Egyptenaren spelen eigen rechter

Sinds in Egypte het repressieve politieapparaat na de revolutie wegviel, zijn al meer dan zeventien burgers gedood bij lynchpartijen. „U moet begrijpen, de frustraties van de mensen zijn overgekookt. Maar wij zijn geen wilden.”

In de tijd van Mubarak volstonden zes politieagenten – drie per shift – ruimschoots om 200.000 mensen in de rij te laten lopen. Die 200.000, dat is het aantal mensen dat voor zijn veiligheid afhankelijk is van het kleine, vervallen politiebureautje in Mahallat Zayyad, een dorpje in de Nijldelta. Maar toen een menigte van enkele duizenden mensen hier vorige week zondag twee jongens doodsloeg en opknoopte, in het volle zicht van het politiebureau, stonden de agenten machteloos.

Egyptenaren vertellen elkaar dat sinds de revolutie van 2011 al zeventien vermeende criminelen zijn gedood bij dergelijke lynchpartijen. In een versie van dit verhaal vonden de zeventien incidenten in één enkele provincie plaats. Als het voorval in Mahallat Zayyad meer aandacht heeft gekregen dan gewoonlijk, is dat omdat verschillende mensen in de meute er filmpjes van hebben gemaakt die ze vervolgens op YouTube hebben geplaatst.

De beelden hebben de aandacht gevestigd op een steeds groter probleem: het wegvallen van het voorheen repressieve politieapparaat en de wetteloosheid die daarvan het gevolg is. „Als mensen het recht in eigen hand nemen, is dat een teken van de dood van de staat”, zei de Egyptische Justitieminister Ahmed Zekki naar aanleiding van het incident in Mahallat Zayyad.

Over de ware toedracht doen verschillende versies de ronde. In Mahallat Zayyad zegt men dat de twee jongens, Mahmoud en Abderrahmane, twee meisjes wilden ontvoeren. Om de reactie te begrijpen moet men weten dat ontvoeringen voor losgeld sinds de revolutie een heuse plaag zijn geworden in Egypte. De voorkeur van de ontvoerders gaat uit naar vrouwen, kinderen, zelfs auto’s.

Iedereen in de streek kent het verhaal van de familie die naar de politie was gestapt nadat een van de vrouwen was gekidnapt. Daar kreeg zij te horen dat de politie niets kon doen, en dat ze maar beter konden betalen. Het hele dorp droeg vervolgens bij om het losgeld van 30.000 Egyptische pond (zo’n 3.500 euro) bij elkaar te krijgen.

De mensen in Mahallat Zayyad praten bedeesd over wat hier is gebeurd: ze weten dat ze nu in heel Egypte bekend staan als bloeddorstige wilden. „Er is spijt, ja”, zegt de uitbater van een snackbar vlakbij de plek waar de lynchpartij plaatsvond. „U moet begrijpen: al de frustraties van de mensen zijn die dag overgekookt. Het was een moment van woede. Het zal niet opnieuw gebeuren. Wij zijn geen wilden.”

In Minyat, aan de overkant van de Damietta-arm van de Nijl, steigert Hamdi Youssef Swidi, de 57-jarige vader van Mahmoud, wanneer de spijt van Mahallat Zayyad ter sprake komt. „Als ze toch zo’n spijt hebben, dat ze mij de moordenaars van mijn zoon komen brengen”, buldert hij.

Swidi heeft handen als grijpkranen en er is niet veel verbeelding voor nodig om te bedenken wat hij met de schuldigen wil doen. Een tante valt hem bij. „Als president Morsi toch zo graag de shari’a, het islamitisch recht, wil invoeren, dan moet hij ons die criminelen bezorgen zodat wij ze kunnen ophangen aan de brug over de Nijl!”

De familie zegt dat Mahmoud, 17, geen enkele reden had om meisjes te kidnappen. Swidi is een rijk man, zegt hij zelf. Dat wil zeggen: hij werkt in de bouw in Koeweit en stuurt elke maand 5.000 pond (575 euro) naar huis. Dat is een hoop geld in de Nijldelta.

