Erudiete anatomische les verzandt in associaties

Hugh Aldersey-Williams: Anatomies. The Human Body, Its Parts and the Stories They Tell. Viking, 294 blz., € 26.

‘Anatomieën’ is een onzinwoord. Anatomie is de leer van de vorm en opbouw van organismen, en bij dat enkelvoud blijft het. Dat vertaalprobleem verbergt dat de titel van het nieuwste boek van Aldersey-Williams briljant gekozen is. Anatomies, in het Engels, heeft vele betekenissen. Anatomische structuren. Anatomische atlassen. Dissecties. Skeletten. Mummies. Lichamen. En, een verouderde betekenis: lichamen die ontleed zullen worden.

Over al die zaken en begrippen gaat Aldersey-Williams’ boek. Dat de Britse non-fictieschrijver een veelvraat is, liet hij eerder al zien. Hij begon zijn carrière met boeken over design, maar schakelde moeiteloos over naar de populaire wetenschap. Vooral zijn vorige boek Periodic Tales (2011) werd goed ontvangen. Het was een veelzijdige verhandeling over de chemische elementen en hoe ze in onze geschiedenis en cultuur zijn ingebed.

Diezelfde anekdotische, multidisciplinaire aanpak kiest hij in Anatomies. Het boek is een verkenning van het menselijk lichaam, in drie delen die ‘Het geheel’, ‘De delen’ en ‘De toekomst’ heten. Aan de losse onderdelen van het lijf wijdt Aldersey-Williams de meeste bladzijden: overzichtelijk verdeeld in hoofdstukken over hart, gezicht, oog, huid, enzovoort.

De Brit maakt in zijn inleiding direct indruk. Hij bezoekt het Mauritshuis in Den Haag en beschrijft hét onvermijdelijke kunstwerk over anatomie: ‘De anatomische les van Dr. Nicolaes Tulp’ van Rembrandt. Meeslepend legt hij uit welke rol dissecties in de Gouden Eeuw hadden, en dat ze er in werkelijkheid nooit zo uitzagen als op het beroemde schilderij. Daarop is het lichaam (van een opgehangen boef die ’t Kint genoemd werd) intact, op de ontlede linkerarm na. In het echt begon de chirurg met het opensnijden van de buik, om zo snel mogelijk de bederfelijke darmen te kunnen verwijderen.

Terzijde leren we ook nog dat Rembrandt de gezonde rechterarm van ’t Kint pas later toevoegde (die was waarschijnlijk al bij leven afgehakt), en dat Dr. Tulp zijn achternaam zelf bedacht had.

Dit hoofdstuk toont de associatieve, erudiete Aldersey-Williams op zijn best. En zo reist hij verder, onder meer langs een les anatomisch tekenen waar hij zich doorheen klungelt. Handig legt hij een verband tussen de geprepareerde ledematen die hij daar ziet, en de tekeningen van beroemde vroege anatomen als Vesalius en William Harvey (de lijfarts van de koningen James I en Charles I).

Als Aldersey-Williams zo de geschiedenis van de anatomische wetenschap behandeld heeft, moet driekwart van het boek nog komen. De auteur toont zich ook daar een opmerkzame verkenner. Hij ziet dat in atlassen het vrouwelijk lichaam altijd wordt beschreven als afgeleide van het mannelijke, en dat het woord ‘atlas’ zo mooi illustreert dat het lichaam geografisch benaderd wordt. Hij telt de metaforen met organen in de werken van Shakespeare (die bedacht de term lily-liver’d voor een zwakkeling).

Het boek is een lappendeken, en Aldersey-Williams versiert die nog verder met strikjes en pailletten. De pink heette in het Latijn auricularis omdat je er zo handig mee in je oor kan peuteren! Het enkele vijgenblad op naakte beelden is een onjuiste weergave van de Bijbel; Adam en Eva maken in Genesis schorten van vijgenbladen! Flaubert beschrijft Emma Bovary’s ogen afwisselend als blauw, zwart en bruin!

De vertelzucht van de Brit is zo ongebreideld dat hij zich niet aan zijn indeling in lichaamsdelen houdt. In ‘Het hart’ stapt hij moeiteloos over naar de nieren, en vervolgens naar orgaantransplantatie in het algemeen. De precisie waarmee hij de Rembrandt beschreef, keert zelden meer terug, en dat is een gemis. Als Aldersey-Williams aparte hoofdstukken had ingeruimd voor onderwerpen die hij nu in een paar alinea’s aanstipt – zoals protheses of de omgang met dode lichamen – had hij de aandacht moeiteloos kunnen vasthouden.

Hester van Santen