterrenhotels naar de cel. Hoe hebt u dat ervaren?

„Dat ik in hechtenis werd gezet, was totaal overbodig. Sinds justitie in 2005 een onderzoek naar Willem Scholten begon ben ik altijd beschikbaar geweest om te getuigen. De gevangenis in Lausanne was bepaald geen hotel maar daar viel het me nog mee. Ik had een cel op het zuiden met uitzicht op de bergen en het was schitterend najaarsweer. Als ik op een krukje ging staan, kon ik in de zon in de stukken lezen waar ik van werd beschuldigd.”

Was het daarna in Nederland ook zo comfortabel?

„Totaal niet. Ik zat eerst in een politiecel in Slotervaart. Die was heel primitief: een wc, een wasbak en een betonnen bank met een matrasje, met een rol papier als deken. Overdag werd ik bijna permanent verhoord. ’s Nachts – dat was het ergste – werd ik elk uur wakker gemaakt. Dan gaat er een luik open en schijnen ze met een zaklamp op je kop om te kijken of je geen zelfmoord heb gepleegd. Vreselijk. Daarna kwam ik in gevangenis De Schie in Rotterdam terecht. Daar werd ik in volledige beperking gezet. Mocht geen kranten lezen of tv kijken en behalve m’n advocaat geen bezoek ontvangen. Pure pesterij , want in Lausanne had ik vier weken lang wel iedereen kunnen spreken.”

Draai of sla je niet door onder zulke omstandigheden?

„Nee hoor, ik ben niet zo gevoelig voor intimidatie. Je moet sterk in je schoenen staan en precies weten wat je wel en niet hebt gedaan. En zorgen dat je niet te boos wordt.”

Niet altijd weet hij z’n woede in te houden. Als Van den Nieuwenhuyzen over de zaak praat, valt een vurige spreekstijl op, enigszins gedempt door zijn Brabantse tongval. Geregeld verheft hij z’n stem en slaakt kreten als ‘schande’, en ‘bullshit’, of met meer emotie: ‘stelletje oplichters’ en ‘sodeflikker nou op’. Dan herpakt hij zich en begin op rustige, bijna zalvende toon uit te leggen dat de zaak ‘heel eenvoudig’ is.

Ook in de verhoren door justitie die deze krant heeft ingezien, valt die verandering in stemmingen op. Een van de officieren zegt op een gegeven moment: „U wordt iedere keer een beetje geïrriteerd als ik daarover doorvraag.” Waarop Van den Nieuwenhuyzen droog antwoordt: „U mag doorvragen.”

In het strafdossier staat nauwkeurig beschreven hoe u in 2003 grote sommen contant geld bij een Rabobank in Limburg laat opnemen van de rekening van een van uw privévennootschappen. Dat geld is volgens justitie afkomstig van leningen aan het RDM-concern. Hier duikt het beeld op dat uw tegenstanders schetsen: u hebt geld van RDM ontvreemd.

„Wat een onzin. Ook RDM was een privévennootschap. Ik was overal de ultieme aandeelhouder. Ik deed aan concernfinanciering – volstrekt normaal. Als ik een voorschot of een lening voor een project kreeg, dan is dat bedrag niet in één keer nodig. In de tussentijd blijft dat geld niet stilstaan, nee. Daar doe je dan allerlei andere betalingen mee. Of ik het nou zes keer laat rondgaan binnen de bedrijven, of niet, dat beschouw ik als mijn verantwoordelijkheid als directeur van een holding.”

Waarom moesten die bedragen contant worden opgenomen? Het ging met tonnen tegelijk.

„Wat is daar mis mee? Ik heb m’n hele leven veel commissies betaald, aan agenten, aan directeuren. Veel van die mensen willen dat nu eenmaal cash hebben.”

Dat ruikt al snel naar zwart geld.

„Hoezo? Het is niet aan mij om dat aan te melden bij de fiscus. Dat moet de ontvanger doen, niet ik.”

Een contante opname van zeven ton die in briefjes van 500 euro in een plastic tas op de achterbank belandt… Dat lijkt crimineel.

„Wat is daar crimineel aan? Dat was toch mijn eigen geld? Het is te belachelijk voor woorden dat je nog maar 5.000 euro mag opnemen van je eigen rekening.”

Het onderzoek naar deze strafzaak loopt al tien jaar. Uw bedrijven gingen bijna allemaal failliet, curatoren en de Belastingdienst hebben beslag gelegd op uw bezittingen. Kunt u nog werken?

„De zaak heeft enorm veel kapot gemaakt. Vroeger speelde alleen een veroordeling parten, tegenwoordig is door internet de beschuldiging al genoeg. Ik ben zakelijk volkomen geïsoleerd geraakt. Zakenrelaties willen niet met deze meneer in verband worden gebracht. Ik ben een paria geworden, een melaatse. Niet alleen in Nederland, maar in alle landen waar ik actief was. Bij al mijn bedrijven ben ik om die reden teruggetreden als directeur, als commissaris en als aandeelhouder.”

Waar leeft u van?

„ Ik ben adviseur bij een aantal van mijn voormalige bedrijven en bepaalde overheden, onder meer in China. Daar word ik voor betaald. Van sommige bedrijven heb ik een creditcard waar ik van kan trekken.”

Eén beschuldiging van justitie is nogal bizar: u had een diplomatiek paspoort van de Comoren, waarvan de vervaldatum met de hand was verlengd.

„Ja, daar is mee gerommeld, dat ziet iedereen! Maar je denkt toch niet dat ik dat heb gedaan? Je moet echt van de pot gerukt zijn als je daarmee gaat reizen. Ik had daar geen enkele reden toe. Ik heb meer reisdocumenten: een paspoort van Nederland en een Zwitserse verblijfsvergunning, een diplomatiek paspoort van Vanuatu. Ik heb geen vals paspoort nodig. Ik laat mijn verzameling wel eens rondgaan als ik een lezing hou of bij verjaardagsfeestjes. Misschien dat er eens een grappenmaker tussen zat die met zijn pen heeft zitten kloten.”