Boetekleed OM na doden probiotica

en

Claims en klachten van nabestaanden van patiënten die overleden bij onderzoek naar de werking van probiotica, blijken vrijwel zonder resultaat te zijn gebleven. Woordvoerders van het Openbaar Ministerie noemen de gang van zaken „niet fraai” en „schandalig”.

De schaarse klachten van patiënten of nabestaanden die er waren, blijken stiefmoederlijk te zijn behandeld. Zes nabestaanden dienden een claim in bij de verzekeraars van de ziekenhuizen. Vijf claims werden afgewezen. Eén patiënt deed aangifte, maar die kwam nooit bij justitie terecht. De politie onderzoekt hoe het heeft kunnen gebeuren. Een andere aangifte, van een wetenschapper, werd geseponeerd.

Het onderzoek stelt wetenschappers nog steeds voor een raadsel. Bij het onderzoek, tussen 2004 en 2007, overleden onverwacht 24 patiënten die deze ‘goedaardige bacteriën’ hadden gekregen, terwijl juist een heilzaam effect werd verwacht. Hoewel de inspectie concludeerde dat ernstige fouten waren gemaakt, leidde het onderzoek niet tot rechtszaken of een groot aantal schadeclaims.

Vijf jaar na publicatie van de resultaten is nog steeds onduidelijk hoe de probiotica schadelijk konden zijn voor de patiënten, die acute alvleesklierontsteking hadden. Het Universitair Medisch Centrum Utrecht (UMCU), dat de studie leidde, wil geen vragen beantwoorden. Uit intern mailverkeer blijkt dat het ziekenhuis de onderzoekers, die nu elders werken, afraadt vragen te beantwoorden omdat er „geen nieuwe ontwikkelingen” zijn.

Directeur Pieter Pekelharing van Winclove, het bedrijf dat de probiotica leverde, vindt de „opgelegde radiostilte” door het UMCU „schandalig”. Hij noemt het „doodzonde dat niet tot op de bodem is uitgezocht welke schade de bacteriën hebben aangericht”. De onderste steen moet boven komen, vindt hij. „Ik vind dat we dat moreel verplicht zijn naar de overledenen. Ook voor de wetenschap is het een blamage als er niet meer duidelijkheid komt.”