Het woord is saus geworden

Een fles drank veranderen in een stroperige saus is magisch, zegt thuiskok .

Courtesy Van Zoetendaal

Het woord is vlees geworden’, schreef Johannes, althans in vroegere vertalingen. In de Nieuwe Bijbel Vertaling is het woord ‘mens’ geworden. Misschien maar beter, dat ‘vlees’ klonk altijd nogal eetbaar. Maar wellicht speelde die betekenis ook mee, trilde in dat woord ‘vlees’ het in de liefde gevoelde verlangen mee om de ander op te eten, je helemaal toe te eigenen en zo één te worden. Dat verlangen zit ook in de christelijke liturgie, waarin lichaam en bloed van Christus elke keer aangeboden worden aan de gelovigen: ‘dit is mijn lichaam’ zegt de priester namens de Verlosser als hij de hostie of het brood ophoudt, en ‘dit is mijn bloed’ als de beker wijn wordt aangeboden. Brood en wijn veranderen tijdens de liturgie in lichaam en bloed van Christus.

Een moeilijk mysterie dat menig kind angst heeft aangejaagd: want je kauwt dan, als je het brood eet, op het lichaam van Christus! Die gedachte, waarin de voorstelling van het lichaam wel heel letterlijk wordt genomen, is weer goed voor een traditie waarin de hostie op de tong dient te smelten.

Tijdens een kerkdienst in een klooster hoorde ik de abt dit probleem van de letterlijkheid van de verandering van brood in lichaam eens bespreken. „Wat nu”, zouden gelovigen hem gevraagd hebben, „als het brood van de eucharistie op het altaar blijft liggen na de mis en er komt een muis en die eet van dat brood? Is het lichaam van Christus dan ook in die muis?”

Interessant vraagstuk. Geloven wij dat het lichaam van de koe in ons is als wij biefstuk hebben gegeten? In zekere zin misschien wel. Niet in de zin van ‘de geest van de koe’ is nu ‘in mij’, maar wel in de zin van: de kracht van het vlees en van het bloed wordt aan ons meegedeeld.

Roland Barthes schrijft in zijn Mythologieën over hoe in Frankrijk wijn een mythische drank is, die, zoals dat gaat met mythen, voor van alles en nog wat staat: voor rijkdom, voor goed eten, voor Frans zijn, voor vurigheid, voor genot, voor goed leven. Net zo is ook de Franse biefstuk niet zomaar wat – over de biefstuk wordt in termen van bloed gesproken: je eet hem ‘saignant’, bloedend, of zelfs ‘bleu’, zó rauw dat het bloed nog min of meer blauw is, zegt Barthes.

Zo is ook Christus een bloedend lam en eet men lamsvlees met Pasen en drinkt daar bloed bij – rode wijn.

Brrr, er zit al gauw iets erg bloederigs en hevigs in al die symboliek. Maar ook iets natuurlijks – samen eten maakt de mensen tot een geheel, (één lichaam), en in het verslinden zit zowel overwinnen als internaliseren. Eten maakt je sterk. Eten maakt je anders. Eten is ook een vorm van offeren en het offerdier opeten – een heel oude gewoonte onder mensen.

Jaja – daar denkt niet iedereen aan die op paasmorgen braaf een eitje zit te lepelen. Ook dat ei stikt natuurlijk van de symboliek – nieuw leven uiteraard, maar ook in zichzelf beslotenheid, eeuwig leven.

Als je zo even doordenkt neem je geen hapje meer zonder kannibalistische, dan wel sterk religieuze connotaties: het paasbrood is natuurlijk ook ‘lichaam’ met dat merg, eh pardon, de spijs…

Het woord kan van alles vlees maken hoor, desgewenst.

Ik dacht eraan terwijl ik een regelrechte bloedsaus aan het maken was, van rode wijn, getrokken met groenten en kruiden, en daarna ingekookt tot stroperig en dan tot saus geslagen met boter. Typisch Frans koken was het, een keuken van rijkdom, waarin je een liter rode wijn en verschillende groenten wegtovert om niet meer dan een klein kommetje geconcentreerde saus over te houden. Wel heerlijke saus.

Maar als je een poosje over al dat bloed hebt gedacht, over het offer in christelijke zin, maar ook over het offer in de alledaagse zin van al die koeien naar de slacht, dan begin je weer te verlangen naar bleker eten. Naar voorjaarsachtigheid, naar lieflijkheid. Daar associeer je lammetjes toch ook mee, met bloemen en geblaat, met wollen krulletjes en vrolijke sprongetjes, met hopsasa en tralala. Bloed, biefstuk, rode wijn – het lijkt allemaal echt iets voor de winter.

Vandaar misschien dat we met Pasen eerder ontbijten dan dineren met elkaar – het ontbijt is beloftevoller dan het diner. De hele dag ligt nog voor ons, we eten lichtgekleurde dingen, de zon schijnt (hopelijk).

Een saus op smaak gebracht door drank in te koken is evenzogoed een aantrekkelijk idee – dus neem bier, Leffe blond, lekker onbelast door symboliek, en maak een voorjaarsmosterdsaus.

Er is iets bijna magisch aan de verandering van een fles drank in een stroperige volle saus. En een beetje magie bij het eten mag wel, ook als het niet allemaal zo zwaar symbolisch is.

Overigens maakte die abt duidelijk dat de muis niet het lichaam van Christus had opgegeten. Dat neem je alleen tot je als je het gelooft, zei hij. En een muis heeft geen geloof.

Een muis kan ook geen bier in saus veranderen. Wij wel.