Brieven

Tussen Kunst & Kitsch

Als samensteller en presentator van het AVRO-programma Tussen Kunst & Kitsch heb ik behoefte om te reageren op het artikel ‘Wat een prachtige illegale Romeinse vaas!’ (wetenschapspagina, 27 maart). Al dertig jaar lang nodigen wij mensen uit met voorwerpen die ze hebben gekregen, gekocht, gevonden of door erfenis verkregen om die door kunst- en antiekexperts te laten taxeren. Deze 14 experts en hun vervangers zijn van internationale vermaardheid en genieten alom respect door de enorme kennis op hun vakgebied. Tijdens een opnamedag van ons programma ontvangen we zo gemiddeld 1.100 mensen die elk drie voorwerpen mee mogen brengen. Het is hard werken voor de experts om al deze mensen op een betrokken manier met parate kennis te woord te staan. Er wordt altijd naar de afkomst van het voorwerp gevraagd maar het is niet aan ons om te controleren of dat klopt, daar hebben we ook de bevoegdheid of mogelijkheid niet toe. Wij zijn deze experts veel dank verschuldigd. Het is dankzij hen dat het programma zeer populair is en door miljoenen mensen wordt gewaardeerd.

Nelleke van der Krogt

Hilversum

MRI in de rechtszaal

In 2011 werd een jonge vrouw die vier baby’s meteen na de geboorte ombracht, tot twaalf jaar celstraf veroordeeld. De officier meende dat er sprake moest zijn van voorbedachte rade, de vrouw had geen voorbereidingen getroffen voor de bevalling. In tweede instantie werd een psychiatrisch onderzoek gedaan en een hersenscan uitgevoerd. Hieruit bleek dat zij een hersenstoornis had, te weten ‘polymicrogyrie’. Ongetwijfeld zal de rechter zich uitgebreid hebben laten informeren over de betekenis hiervan. De straf werd vorig jaar bijgesteld tot 3 jaar en tbs.

De tirade die Merckelbach (‘Neurobabbel in de rechtzaal’, wetenschapsbijlage 16 & 17 maart) over ons uitstort heeft betrekking op een soortgelijke casus, al zal Merckelbach dat wellicht niet meteen zo wensen te zien. Een man in België heeft een aantal mensen gedood. Bij hersenonderzoek bleek er sprake te zijn van een tekort aan doorbloeding van bepaalde, in dit verband belangrijke, hersendelen. Dan gaat Merckelbach de zaak nader beschrijven. De jury, zo lijkt hij te berde te brengen, zal vast onder de indruk raken van de vaktermen die gebruikt zijn. Het effect van het genoemde perfusiedeficit zal ongetwijfeld onduidelijk zijn – neurowetenschappers hebben zich al eerder in de luren laten leggen. De verdachte zal vast gaan manipuleren, gaan simuleren en gaan obstrueren, en zijn psychiaters zullen slordig omgaan met de medicijnen – waardoor hij er teveel van zal gaan slikken. Stuk voor stuk aannames die eerst maar eens waargemaakt moeten worden. Zeker, zegt Merkelbach, een hersenziekte kan ook forse beperkingen opleggen aan het verstand.... maar dat kun je dan weer niet zien op een hersenplaatje. Nee, kun je dat niet zien? Hoe zit het dan met het geval waarmee ik dit betoog opende? Hoe zit het met de afwijking in de hersenen van pedofielen? Hoe zit het met de tumor die iemand volkomen ander gedrag laat vertonen? Zijn die allemaal onzichtbaar?

Nee, er is hier iets heel anders aan de hand. Merckelbach is de volgende in de reeks van psychologen, filosofen en juristen die de inbreng van de neurowetenschappen in diskrediet willen brengen, en daarvoor termen als neurononsens, neurobabbel en zelfs neuroporno munten. Iedereen die deze discussie volgt (Dick Swaab heeft er al eens woorden aan gewijd in deze krant) weet dat voor hen de zeeën niet hoog genoeg kunnen gaan.

Graag wil ik besluiten met de oproep aan juristen, en in hun kielzog psychologen en filosofen, om de toegenomen kennis op dit gebied niet te veronachtzamen (of erger) maar te gebruiken waar nodig. Hopelijk leidt dit tot een pragmatisch juridisch systeem, één waar slachtoffers, maatschappij en daders beter van worden.

Hans van den Berg

Bioloog, Vleuten