Dames, zoek een kok en geen prof Red de liefde uit deze gelijkheidsgevangenis

Liefde tussen twee hoogopgeleiden is asociaal en improductief, vindt Simone van Saarloos.

Downdaten? Doe het! Zoek een geliefde die lager opgeleid is dan jij. De samenleving wordt er ook nog eens beschaafder van.

In de vorig jaar uitgezonden VPRO-documentaire Tussen Bitch en Bambi klagen vrouwen met een goede baan in het bedrijfsleven over hun vrijgezellenbestaan. Er zouden geen leuke, hoog opgeleide mannen beschikbaar zijn. Ook NRC Handelsblad berichtte over een zogenaamd vrouwenoverschot: hoogopgeleide vrouwen kunnen geen man vinden die even intelligent en zelfbewust is. Wat niet werd geopperd, is dat downdaten zo erg nog niet is.

Dus stuurde ik een brief: „In plaats van vreemd of fout lijkt downdaten mij bovenal logisch. De term is nieuw, maar het gebruik allerminst. Wat we voorheen een relatie, affaire of huwelijk noemden, heet nu downdaten.”

In reactie op die brief (Opinie & Debat, 4 februari 2012) kreeg ik een mail van Arnon Grunberg.

„Dag Simone”, schreef hij. „Het probleem lijkt mij minder gelegen in een al dan niet reëel vrouwenoverschot als wel in iets wat in Nederland nog altijd een taboe is, klasse. Welke academisch opgeleide vrouw neemt genoegen met de loodgieter? Misschien fantaseert ze over de loodgieter, die haar in haar fantasieën neemt zoals de student sociologie dat nooit zou kunnen, denkt zij, maar nooit zal ze haar vriendinnen of ouders tegemoet durven treden met een loodgieter. (...) Je onderschat het latente masochisme in mannen en vrouwen dat aan het verlangen naar afhankelijkheid ten grondslag ligt.”

Terecht wijst Grunberg op het verlangen naar afhankelijkheid, maar onbedoeld onderstreept hij daarmee de noodzaak van downdaten.

Liefde is in de basis namelijk praktisch en dus utilistisch. Het nut van liefde bepaalt de esthetiek ervan. De samenlevingsvorm die wij hebben gekozen (een monogame relatie met 1,7 kinderen) is niet zozeer natuurlijk. Wel is hij handig en makkelijk te reguleren en te besturen.

Ooit propageerde ik de bacchanale levensstijl. Maar ik ben moe; 22 jaar en nu al rauw gestreden. Na de zoveelste vreemde man in mijn bed – de vermoeidheid en kans op ziektes die dat mee bracht – begreep ik dat een volledig ander of omgekeerd liefdesideaal in de huidige veiligheidsfetisjistische maatschappij inderdaad niet praktisch is – of vooralsnog te vooruitstrevend.

We proberen van alles om moderne liefde op geordende wijze te laten slagen. We schermen met verklaringen over neuronen en hormonen, lezen tijdschriften vol tips en speuren op datingsites naar het perfecte profiel. Het probleem is echter dat we zoeken naar gelijkheid.

Tot enkele decennia geleden waren mannen altijd hogeropgeleid dan hun partner, simpelweg omdat er nauwelijks goed geschoolde vrouwen waren. Hij was kostwinner, trad naar buiten, leidde een publiek leven. Zij was minder geschoold, bleef thuis en hield het privédomein op orde. Die wederkerige afhankelijkheid maakte dat de liefdesrelatie kans van slagen had. Sterker nog, het was een romantisch ideaal om niet zonder elkaar te kunnen.

Die afhankelijkheid verdween met de emancipatie van de vrouw en de verzelfstandiging van het individu. Ik pleit niet voor het terugdraaien van de vrouwenemancipatie (allerminst!), maar de verwachting dat liefde, na duizenden jaren van ongelijkheid, hetzelfde blijft wanneer de spelers van het spel veranderen, lijkt me misleidend en naïef.

