Het geelbuikmarmottenspel

Is het wel fijn, om een geelbuikmarmotje te zijn?

Een kolonie van deze marmotten in de Verenigde Staten wordt al sinds 1962 in de gaten gehouden door biologen, vaak met verrekijkers. Maar niet in de winter. Dan slapen de marmotten.

Stiekem worden de diertjes ook regelmatig één voor één gevangen, om ze te wegen (soms zijn ze wel vijf kilo zwaar!) en om te onderzoeken of het goed met ze gaat. Er wonen nu zo’n achthonderd marmotten, daar in de Rocky Mountains. Een tijdje terug kregen de biologen het idee om eens te kijken naar de jonge marmotten. Tot ze twee zijn spelen ze veel. Daarna worden ze serieus, gemiddeld 13 jaar lang.

Ieder mens weet natuurlijk dat àlle zoogdierkinderen spelen als ze klein zijn. Gewoon omdat dat leuk is. Maar de biologen wilden meer. Heeft dat spel ook nut? Hebben ze er later wat aan, die jonge geelbuikmarmotten?

De biologen keken naar al dat speelse bijten, boksen, achternajagen, pakken, meppen, duwen, aanvallen, beklimmen en worstelen dat bij deze knaagdieren voor spelen doorgaat. Negen jaar lang deden ze dat. Natuurlijk niet iedere dag. Meer dan achtduizend spelsituaties verzamelden de biologen, zorgvuldig alles noterend vanachter hun verrekijkers. En ze keken naar echte gevechten bij volwassen marmotten, die ook wel eens een mep uitdelen om te laten zien wie de baas is.

Na allerlei berekeningen bleek dat kindermarmotten die in de spelletjes winnen, óók later in de grote marmottenwereld de baas gaan spelen. Het geelbuikmarmottenspel is dus oefening voor later, zeggen nu de marmottenbiologen. Misschien is het leuk, maar het spel is zéker nuttig.

Wel zielig voor de marmotten die nooit een spelletje winnen.

Hendrik Spiering

Bron: Proceedings of the Royal Society B, 28 maart.