Volgens de familie begon het allemaal met dat andere probleem waarmee Egypte momenteel kampt: de brandstofschaarste. Hoe het tekort is ontstaan, kan niemand precies zeggen. De regering heeft niet geanticipeerd op het oogstseizoen, wanneer de landbouwmachines veel extra brandstof nodig hebben, zeggen sommigen. Het is de zwarte markt die het tekort heeft gecreëerd, zeggen anderen. Hoe het ook zij: overal in Egypte staan dezer dagen ellenlange files bij lege benzinestations, in afwachting van de volgende levering. Daarbij lopen de gemoederen soms hoog op.

„Mahmoud kreeg die ochtend telefoon van zijn vriend Abderrahmane”, zegt zijn vader. „Hij zei dat er benzine te krijgen was in Mahallat Zayyad.” Mahmoud is meteen in zijn tuk-tuk gesprongen, de gemotoriseerde driewieler die het voornaamste transportmiddel is in de delta. De rest heeft de familie van horen zeggen.

Aangekomen bij het benzinestation ontstond er ruzie over wie er aan de beurt was. Het ontaardde in een gevecht. De anderen hadden messen en Mahmoud raakte dodelijk gewond. Hij en Abderrahmane werden in een bulldozer gegooid en naar het dorpsplein gevoerd. Op die plek hebben de daders de twee jongens beschuldigd van ontvoering, „om hun gedrag goed te praten”.

De rest is geschiedenis. De jongens werden ondersteboven opgehangen. Abderrahmane zou toen nog in leven zijn geweest. Het was 10.00 uur ’s ochtends toen Mahmoud was vertrokken; om 15.00 uur kreeg de familie telefoon van het ziekenhuis waar de lichamen naartoe waren gebracht.

De waarheid zal wellicht nooit bekend worden. Hussein Hamza Aisa, de eigenaar van het benzinestation waar Mahmoud zou zijn neergestoken, zegt dat het nooit zo heeft kunnen gebeuren. „De benzine wordt altijd ’s avonds laat geleverd en is binnen een uur uitverkocht. Rond die tijd hadden wij helemaal geen benzine.”

Ook Aisa legt het verband met de recente ontvoeringen. „De voorbije maand hebben zeker vier van zulke ontvoeringen plaatsgehad in de streek”, zegt hij. „Toen de mensen hoorden van de poging tot kidnapping, hebben zij onmiddellijk de link gelegd.”

De politieversie is een combinatie van deze verhalen. Er was wel degelijk een jerrycan met benzine in het spel. Er ontstond een dispuut tussen de jongens en een meisje dat de jerrycan claimde. Het meisje is gaan gillen. Van het een kwam het ander. „Het is heel jammer wat er is gebeurd”, zegt ook Aisa’s vrouw. „Het was aan de rechtbank om te beslissen of die jongens schuldig waren of niet.”

Mahallat Zayyad en Minyat zijn feitelijk buitenwijken van het stadje Samannoud, dat aan beide kanten van de Nijlarm ligt, pal op de grens van de provincies Gharbiya en Dakahliya. Sinds de lynchpartij is een bloedvete ontstaan tussen de twee.

„Het normale leven is nog altijd niet teruggekeerd”, zegt vader Swidi. „Kinderen uit Mahallat Zayyad die aan deze kant van de Nijl naar school gaan, durven niet naar de les te gaan, en omgekeerd.” In Mahallat Zayyad zegt de eigenaar van de snackbar dat ook de zaken eronder lijden. „De handelaren hier hebben klanten en leveranciers aan de overkant, maar zij durven de rivier niet meer over te steken.”

Aan beide kanten wordt nu gevreesd voor escalatie. Swidi zegt dat buurtbewoners vorige week donderdag een tuk-tukchauffeur uit Mahallat Zayyad gevangen hebben genomen. „Ze hebben hem hierheen gebracht. Ze zeiden: ‘hij komt uit Mahallat Zayyad, doe met hem wat je wil’. Ik heb de politie gebeld om hem te laten ophalen. Ik wil de moordenaars straffen, niet een onschuldige.”

Swidi zegt dat hij de rechtspraak nog een kans wil geven. Hij heeft Mortada Mansour, een bekende advocaat en medestander van Mubarak in de arm genomen. „Als de schuldigen worden gevonden en ze de doodstraf krijgen, dan ben ik tevreden. Gebeurt dat niet, dan zal ik mijn wraak nemen op Mahallat Zayyad. Want ik heb op de videobeelden goed gezien hoe ze allemaal hebben staan toekijken terwijl de jongens werden opgehangen.”

