De beste Belg die de Ronde nooit won

Freddy Maertens won veel, maar niet de Ronde van Vlaanderen. Nu leidt hij gasten rond in het museum van de Ronde.

Drie zoenen op de wang van wielerlegende Freddy Maertens, die hem een nagemaakte voorpagina van Het Nieuwsblad overhandigt. Daar staat hij, Willy Debrakeleer, 85 jaar jong, op de foto tussen Peter van Petegem en Tom Boonen als denkbeeldige winnaar van de Ronde van Vlaanderen. Een gedroomde apotheose van de rondleiding die hij deze ochtend kreeg van Maertens in het Centrum Ronde van Vlaanderen, samen met een groep van oudere wielerfans. Freddy was een formidabele coureur, mijmert Debrakeleer, ‘Den Brak’ voor intimi. „Ik ben altijd supporter van hem geweest. Hij heeft alles gewonnen, en toch is hij mens gebleven.”

Alles gewonnen? Maertens (61), tegenwoordig niet alleen gastheer in het Centrum Ronde van Vlaanderen, maar ook wieleranalist voor Het Nieuwsblad, won als renner veel en van alles. Liefst 52 zeges in 1976, 53 een jaar later. Wereldtitels, klassiekers, groene truien. Nog altijd is de West-Vlaming recordhouder met acht ritzeges in één Tour de France (1976) en dertien (plus eindzege) in de Ronde van Spanje van 1977. Diepe dalen kende hij, problemen met alcohol, een wonderbaarlijke comeback. Een leven in Wit en Zwart heet zijn vorig jaar verschenen biografie, van de Vlaamse journalist Rik Van Walleghem, tevens directeur van het Centrum Ronde van Vlaanderen in Oudenaarde, morgen finishplaats van de 97ste editie van ‘Vlaanderens Mooiste’.

Alles gewonnen, maar niet die ene. Hoe vaak versloeg Maertens niet zijn grote tijdgenoten als Eddy Merckx, Walter Godefroot, Roger De Vlaeminck, Francesco Moser of Jan Raas? Stuk voor stuk renners die de Ronde van Vlaanderen één of meer keren wonnen. „Ja, het is waar, ik ben misschien de beste Vlaamse renner die de Ronde nooit won”, zegt Maertens achter een bordje soep in het café van het Centrum. Achteraf bekeken is dat een gemis. Ik ben twee maal tweede geweest, een keer vijfde, een keer zesde, een keer achtste. Maar ik heb ’m nooit niet gewonnen. ”

Bijna was het in 1973, zijn debuutjaar bij de profs, direct raak. „Er reed een bepaalde renner mee in die tijd. Merckx, ja. Als je goed was kon je hem volgen, anders niet. Dat is mij gelukt.” Met vier man naar de finish: Merckx, Eric Leman, Willy De Geest en Maertens. Zal De Geest tegen betaling de sprint voor hem aantrekken? Ploegleider Briek Schotte acht een investering niet nodig. Leman wint, vóór Maertens. „Briek was een toffe man tot en met, goed voor jonge renners. Maar als het op geld aankwam… Totaal anders. Ik had bij mijn debuut de Ronde kunnen winnen, dat is achteraf wel een beetje spijtig.”

Begrijp hem goed, zijn verhaal moet geen klaagzang worden van gemiste kansen. „Het is nou eenmaal zo gelopen. En ik mag dan nooit niet gewonnen hebben, maar ze spreken toch nog altijd van de Ronde van 1977.” Een van meest memorabele edities ooit. Drie man op kop: Merckx, De Vlaeminck en Maertens, de gedroomde kopgroep van iedere Vlaamse fan. Merckx lost, kapot. Maertens rijdt vol door, zonder De Vlaeminck ooit te vragen om over te nemen. Vreemd?

De Vlaeminck wist niet dat Maertens eerder in de wedstrijd voor de Koppenberg een andere fiets had genomen, aangereikt door verzorger Jef D’Hont langs de kant. „UCI-commissaris Jos Fabri, hij is intussen gestorven, kwam naast me rijden en zei: ‘ge zijt uit koers’. Maar dat wil zeggen: stoppen, rugnummer afdoen, fiets in de wagen zetten. Fabri moest daarop toezien, maar deed dat niet. [Ploegleider] Lomme Driessens zei: ‘Freddy, rijd door, dan hebben we alle publiciteit’. Wat gebeurt? Fabri komt de laatste kilometer terug bij mij en zegt: ‘omdat je zo goed gereden hebt, mag je toch meesprinten’. Toen heb ik een drinkbus gepakt en tegen z’n kop gesmeten. Als ik dat had geweten, had ik een heel andere koers gereden. Nog steeds heb ik heel veel spijt dat ik De Vlaeminck er die dag niet afgereden heb op de Muur. Dan hadden ze mij nooit durven declasseren en had ik de Ronde gewonnen. Maar zo is het niet gegaan.”

Nooit gewonnen in de koers van zijn dromen, van zijn eerste wielerherinneringen ook, in de jaren zestig met vader en drie broertjes langs de kant. „We gingen er elk jaar naartoe, het was dé dag om erbij te zijn. In de zone van de hellingen zag je het afzien. Dat zette mij aan om zelf ook renner te worden. Mijn favoriet is altijd Rik Van Looy geweest. En al die mensen! Je gaat langs een stuk weg staan, naast een minister, advocaat of een pastoor. De verschillen vallen allemaal weg als de Ronde voorbij komt. Dat vind ik vooral zo tof.”

Tussen de fans voelt hij zich nog steeds thuis, in het Centrum Ronde van Vlaanderen. Zondag zal hij er de hele dag bij zijn. „Ik hoop op een schone koers.” Met de Slowaak Peter Sagan als favoriet. „Spreekt me zeer aan, Sagan. Zijn erelijst begint steeds meer te lijken op de mijne. Een rittenkaper, en zijn klassieke erelijst is nog niet vol.” Verwacht van Maertens geen kritiek op de huidige lichting, zoals zijn voormalige rivaal De Vlaeminck die soms uit. „Dat vind ik dom. Gun de kampioenen van nu hun glorie. Wij hebben onze glorietijd gehad.”

Supporter Willy Debrakeleer biedt koffie aan en vraagt wanneer Maertens zelf de Ronde ook al weer won. „Niet?” Het ongeloof kent geen grenzen. „In elke groep die ik rondleid, stelt wel iemand een keer de vraag”, zegt Maertens. „Dan zeg ik nee. Niets meer aan te doen.”