De vastgelopen universiteit

Bij de Vrije Universiteit Amsterdam zijn de verhoudingen verziekt. Docenten vinden geen gehoor voor hun onvrede, beleidsplannen lopen stuk op de autonomie van de faculteiten. Gisteren vertrok de rector magnificus. Hoe de VU een koekjesfabriek werd.

Op de gang klinkt gezang en aanzwellend tromgeroffel. Binnen is de spanning voelbaar. Het is woensdag 23 mei 2012. In een warm zaaltje van de Vrije Universiteit zit de ondernemingsraad tegenover het college van bestuur van de Amsterdamse onderwijsinstelling.

Dan zwiepen de deuren open. Tweehonderd medewerkers, die zich de Verontruste VU’ers noemen, betreden de zaal, tot grote schrik van de twee aanwezige collegeleden: rector magnificus Lex Bouter en Bernadette Langius. Ze rennen, gevolgd door hun stafleden, de zaal uit. Ze zijn bang te worden bekogeld, of nog erger: te worden aangevlogen. Hun bezuinigingsplannen hebben de gemoederen danig verhit in de achterliggende maanden. Pas als het in allerijl opgetrommelde beveiligingspersoneel is gearriveerd, keren de wit weggetrokken collegeleden terug.

Opvallende afwezige is collegevoorzitter René Smit. Hij zit in het buitenland. Dat is geen toeval, want sinds zijn aantreden in september 2005 is het credo: expansie. Ook buiten de landsgrenzen moet de VU zich laten gelden. De ooit kleine, christelijke universiteit moet de schroom van zich afwerpen en tot de top gaan behoren. „De groei die wij een paar jaar geleden hebben ingezet, zet zich onverminderd voort”, constateert hij begin 2007 tevreden.

Smit markeert in alles een nieuw tijdperk. De voormalig havenwethouder in Rotterdam heeft niet aan de VU gestudeerd en is niet gereformeerd. Hij is ook niet gepromoveerd, zoals zijn voorganger Wim Noomen, die na zijn studie aan de VU opklom tot hoogleraar voor hij collegevoorzitter werd.

Met Smit doet het marktdenken zijn intrede op de VU, inclusief de salarissen die daar bij horen. Was Noomen in zijn laatste jaar nog goed voor 161.500 euro, aan Smit is de VU in 2006 al 245.900 euro kwijt. Hij zegt daarover nu: „Ik wilde horizontaal oversteken vanaf mijn vorige baan. Daar is mee ingestemd.”

Ook Lex Bouter, die in 2006 Taede Sminia opvolgt als rector magnificus, profiteert van de nieuwe omstandigheden. Met 200.800 euro streeft ook hij in zijn eerste jaar zijn voorganger voorbij. De VU behoort op slag tot de best betalende universiteiten van het land.

AMSTERDAM - VU MC, VU, Medisch Centrum, Vrije Universiteit, ziekenhuis, hoorcollege, collegezaal, studenten, belangstelling, collebanken, college
ANP-COPYRIGHT DIJKSTRA BV
Dijkstra bv

Een half jaar voor zijn vertrek stelt Sminia op verzoek van de raad van toezicht een lijstje op met mogelijke opvolgers. Op dat lijstje staan vijftien namen, waaronder die van Bouter, met een korte karakterisering. Sminia: „Bij Lex stond: goed in onderzoek maar minder betrokken geweest bij het onderwijs en het bestuur.”

Het vertrek van de VU-boegbeelden Noomen en Sminia laat zich voelen. De sfeer is anders, merken medewerkers. Het is niet langer mogelijk zomaar binnen te lopen bij de collegeleden. Symbolisch voor de verwijdering is het vertrek van het bestuur en de staf naar een pand in Amstelveen, in 2008. Om ruimte te maken voor onderwijs en onderzoek, stelt Smit. „Dan kom je in een bestuurlijke cocon terecht”, zegt Ottho Heldring, voorzitter van de ondernemingsraad. „De kans dat je nog spontaan een docent, laat staan een student, tegen het lijf loopt, is minimaal.”

