Een zacht nest

Zitten hoeft geen werkwoord meer te zijn. Zachte meubels om in te verdwijnen.

Wanneer een stoel slecht blijkt te verkopen vanwege een te harde aanslag op het achterwerk, zien ontwerpers en fabrikanten zich soms genoodzaakt om een zachte bekleding toe te voegen. De visuele schoonheid van het kale ontwerp brengt een offer aan de dagelijkse behoefte aan comfort.

Rietveld moest daar niets van hebben. Hij hield vol dat zitten een werkwoord is, en dat we dus niet moesten zeuren over het harde hout van zijn ontwerpen. De Franse architect/ontwerper Jean Prouvé was er heel nuchter in en legde voor privégebruik thuis een zachte schapenvacht in zijn elegante, maar tikje ascetische leunstoelen.

De laatste tijd is de zachte toplaag een doel op zichzelf geworden: voor harde eetkamerstoelen, maar ook voor lage loungemeubels. Fauteuils worden voorzien van een losse binnenlaag, zacht en warm als een dekbedje en soms regelrecht vergelijkbaar met de uitneembare voering in een vierseizoenenjas. Alfredo Häberli, die tien jaar geleden een eigentijdse variant van de klassieke orenfauteuil ontwierp, maakte deze onlangs extra comfortabel met een afritsbare donsvoering: „Ik wilde het effect van de stoel als behaaglijk nest benadrukken. Een meubel als een soort toevluchtsoord waarin je je kunt afzonderen in weldadige zachtheid.” De ‘Take a soft line for a walk’, zoals de stoel nu heet, zit als gegoten en houdt zelfs je oren lekker warm. In de zomer rits je de voering er gewoon uit. De merkwaardige Cocon-stoel van het Franse designerduo Les M gebruikt zelfs een slaapzak om de zitter in te pakken.

Hoe kun je zachte meubels duurzaam produceren? Het gebrek aan een milieuvriendelijk alternatief voor het veel gebruikte polyurethaanschuim is een grote hindernis. Maar nieuwe vormen van bekleding geven ook al weldadig comfort: opgevulde en doorgestikte reliëfstoffen en zachte breisels zijn in opkomst. En dan zijn er nog het dekbed en het kussen die in nieuwe verschijningsvormen het zitcomfort verhogen, bijvoorbeeld als binnenbekleding van een harde kunststof zitschaal, zoals in de stoel Husk van Patricia Urquiola. Of als lange, met schuim en dons gevulde ‘worsten’ die door metalen frames worden gevlochten tot een zacht kussenlandschap. Ook het zogenaamde monoblock is terug: meubels die uit één massieve schuimvorm bestaan. Ze zijn rond en zacht en ook nog eens bekleed met reliëfstoffen of aaibaar tricot. De nieuwe zitmeubels zijn kortom, bijzonder knuffelbaar.

Ze komen aardig in de richting van wat de grote Italiaanse ontwerper Vico Magistretti zag als een mooi maar onbereikbaar doel. Zijn droom was het, om ooit een sofa te maken die zuiver en alleen uit kussens zou bestaan.