God op het Binnenhof

In de 96 jaar die zijn gevolgd op de invoering van het algemeen kiesrecht in Nederland was het een zeldzaam verschijnsel: een kabinet waarin geen van de christelijke partijen vertegenwoordigd was. Dat was alleen in de ‘paarse’ periode 1994-2002 (PvdA, VVD en D66) het geval en het is weer de situatie sinds het tweede kabinet-Rutte (VVD en PvdA) vorig jaar aantrad.

Nog nooit in de parlementaire geschiedenis waren de confessionele partijen zo klein als nu. CDA, ChristenUnie en SGP hebben in de Tweede Kamer samen 21 van de 150 zetels. Toch is ‘God’ nadrukkelijk aanwezig in uitingen van het openbaar bestuur. Het Montesquieu Instituut zette dit deze week op een rij, onder het kopje ‘God op het Binnenhof’.

De koningin dient namens de regering wetsvoorstellen bij de Kamer in „bij de gratie Gods” en de koninklijke boodschap wordt aangeboden „in Godes heilige bescherming”. Zo’n 20 procent van de gemeenten begint raadsvergaderingen nog altijd met een ambtsgebed. Ambtsdragers, bijvoorbeeld Kamerleden of rechters, leggen, als ze niet de belofte prefereren, een eed af met de woorden „zo waarlijk helpe mij God Almachtig”, desgewenst in het Fries: „Sa wier helpe my God Almachtich.”

Willem-Alexander wordt straks koning bij de gratie Gods; het is afwachten of hij op Prinsjesdag straks de bede zal uitspreken. De Zondagswet draagt de sporen van de invloed van het christendom op wetgeving. De Nederlandse twee-euromunt, die enige die er groot genoeg voor is, heeft als randschrift GOD * ZIJ * MET * ONS *. Minister Zalm (Financiën, VVD) meende in 1996 dat het uit historisch oogpunt de moeite waard was deze tekst te handhaven.

Folklore, traditie, respect; het kunnen redenen zijn om in wezen achterhaalde formuleringen, in een land waarin velen niet kerkelijk of niet christelijk zijn, in stand te houden. Maar er zijn ook onderwerpen waarbij het van belang is dat de niet-confessionele meerderheid in de Tweede Kamer van haar democratisch recht gebruikmaakt.

Dat is volgens D66 en SP bijvoorbeeld het geval voor de strafbaarstelling van godslastering. Dit in wezen ‘dode’ artikel 147 uit het Wetboek van Strafrecht kan volgens deze partijen worden geschrapt, omdat artikel 137 al voldoende bescherming tegen belediging en discriminatie op ras, religie of geaardheid biedt. Hun wetsvoorstel is nu onderwerp van debat in de Tweede Kamer. Het verrast niet dat de confessionelen er tegen tekeergaan, maar VVD, PvdA en PVV steunen het wel. Dus een parlementaire meerderheid.

Essentiëler is een onderwerp dat later dit jaar nog ter discussie zal komen: de Embryowet. Invoering daarvan was een van de laatste besluiten van het ‘paarse’ kabinet, in 2002, gebruikmakend van het gegeven dat het CDA of een andere confessionele partij zich niet in het centrum van de macht bevond.

Deze wet maakte het mogelijk om embryo’s die overblijven na een reageerbuisbevruchting te gebruiken voor wetenschappelijk onderzoek en medische toepassingen. Dat was daarvoor verboden. Wel kreeg de wet een verbodsbepaling voor het kweken van embryo’s louter voor wetenschappelijk onderzoek. Met de toevoeging dat dit artikel zo kon worden geschrapt als nieuwe wetenschappelijke inzichten daar aanleiding voor zouden geven.

Welnu, eind vorig jaar en ook al eerder is het kabinet verteld dat die aanleiding er allang is. Wetenschappers die via evaluaties van de wet kabinet en Kamer adviseren, spreken van „belemmering van wetenschappelijk onderzoek”. Dat onderzoek kan zich met name richten op veilige, nieuwe voortplantingstechnieken waarvoor embryo’s die bij ivf overblijven minder geschikt zijn. Ook onderzoek naar neurologische aandoeningen en naar blindheid zou erbij gebaat zijn wanneer speciaal daarvoor gekweekte embryo’s konden worden gebruikt.

Het kabinet moet zich nog uitspreken over dit tweede evaluatierapport, maar er ligt al een motie van D66 klaar om het verbod op te heffen. En de christelijke partijen zijn daartegen al te hoop gelopen.

Laat de niet-confessionele meerderheid in de Tweede Kamer nu eens voet bij stuk houden. Laat de embryo’s bovendien geen deel uitmaken van de ‘koehandel’ die VVD en PvdA moeten bedrijven om in de Eerste Kamer tot meerderheden te komen. Laat ook de minderheid nu eens de meerderheid met respect behandelen.