De aanhoudende groei van het aantal studenten leidt tot steeds grotere problemen. De collegezalen puilen uit, het ICT-netwerk kan de vraag met regelmaat niet aan en er staan lange wachtrijen bij de liften. De VU kraakt in haar voegen. Aan onderhoud wordt slechts het hoogst noodzakelijke gedaan, waardoor apparatuur niet werkt en muizen de mensa bevolken. Dit alles tot ontevredenheid van de studenten. In landelijke studentenenquêtes scoort de VU steeds slechter.

Het onderwijzend personeel klaagt in toenemende mate over de opgeschroefde productienormen en een niet-aflatende verantwoordingsdruk. Alles wordt geëvalueerd, cijfers en matrices zijn het ijkpunt. „Studentenevaluaties vindt men heel belangrijk”, zegt docent sociologie Boris Slijper, voorman van de Verontruste VU’ers. „En dat vind ik ook.” Het probleem zit hem echter in het feit dat docenten zijn verplicht aan te geven wat ze met de feedback van de studenten doen, ook al is de respons minimaal of aantoonbaar een studentengrap. Een ervaren docente die niet met naam wil worden genoemd: „In de top van de VU heerst een fundamenteel wantrouwen ten aanzien van het onderwijzend personeel.”

De bestuurders op hun beurt zien zich geconfronteerd met een logge organisatie waar de talrijke faculteiten vooral hun eigen gang willen gaan, met alle kosten die daar bij horen. Zo bestaan er tien cum laude-regelingen en hebben de faculteiten allemaal hun eigen ICT-systeem. Smit: „Dat is niet meer van deze tijd.” Meer dan eens vergelijkt hij de VU met een onderneming. Stroomlijning van de bedrijfsvoering is dan ook het credo van het bestuur. In de woorden van Smit: „Wat is afgesproken, doe je goed en tegen de laagste prijs.”

In 2009 boekt de VU een negatief financieel resultaat van ruim 11 miljoen euro, mede door de inhuur op grote schaal van externe krachten. De al eerder aangekochte derivaten, die nog niet worden afgedekt door een lening, zijn een extra reden tot zorg. „De beweeglijkheid van de cijfers is in dit tijdsgewricht een aandachtspunt”, concludeert Smit in het jaarverslag.

Begin dat jaar heeft het bestuur een nieuw plan opgesteld dat het tij moet keren. De VU zoals die was, is niet meer van deze tijd, is de conclusie van Smit. Het moet anders. Radicaal anders. In de woorden van Smit nu: „Het was tijd voor een business process redesign.” In de praktijk betekent dat een bezuiniging van 33 miljoen euro, waardoor 350 arbeidsplaatsen zullen verdwijnen, met name bij ondersteunende diensten, zoals de bibliotheek. Er is volgens Smit geen andere keuze. „We hebben te lang met de kaasschaaf geprobeerd de organisatie te veranderen. Dat leverde niet de gewenste resultaten op.”

Om zijn verhaal kracht bij te zetten, put Smit tegenover het personeel bij herhaling uit zijn arsenaal meteorologische metaforen. Zijn favoriet: „Er is zwaar weer op komst.” Een stelling die de ondernemingsraad bestrijdt. Als het bestuur zich daar niet ontvankelijk voor toont, schakelt het personeel adviesbureau Berenschot in. Hun rapport hekelt de onderbouwing van de gestelde bezuiniging; van verbetering van de onderwijskwaliteit is al helemaal geen sprake. Smit, door zijn wetenschappelijke criticasters spottend doctorandus Smit genoemd, is niet onder de indruk. Er moet nu bovenal tempo worden gemaakt om niet nog verder achterop te raken. Docent Slijper: „Het kost heel veel moeite om het college uit te leggen dat wíj de universiteit zijn en zíj het ondersteunend personeel.”

De stemming op de VU wordt steeds negatiever. Docenten vinden geen gehoor voor hun onvrede, beleidsplannen van het college lopen met regelmaat stuk op de autonomie van de faculteiten. Tot irritatie van Smit. „Bij de VU zijn veel mensen medeverantwoordelijk. Dat is goed, maar het is ook wel vermoeiend.”

