Column

Dijsselbloem en Cyprus: niet alleen banken en spaargeld, ook politiek

Wacht even – als niet alleen filosofen (en ombudsmannen) beginnen te klagen over de waan van de dag, maar ook door de wol geverfde journalisten zélf, dan is er iets aan de hand. Maar wat precies?

Adjunct-hoofdredacteur Pieter Klein van RTL Nieuws luchtte woensdag op zijn blog (Jeroen Dijsselbloem verdient een standbeeld) eens flink zijn hart over de „laffe karaktermoord” op „onze minister van Financiën” Jeroen Dijsselbloem. Dijsselbloem kreeg half Europa over zich heen, omdat hij in een gesprek met de Financial Times leek te bevestigen dat de aanpak van de Cyprus-crisis, waarbij spaarders hun geld kwijtraken, een „blauwdruk” zal zijn voor volgende crises.

Klein: hij werd „uitgekotst door financiële markten, beschimpt door vooral Angelsaksische journalisten, kleingemaakt door commentatoren, analisten en dat zelfvoldane côterietje van Brusselse bureaucraten, met hun anonieme, miezerige kritiek op de ‘Hollandse schoolmeester’.” Toe maar.

En: „Er klonk zelfs onder journalisten een verlangen naar leugenachtigheid, naar de dagen van de voorganger Jean-Claude Juncker, die als motto had: ‘Als het serieus wordt, moet je soms liegen.’ Ik kreeg de indruk dat het journaille hem met instemming citeerde.”

Dat laatste was een verwijzing naar NRC Handelsblad, dat het nieuws over Dijsselbloem een dag eerder, uiteraard, groot op de voorpagina had, en wel onder de kop: In Brussel moet je niet altijd eerlijk zijn, 26 maart). In de nieuwsanalyse onder die kop haalde correspondent in Brussel Caroline de Gruyter Dijsselbloems voorganger Juncker aan, die ooit zei: „Als het serieus wordt, moet je soms liegen.”

In haar stuk schetste ze de Brusselse receptie van Dijsselbloems woorden, en die was vernietigend. De Gruyter geldt al jaren (ze begon in Brussel in 1999) als voortreffelijk ingevoerd, dus ze kan het weten.

Maar de kop die de redactie boven het stuk zette wekte de indruk dat de krant het eens is met Juncker: niet zo eerlijk zijn, domkop! Dat was niet de bedoeling, de kop moest de lading dekken van de Brusselse reacties. Maar dan had het beter kunnen zijn: In Brussel kun je niet altijd eerlijk zijn. Geen voorschrift, maar een nuchtere vaststelling. Ook dat is trouwens, zeker op de voorpagina, nog altijd een tik op de vingers van Dijsselbloem.

Intussen stond de echte mening van de krant in het commentaar op pagina 2. Met de kop: Dijsselbloem heeft gelijk. Trouwens, ook De Gruyter stelde dat al vast: „Inhoudelijk valt er weinig af te dingen op wat Dijsselbloem zei.” In het commentaar lezen we dan, heel relativerend, dat Dijsselbloem „handiger” had kunnen zijn. Hij maakte een „beginnersfout”, die hem „mag worden vergeven”. Toch heel mild.

Het stuk van De Gruyter leed wel weer aan het fameuze euvel van de anonieme Brusselaren. „In Brussel wordt men een beetje moe van deze Hollandse schoolmeester”, schreef ze. Bovendien, ze besloot haar analyse zo: „Deze incidenten ondermijnen zijn positie en, erger, de geloofwaardigheid van de eurozone.” Dat is, zegt ze, geen persoonlijke mening, maar een feitelijke vaststelling vanuit Brussel. Politici, ambtenaren, analisten, lobbyisten? Behalve van „men” is er sprake van „velen” en van een „algemene opvatting”. Maar wie zijn dat? Elke omschrijving zou helpen.

Nu heeft De Gruyter eerder geschreven over de praktische onmogelijkheid om topmensen in Brussel onder naam te citeren (Even onder ons: je moet spaargeld gaan spreiden, 14 december 2011). Daar moet je het mee doen. Ook als journalist kun je in Brussel niet te eerlijk, pardon openhartig zijn. Ik vroeg haar hoe je de bronnen voor dit stuk dan op zijn minst nader zou kunnen omschrijven, en we kwamen uit op „nationale en Europese functionarissen” in het hart van de crisis. Goed, dat is tenminste iets.

Of die gelijk krijgen, over Dijsselbloem, moeten we zien. De Financial Times prees Dijsselbloem dinsdag alweer in een commentaar, dat ook in deze krant werd afgedrukt (Dijsselbloem moet juist worden toegejuicht, 29 maart). „Hij verdient lof, geen hoon”, aldus de krant die hem het woord template leerde kennen. Wat hem overigens door RTL’s Frits Wester nogal schoolmeesterachtig werd ingepeperd.

O ja, over dat woord: niet-journalisten onder de lezers (de meesten) wezen op de onjuiste vertaling als „blauwdruk”. Een template is geen blauwdruk (blueprint), maar een sjabloon. Een blauwdruk heeft uitgewerkte details, een sjabloon is een algemeen kader.

Maar eigenlijk viel iets anders me nog veel meer op.

De krant heeft keihard gewerkt aan de Cyprus-berichtgeving, De Gruyter en redacteuren Economie en Buitenland voorop: elke dag prima, informatieve stukken.

Maar het stond allemaal wel heel sterk in een vrij technisch, monetair-financieel kader: een pandemonium van financiële experts, marktanalisten, economen en bankiers. Logisch natuurlijk, maar dit is ook een politiek verhaal. Cyprus ligt aan de „rafelrand” van de Unie, onder Turkije, voor de kust van Syrië en Israël. Kan Europa het zich permitteren dat daar een corrupte failed state ontstaat?

De Gruyter zette dat probleem helder uiteen in een stuk dat al op maandag in nrc.next stond, en gisteren gelukkig ook in NRC Handelsblad (Bij redding van Cyprus staat voor Europa meer op het spel dan alleen geld, 29 maart).De kop zegt het al.

Zo’n ‘geopolitieke’ (of, als dat te gewichtig klinkt: grensoverschrijdende) aanpak, waarin politieke, economische en strategische belangen in samenhang worden belicht, kan dan goede diensten bewijzen. Je ziet het geregeld in de bijlage De Wereld. Er zijn dus blauwdrukken voor. Of templates.

Op den duur misschien nóg interessanter dan het loven en bieden over onze minister.

Sjoerd de Jong is ombudsman van NRC Handelsblad. Statuten www.nrc.nl/ombudsman. Reacties ombudsman@nrc.nl