Als de lente komt

Tijdens een lentewandeling op Texel komt Menno Tamminga bevroren sloten tegen en vecht hij met de wind.

Wie lente zegt, zegt lammetjes.

En wie lammetjes zegt, zegt Texel. Dus stappen we om half tien in Den Helder aan boord van veerboot Dokter Wagemaker van de TESO, Texels Eigen Stoomboot Onderneming.

Niet dat het eiland het monopolie heeft op lammetjes. Bij de vijf mooiste lentewandelingen (zie kader) zitten meer tochten waar lammeren gegarandeerd zijn, zoals de route van Rheden naar Dieren (wandeltip 3) waar je onderweg schaapskooi Heuven tegenkomt. Op Tweede Paasdag houden ze daar een lammetjesdag. En ook al is het die dag 1 april, de website (schaapskudde.nl) verzekert ons dat het geen grap is.

Ook wie tussen Durgerdam en Broek in Waterland over het Trekvogelpad wandelt (tip 2) zal met grote waarschijnlijkheid wel lammetjes tegenkomen. Naast fietsers, ganzen, zwanen en talloze weidevogels.

Maar Texel heeft het lammetje op een voetstuk geplaatst. Eerst worden ze geknuffeld, vervolgens worden de meeste opgegeten. Hotels bieden arrangementen aan met lammetjesfietstochten. En wandelvereniging Het Gouden Boltje (hetgoudenboltje.nl) organiseert op Tweede Paasdag een heuse lammetjestocht (met afstanden tussen 5 en 40 kilometer).

Twee graden

Als wandeleiland heeft Texel twee gezichten: aan de westkant de bossen, de hei, badplaats De Koog, het strand en de Slufter. Aan de oostkant de polders, de Waddenzee, de dijk, het haventje van Oudeschild en de rede van Texel vanwaar de schepen zeilden naar de Oost.

Als we aan boord gaan van de Dokter Wagemaker maakt het personeel een gehaaste indruk. Iets met de wind?

„Snel lossen”, bast een stem uit de omroepinstallatie als we na ruim een kwartier op het punt staan aan te meren in de veerhaven van Texel. „De boot gaat uit de vaart.” De harde oostenwind jaagt het water de Waddenzee uit, vertelt iemand en wijst naar de stenen aan de waterkant. Zelfs een leek kan zien dat het water ongeveer een halve meter lager staat dan normaal. De veerboot zal een paar uur niet varen.

Op Texel is het twee graden en zonnig. We nemen de bus naar de noordpunt. In de verte woedt een kleine zandstorm die het zicht versluiert. Wanneer de chauffeur zijn bus voorbij het buurtschap Oost de Waddendijk opdraait, rijdt hij even stapvoets opdat we het landschap op ons kunnen laten inwerken. We zien een ijsvloer van honderden meters die vanuit de Waddenzee de dijk oploopt.

Op de noordpunt is het steigertje van rederij De Vriendschap alleen nog maar een karkas. ’s Zomers vertrekt hier de boot naar Vlieland. Als we uitstappen, springen de tranen me spontaan in de ogen. Twee wandelaars achter ons maken subiet rechtsomkeert.

Vóór ons heerst de grote leegte. De golven hebben witte koppen. Over het Eierlandse Gat buldert de oostenwind ons tegemoet.

Vanaf hier gaan we over het strand, langs de vuurtoren, weer over het strand, door de duinen en door de Slufter naar De Koog. Op de tweede dag lopen we door onder meer de schitterende Bleekersvallei terug naar de veerhaven.

De zon schijnt, de meeste strandpaviljoens zijn al open, dankzij de Duitsers. Onze oosterburen hebben al paasvakantie.

Ontluikende liefde

Elk seizoen heeft zijn eigen aantrekkingskracht. Elk weer is wandelweer.

De zomer heeft zijn hitte met lange lome pauzes, de herfst heeft de allure van roodbruine bladeren en zijn vergankelijkheid, de winter heeft zijn sneeuwlandschappen en ijzige stiltes. En de lente...

Mens en natuur komen tot leven, al doet de natuur dat heel wat minder lawaaiig dan de mens. Het is een periode van ontluikende liefde en van verhoogde energie. Van nesten bouwen, kinderen krijgen en jongen opvoeden. Van Beleef de Lente op internet, de populaire website van de Vogelbescherming, en zelf in de natuur verrast worden.

Dat was het idee van de lentewandeling op Texel. De praktijk is die bulderende wind. Mensen zien er met sjaals, mutsen en opbollende jacks uit als een kruising van bankovervallers, eskimo’s en michelinmannetjes. In de bevroren sloten liggen de wakken in de oost-westrichting.

In de Slufter, die in verbinding staat met de Noordzee, kun je aan het wrakhout nog zien dat het water hier honderden meters landinwaarts helemaal tot aan de duinen is gekomen. Verderop knarsen bosjes met gortdroog hout. Zij zijn gevormd door de eeuwige westenwind, maar zij worden nu vanuit het oosten onder handen genomen.

De natuur loopt achterop. Vogels die er al zijn, houden zich gedeisd. Ganzen zijn er nog volop, maar verder? Een troepje wulpen, wat kieviten. Worden de anderen opgehouden door de oostenwind?

Als er al geluid is, wordt het overstemd door de wind. Zelfs de branding kan er niet tegenop. Een bruine kiekendief die een duintop probeert te passeren wordt drie maal achtereen teruggeblazen. Maar een torenvalk die hoger aan de horizon een prooi beloert, weet zich schijnbaar moeiteloos in zijn positie te handhaven, terwijl ik me schrap moet zetten tegen de wind.

De laatste twee kilometer is nog een keer pal tegen de wind in. Op de dijk volop sporen van de schapen die hier gelopen moeten hebben. Opeens beseffen we wat we gemist hebben.

Lammetjes.

We moeten snel weer terug.

Als het lente is.