Onafhankelijke liefde bestaat niet. Je moet iets bij elkaar te halen hebben, wil je voor langere tijd samen blijven. Echt waar, hadden wij niets nodig – al is het maar een beetje huid-op-huidwarmte, een fluisterende liefkozing of een stilzwijgende bevestiging dat we het waard zijn –, dan was de monogame samenlevingsvorm lang niet zo populair.

Liefde tussen twee hoog opgeleiden is niet alleen lustdodend, het is bovenal ontzettend asociaal, improductief en maatschappelijk onverantwoord.

Graag beroep ik me op de rechtvaardigheidstheorie van de politieke filosoof John Rawls (1921 – 2002). In 1971 verscheen zijn bejubelde A Theory of Justice. Een belangrijk principe dat de Amerikaan formuleert, is het verschilprincipe, het ‘difference principle’. Rawls erkent dat er onderlinge verschillen zijn waar we weinig aan kunnen veranderen. Hij doelt op aangeboren intelligentie en het gezin waarin je opgroeit, maar wijst ook op onvoorspelbare factoren als geluk en pech, die een rol in ieder mensenleven spelen.

Willen we een rechtvaardige verdeling van goederen en privileges, dan moeten we volgens Rawls juist rekening houden met die onderlinge verschillen. Denk aan een simpele taartverdeling. Wanneer je een gelijke verdeling nastreeft, krijgt ieder een even groot stuk taart. Rawls zegt: er mag best verschil zijn, maar dat verschil moet voor iedereen goed uitpakken. Sommigen mogen best een grotere punt, omdat zij dat grotere stuk weer zullen vergroten in nog meer lekkers. Omdat ze geluk hebben, intelligent en productief zijn. Op die manier heeft niet iedereen een gelijk stuk, maar zijn het juist de onderlinge verschillen die ervoor zorgen dat de taart in zijn geheel groter wordt.

Het verschilprincipe zorgt er dus voor dat de mensen die het slechtste af zijn, nog altijd beter af zijn dan wanneer de taart gelijk zou worden verdeeld.

In de huidige samenlevingsstructuur zijn lageropgeleiden de minstbedeelden. Zij verdienen minder, zijn minder gezond, krijgen minder kansen. Door hen te laten proeven van hogeropgeleiden, genieten zij mee van de kennis, rijkdom en levensstijl die de beter bedeelden bezitten.

Andersom heeft de hoogopgeleide een steun en toeverlaat en buit hij zijn bevoorrechte positie maximaal uit. Want gedeeld voorrecht levert veel meer voldoening op.

Een kansrijke liefdesrelatie is symbiotisch: beide partijen halen een voordeel uit wederkerige afhankelijkheid. Niet alleen ontstaat er een geestelijke dynamiek waarin partners elkaar complementeren door aandachtig te zijn voor andere aspecten van het leven, ook het huishouden zal floreren: de één verdient meer en leidt een publiek leven, de ander profiteert daarvan en zorgt dat het privé op orde is.

Net als vroeger dus, maar dan expliciet niet seksegebonden.

Door collectief te downdaten gaan we een beschaafder samenleving tegemoet. Want wanneer de buschauffeur mogelijk een nieuwe minnaar is, loop je hem niet meer brommend voorbij. Of het kassameisje, dat je nu nauwelijks gedag zegt, maar dan wel diep in de ogen kijkt.

Natuurlijk, het zal even wennen zijn wanneer SBS6 op de achtergrond tettert en niet de NOS. Maar smaak is niet natuurlijk. Anders dan geaardheid is smaak bij te sturen. We moeten vooruitstrevend zijn. Om een rechtvaardiger samenleving te creëren, maar vooral om de liefde te redden van de momentele gelijkheidsgevangenis waarin we vastzitten.

Simone van Saarloos (1990) studeerde filosofie en literatuurwetenschap en is schrijfster en recensent.