Collegevoorzitter wordt spottend ‘doctorandus Smit’ genoemd

Zo is de ambitie om een internationaal hoog aangeslagen onderzoeksuniversiteit te willen zijn lastig te verenigen met de traditionele, emancipatoire functie van de VU. Waar van oudsher het gereformeerde smaldeel van de samenleving werd onderwezen, vormen een grote groep allochtone studenten nu de nieuwe ‘kleine luyden’ die worden verheven. Decaan sociale wetenschappen Anton Hemerijck: „Dat is mooi, maar die komen niet allemaal van het gymnasium. Voor deze groep moet je extra inspanningen plegen.” Iets wat in de praktijk lastig blijkt.

In mei 2012 publiceert de groep medewerkers die zich de Verontruste VU’ers noemt het manifest Dekolonisatie van de VU – De koekjesfabriek voorbij. Een universiteit is geen fabriek, het opschroeven van de snelheid van de productieband heeft dan ook geen zin, is hun stelling. Ook tot verbazing van de opstellers zelf zwelt het verzet op de doorgaans ingetogen VU aan, al dringt dat nog niet door tot de bestuurskamer. Ook de raad van toezicht is niet onder de indruk. „Als het personeel met spandoeken voor onze deur komt demonstreren, zeg ik dat ze aan het verkeerde adres zijn”, zegt voorzitter Cees Veerman in juni tegen het universiteitsblad Ad Valvas.

In augustus moet Veerman wel aan de bak. Nadat een conflict op de longafdeling van het VU Medisch Centrum is geëscaleerd, loopt een real life -televisieserie door onzorgvuldig handelen uit op een publicitair drama. De raad van bestuur van het ziekenhuis, waar Veerman ook op toeziet, vertrekt noodgedwongen. Het imago van de ooit zo degelijke VU ligt aan diggelen.

Een week later grijpen verontruste hoogleraren, docenten en medewerkers van de universiteit de opening van het academisch jaar aan om hun protest kracht bij te zetten. Hun alternatieve opening haalt alle media. Het bestuur ziet de ontwikkelingen bezorgd aan. Rector Bouter probeert de angel uit het verzet te halen. Op 25 september ontvangt hij een afvaardiging van de Verontruste VU’ers op zijn kamer. Hij hoort ze aan maar probeert vooral de schade te beperken. Hij vraagt ze het verzet te staken. De boodschap van Bouter: we hebben met het VUmc al genoeg reputatieschade opgelopen.

Maar de veenbrand is niet meer te stoppen. Ook de decanen keren zich tegen de plannen van het college. Dat wil niet alleen de ondersteunde diensten reorganiseren, maar ook een aantal faculteiten laten fuseren. Dat voornemen valt in slechte aarde, temeer omdat de communicatie over de plannen andermaal hapert. In een poging de schade bij de machtige decanen te beperken, stelt het college dat de verkenning van de fusiemogelijkheden „te beperkt blijkt te zijn geweest”. Het is het zoveelste plan van Smit dat hapert. De onrust is er niet minder om.

Smit en Bouter bezoeken daarom de faculteiten. Bouter krijgt het begin oktober bij de rechtenfaculteit, waar de studenttevredenheid het hardst is gedaald, zwaar te verduren. „Al werk ik me suf om het allerbeste onderwijs te geven, als ik eerst een tijd bezig ben een beschikbare collegezaal te zoeken, geven studenten me toch een slechte beoordeling”, zegt een docent. Bouter trekt het boetekleed aan en zegt te betreuren dat het beeld is ontstaan dat bezuinigen het doel is en niet de verbetering van de onderwijskwaliteit. „Dat hebben wij niet goed gecommuniceerd.”

