'Dat spoor ligt daar maar ongebruikt - ik vind het een blamage'

De overheid „beschermt” de NS en dat is „oneerlijk”, zegt Anne Hettinga van vervoersbedrijf Arriva. Zonder concurrentie verbetert er volgens hem niets in het openbaar vervoer. „Maar dat gaat veranderen”, kondigt hij aan.

De ochtend na het interview belt hij nog even. Maar niet omdat hij iets terug wil nemen. Anne Hettinga, directeur van vervoersbedrijf Arriva Nederland, wil juist nog iets toevoegen. Over de Fyra. Of beter gezegd: over vervanging daarvoor.

Arriva, een dochter van het Duitse staatsbedrijf Deutsche Bahn (40 miljard euro omzet; tien keer zo veel als NS), wil helpen dat er weer treinen gaan rijden op de hogesnelheidslijn van Amsterdam naar Brussel. Daar werd de gloednieuwe Fyra deze winter na nog geen zes weken uit dienst genomen. Liefst zo snel mogelijk. „Er ligt een spoor ter waarde van miljarden. Daar wordt nu geen gebruik van gemaakt.” Hettinga heeft een helder standpunt. „Een blamage.”

De Arriva-directeur wil hierover praten met staatssecretaris Wilma Mansveld (Infrastructuur en Milieu, PvdA), die de lijn aanbesteedt, en de Nederlandse Spoorwegen, die op de lijn mag rijden. „Met Deutsche Bahn achter ons denk ik dat wij zeker kunnen helpen het probleem op te lossen.” Deutsche Bahn heeft immers, zegt Hettinga, „de nodige ervaring en financiële middelen”.

Over hoe die oplossing eruit moet zien – grijsrode Duitse treinen op het spoor? – wil Hettinga nog niets kwijt.

De NS was deze winter niet de enige vervoeder met sores. Arriva (4.000 werknemers) nam in december twee bus- en twee treinconcessies over. Daardoor werd het bedrijf twee keer zo groot.

Na de overdracht van het busvervoer in Zuid-Holland Noord ging het mis met de reizigersinformatie – het was niet duidelijk welke bus waarheen ging. Op de nieuw verworven treinlijn tussen Arnhem en Winterswijk ontstonden storingen door problemen met de deuren. Veel aandacht was er niet voor – de haperende Fyra eiste alle aandacht op.

Daar bent u mooi mee weggekomen.

„We zijn goed weggekomen ja, want we hebben het allemaal in no time opgelost. Je moet dit in perspectief bekijken. We hebben begin december vier concessies overgenomen; twee bus, twee trein. En ja, rond Leiden hebben we inderdaad probleempjes gehad met de reizigersinformatie.”

Dat vonden de reizigers zelf meer dan een ‘probleempje’.

Hettinga articuleert duidelijk. „Oké, pro-ble-men. Maar als wij van de ene op de andere dag een bus- of treindienst van een andere vervoerder overnemen, mag je niet verwachten dat dat helemaal vlekkeloos verloopt.”

Waarom niet?

„We werken met nieuw personeel, nieuw materieel en een nieuwe dienstregeling. Het is irreëel om te verwachten dat dat allemaal in één keer goed gaat. We hadden last van technische problemen. Je mag nooit tevreden zijn, maar ik ben er trots op dat onze mensen de situatie in korte tijd hebben kunnen verbeteren.”

Reist u zelf vaak met de trein?

„Ja. Bus idem dito. Niet alles is even goed te bereiken, maar ik probeer het openbaar vervoer vaak te gebruiken.”

Als u op een treinstation overstapt en wisselt van vervoerder, weet u direct bij welke paal u tussentijds moet in- en uitchecken?

„Ik word geacht dat wel te weten, ja. Dat weet ik dus. Maar ik kan me voorstellen dat een incidentele reiziger daar problemen mee heeft.”

De OV-sector heeft onlangs een plan gemaakt om beter samen te werken en dit soort ergernissen op te lossen. Waarom heeft dat zo lang geduurd?

„De overheid creëert geen klimaat dat samenwerking bevordert.”

Daar bent u toch zelf verantwoordelijk voor?

„Ja, idealiter is dat zo. Maar er is in Nederland een onevenwichtige markt, waarin dit soort dingen niet in gezonde verhoudingen kan worden opgelost. Er zijn in het verleden heus al pogingen gedaan om beter samen te werken, maar het heeft geen zin te praten over waarom dat niet is gelukt. Er ligt nu een plan dat iedereen heeft ondertekend. Dat het te lang geduurd heeft, daar zijn we het wel over eens.”

Het hoofdkantoor van Arriva in het Friese Heerenveen ligt pal naast het station. Vanuit zijn kamer kijkt Hettinga uit op het spoor. Daar rijden elk uur vier treinen voorbij. Maar niet in de Arrivakleuren die Hettinga het liefst ziet – alleen maar gele NS-treinen. Dat moet steken. „Maar dat gaat veranderen”, zegt hij vastberaden.