De politiemannen in Mahallat Zayyad hebben een spreekverbod en mogen dus niet geciteerd worden. Maar vanaf het dak van het politiebureau is het niet moeilijk om je in te leven in hun onmogelijke situatie van die dag.

Ook hier lopen de verhalen uiteen. Volgens de ene versie heeft men de jongens eerst willen uitleveren aan de politie, maar heeft die geweigerd uit angst voor de volkswoede. Volgens de andere versie hebben de politiemannen juist geprobeerd de jongens uit de handen van de meute te redden, maar heeft die zich tegen de politie gekeerd.

Hoe voelt zo’n politieman zich? Hij vond dat het vroeger beter was. Toen had hij tenminste gezag. Nu willen de mensen niet meer luisteren. Maar als ze een probleem hebben, is het wel weer zijn fout. Hij wil meer en betere wapens. Want respect en een goeie opleiding zijn een mooie zaak, maar een goed wapen is toch beter. Hij begrijpt niet waarom de mensen niet van hem houden. Soms voelt het alsof hij een Israëlische soldaat is en het Egyptische volk de Palestijnen. Terwijl hij toch ook maar een gewone Egyptenaar is die zo goed en zo kwaad als het gaat probeert zijn werk te doen.

Ihab Mohammed Youssef begrijpt de frustraties van de politieman. In 2007 nam hij na twintig jaar bij de politie ontslag om samen met zijn vrouw een non-gouvernementele organisatie op te richten: People and Police for Egypt. Tegenwoordig runt hij ook de privé-beveiligingsfirma Risk Free Egypt. „Ik stelde vast dat er een vertrouwensbreuk was”, zegt Youssef in zijn kantoor in Kairo. „De mensen waren bang voor de politie. Maar het moreel bij de politie was ook laag. Wij wilden daar iets aan te doen.”

De revolutie van 25 januari 2011 besliste daar anders over: na drie dagen werd de politie van de straat verdreven. „Bij de politiemannen is er toen iets gebroken”, zegt Youssef. „Van de ene op de andere dag waren zij hun gezag kwijt. De mensen zagen hen plotseling als lafaards.”

Zoals vroeger wordt het nooit meer. „Het gezag van de politieman was gebaseerd op de angst van de burger voor willekeurige arrestatie of foltering. Die angst is weg. Maar toch, je kunt niet zonder politie.”

Over de onveiligheid overdrijven de mensen soms, zegt hij. „Wij komen van bijna nul criminaliteit, dus het is normaal dat de mensen erg zijn geschrokken. En er zijn nieuwe vormen van criminaliteit, zoals de ontvoeringen, waar ook de politie geen raad mee weet.”

Een beetje transparantie zou al helpen. „Het onveiligheidsgevoel komt ook door het gebrek aan statistieken. Daardoor heeft de geruchtenmolen vrij spel.” En inderdaad: van de vier ontvoeringen die aan de basis lagen van de volkswoede in Mahallat Zayyad blijkt er maar eentje echt gebeurd te zijn. De drie andere waren meisjes die van huis waren weggelopen.

Wat nodig is, is een nieuwe visie, zegt Youssef. „In de eerste plaats moeten politie en politiek gescheiden worden. De politie is decennialang ingeprent dat de Moslimbroederschap, toen oppositie, de vijand is. Nu wordt zij gevraagd om de Moslimbroederschap, nu regering, te verdedigen. Soms tegen het volk.”

Eerder deze maand ging een deel van de politie in staking. De stakers eisten meer wapens en een einde aan wat zij, verwijzend naar de Moslimbroederschap, de ‘verbroederisering’ van de politie noemden.

Youssef verwacht niet op korte termijn verandering. „Al deze frustraties kunnen op elk moment tot een geweldige explosie leiden.” In Mahallat Zayyad zegt de eigenaar van de snackbar: „De politie van vroeger willen wij niet terug. Maar de slapende politie die we nu hebben is ook niet goed. Er moet een tussenweg zijn.”