De voorgenomen reorganisatie loopt intussen flinke vertraging op. De ondernemingsraad ziet in de zomer van 2012 geen andere uitweg meer dan een rechtszaak om het college van koers te doen veranderen. Smit deinst er niet voor terug als Ottho Heldring, voorzitter van de ondernemingsraad, hem met een advocaat van het voornemen op de hoogte brengt. Op 15 augustus 2012 deponeert Heldring de stukken bij de ondernemingskamer van de Amsterdamse rechtbank. In Zwolle zit oud-collegevoorzitter Wim Noomen zich te verbijten. „Een rechtszaak. Zover mag het nooit komen, zeker niet bij de VU”, zegt hij. Oud-rector Taede Sminia hoort op een borrel van de rechtsgang. „Ik schrok me kapot. Zo ga je in een professionele organisatie niet met elkaar om.”

Uiteindelijk haalt de tijd tot de zaak dient de druk van de ketel. De ingeschakelde mediator Roland van de Kamp weet op het laatste moment een juridische strijd te voorkomen. Van de Kamp: „Dat viel nog niet mee, want de sfeer die ik aantrof was een mengeling van vooringenomenheid, grote ergernis en spanningen.”

In het najaar van 2012 huurt het college van bestuur een bureau in dat de VU onderwerpt aan een onderzoek dat duidelijk moet maken of de universiteit klaar is voor de zogenoemde instellingstoets die momenteel door alle Nederlandse universiteiten wordt gedaan. Als een instelling slaagt voor deze test, betekent dit dat men in staat is de kwaliteit van de eigen opleidingen te waarborgen. Een universiteit die de toets niet haalt, krijgt te maken met een intensiever toezicht op de individuele opleidingen door de Nederlands-Vlaamse Accreditatieorganisatie (NVAO), die verantwoordelijk is voor de kwaliteit van het hoger onderwijs.

Als onderdeel van het onderzoek stelt het college van bestuur een ‘kritische zelfreflectie’ op. In die vertrouwelijke notitie schrijven ze eind 2012 dat de laatste jaren ‘een lawine’ aan innovatie in het onderwijs en de onderwijskwaliteitszorg op gang is gebracht. „In het najaar van 2012 bleek het noodzakelijk om de vele beleidsvoornemens met elkaar in verband te brengen en te prioriteren.”

In januari 2013 velt de commissie haar finale oordeel. „Veel zaken lopen door elkaar. Projecten worden veelal niet afgemaakt; er is veel in gang gezet maar het lijkt niet te beklijven.” Bovendien speelt „de nadruk op formele processen en het gebrek aan aandacht voor informele contacten de VU parten”. Ruim twee weken later brengt de VU een persbericht uit: „De kwaliteitszorg voor het onderwijs is nog niet voldoende op orde.” Uit voorzorg stelt de VU de accreditatietoets voor onbepaalde tijd uit.

Hierop ontstaat onrust binnen het college van decanen, het genootschap van hoogleraren dat de twaalf faculteiten van de VU bestuurt. Tijdens een ingelaste vergadering, afgelopen maandagavond, blijkt dat een meerderheid geen vertrouwen meer heeft in het college van bestuur. Dat mailen ze aan Cees Veerman, de voorzitter van de raad van toezicht.

Als Smit op woensdag door deze krant wordt geconfronteerd met het opgezegde vertrouwen, reageert hij verbaasd. „Dit moet een misverstand zijn. Mijn relatie met de decanen is heel erg goed.”

Ook Veerman is verrast, maar spreekt zijn vertrouwen uit in het bestuur. Hij roept op tot overleg tussen het college en de decanen. Dat volgt donderdag. Op de agenda: de mail van de decanen. Smit: „Ik heb die niet geïnterpreteerd als motie van wantrouwen, maar als een aanmoediging elkaar stevig in de ogen te kijken.”

Gisteren, op Goede Vrijdag, is de ontknoping daar: rector Lex Bouter treedt met onmiddellijke ingang terug. Smit, die zijn termijn die afloopt op 1 november mag afmaken: „Dat is treurig om te moeten meemaken.”

Hij vindt zichzelf geen aangeschoten wild. „Nee, totaal niet. Ik vervolg met energie mijn spoor bij de VU.”