Hettinga praat graag en veel over ‘de markt’. Die moet open zijn, zegt hij. Met gelijke kansen voor alle partijen. Hij praat niet alleen voor zichzelf. Hij is ook voorzitter van de Federatie Mobiliteitsbedrijven Nederland, dat ook private vervoerders als Connexxion en Veolia vertegenwoordigt. „Nu is er één dominante speler: de NS, met zijn monopolie op het hoofdrailnet.” Op dat spoor zou Arriva zelf ook wel willen rijden. Maar dat zit er tot 2025 niet in – het kabinet is voornemens het hoofdrailnet opnieuw aan de NS te gunnen.

Dat diezelfde NS – „een staatsbedrijf” – onlangs een belang van 49 procent nam in het private Haagse vervoersbedrijf HTM en zijn belang in busbedrijf Qbuzz wil uitbreiden, ergert Hettinga. „Oneerlijke concurrentie”, vindt hij.

De NS mag van u geen bedrijven overnemen. Was u ook tegen de overname van Arriva door staatsbedrijf Deutsche Bahn in 2010?

„Dat is onvergelijkbaar. Met de overname door Deutsche Bahn werd het evenwicht op de Nederlandse markt niet verstoord. Deutsche Bahn is een externe speler. De markt van de NS is beschermd. Het verstoort de verhoudingen als zo’n partij haar beschermde markt dan ook nog verder mag uitbreiden naar het bus- en tramvervoer. De deal tussen NS en HTM is bovendien niet transparant tot stand gekomen. Arriva had ook graag een kans gehad, maar er is geen openbare veiling geweest.”

U bent voorstander van marktwerking. De reiziger kan vrezen dat niet zijn reis, maar uw winst centraal staat.

„Zonder marktwerking geen concurrentie en zonder concurrentie verbetert er níéts in het openbaar vervoer. Dat is niet goed voor de reiziger en de belastingbetaler. Het openbaar vervoer is sinds de liberalisering in 2000 aantoonbaar beter geworden op het gebied van punctualiteit, rituitval én klanttevredenheid.”

Volgens het ministerie is het openbaar vervoer óók verbeterd op plekken waar niet is aanbesteed, zoals in de grote steden.

„Dat is waar, maar daar is het openbaar vervoer alleen maar beter geworden onder druk van dreigende aanbesteding.”

U bent erg afhankelijk van de politiek. Den Haag bepaalt wat wordt aanbesteed en dus waar u kunt rijden. Hoe bespeelt u politici?

„Wij bespelen niemand. Ik probeer op basis van feiten aan te tonen dat een vrije markt goed is voor het openbaar vervoer. En dan hoop ik maar dat de politiek die argumentatie overneemt.”

Maar dat gebeurt niet. Het hoofd-railnet blijft van de NS en de grote steden hoeven niet verplicht aan te besteden, werd onlangs besloten. Rekent u dat uzelf aan?

„Wie een nederlaag lijdt, moet altijd in de spiegel kijken. Daar zag ik een teleurgesteld persoon, maar wel iemand die zijn schouders recht en weer doorgaat. Je kunt op je kop gaan staan, maar tegen ideologie zijn moeilijk argumenten in te brengen. Met vol gewicht proberen we de partijen toch te beïnvloeden, maar dat lukt soms niet.”

Beïnvloeden is toch ook bespelen?

„Bespelen klinkt zo negatief.”

De Arriva Groep maakte vorig jaar 30 procent meer winst dan het jaar ervoor. Arriva Nederland ook?

„Dat maakt Deutsche Bahn niet bekend. Maar we zijn meer dan voldoende winstgevend. En dat had niemand gedacht hoor, toen Arriva hier in 2000 begon te rijden op lijnen die de NS als onrendabel had afgedaan. We werken efficiënter tegen lagere kosten en we vervoeren meer reizigers. Dat vertaalt zich in winst.”

U maakt dus winst, maar Arriva krijgt ook overheidssubsidie. Hebt u die dan wel nodig?

„Ik denk dat we het in het spoorvervoer uiteindelijk helemaal zonder subsidie zouden kunnen, zelfs op de voormalige onrendabele regionale treinlijnen.”

De reiziger kan nu denken: waarom krijgt Arriva mijn belastinggeld, terwijl het vette winst maakt?

„Wij maken geen winst om onze aandeelhouders te bevredigen, maar om het bedrijf in de lucht te houden. Dat wordt weleens vergeten. We zijn een gezond bedrijf – mede door een goed rendement. Maar ik ben er minstens even trots op dat de klanttevredenheid jaarlijks stijgt. Het één hoeft het ander niet te bijten.”