Wie gaat straks met wie in de cel?

Straks zit de helft van alle gedetineerden met twee man in één cel. Maar veel van hen zijn daarvoor niet geschikt. Ze zijn verslaafd of hebben een stoornis.

Door een tekort aan gevangeniscapaciteit in België zitten in Leuven drie gedetineerden in één cel; twee slapen in het stapelbed, een op de grond. Foto Rien Zilvold

Een stoma, een chronische darmziekte, zelfmoordneigingen, gebruik van psychofarmaca, gebrekkige hygiëne, een psychische stoornis of een zware vorm van suikerziekte. Gedetineerden met deze problemen worden niet met een ander in een cel geplaatst. De celgenoot kan er te veel last van hebben.

Dat is nú zo. De vraag is of het ook zo blijft als in 2018 de helft van alle rond 11.000 gedetineerden samen in een cel wordt opgesloten. Daarmee hoopt staatssecretaris Teeven (Veiligheid, VVD) een deel van de bezuiniging van 340 miljoen euro te realiseren die zijn departement is opgelegd.

Maar zijn er voldoende ‘normale’ gedetineerden die samen kunnen worden opgesloten? Verschillende schattingen laten zien dat meer dan de helft van de gedetineerden ernstige verslavingsproblemen of een psychische stoornis heeft.

In Nederland zitten al sinds 2004 gedetineerden samen in één cel. In dat jaar werd – ook toen om te bezuinigen – besloten dat 13 procent van de bestaande cellen door twee personen gebruikt moest worden. De aanvankelijke weerstand ertegen is inmiddels goeddeels weggeëbd, concludeerde het onderzoeksinstituut van Justitie (WODC) in 2010 in Meerpersoonscelgebruik. In de voor dit rapport onderzochte gevangenissen heeft het ook niet geleid tot meer geweldsincidenten.

In een enkele gevangenis, bijvoorbeeld die in Roermond, ontstond de afgelopen jaren zelfs met enige regelmaat een wachtlijst voor plaatsing in een tweepersoonscel. Daarbij speelde mee, concludeerde het WODC, dat gedetineerden direct bij binnenkomst werd gemeld dat ze op zoek moesten naar een celgenoot.

Die betrokkenheid van gedetineerden is heel belangrijk voor het welslagen van meermansdetentie, zegt hoogleraar penitentiair recht Miranda Boone van de universiteit in Groningen. Gedetineerden die meebeslissen over hun celgenoot voelen zich het veiligst. „Maar met zo’n hoog percentage twee-op-één cel is dat helemaal niet meer te realiseren.”

Boone vraagt zich af of er überhaupt genoeg ‘ongecompliceerde’ gedetineerden zijn om de bezuinigingsplannen waar te kunnen maken. „Ik ben bang dat er gemorreld zal worden aan de zogenoemde contra-indicaties; redenen die er zijn om mensen níét samen in één cel te plaatsen.” Zo ziet Boone verslaving en gezondheidstoestand niet terug als contra-indicaties in de plannen die Teeven vorige week presenteerde. Het ministerie van Justitie laat in een reactie weten dat gedetineerden niet in een tweepersoonscel geplaatst worden „als er indicaties zijn dat dat onverantwoord is”.

De vraag is des te urgenter omdat tweepersoonscellen niet groter zijn dan die voor één persoon: 10 vierkante meter. In plaats van een gewoon bed staat er een stapelbed. De ‘natte hoek’ – wc en soms ook douche – is in de meeste tweepersoonscellen afgescheiden met een wandje. Al is er ook een aantal met een laag muurtje en een gordijntje. In de twee supergevangenissen die Teeven wil bouwen in Zaandam en Veenhuizen moeten de tweepersoonscellen een fractie groter zijn: 12 vierkante meter.

Om toch enige privacy te bieden, hanteert een aantal gevangenissen een wisselrooster. Door gedetineerden uit dezelfde cel op verschillende tijden te laten werken, luchten en recreëren, kunnen zij beiden enige uren alleen in hun cel zijn. Dat wordt nog belangrijker nu gedetineerden meer uren in de cel moeten gaan doorbrengen. Onderdeel van het bezuinigingsplan van Teeven is ook de afschaffing van het avond- en weekendprogramma in gevangenissen.

Irritaties kunnen ‘op cel’ snel hoog oplopen, weten bewaarders die met tweepersoonscellen werken. ‘Het bed’ is het vaakst inzet van discussie, vertelt penitentiair inrichtingswerker Marco van der Meule van de Penitentiaire Inrichting in Middelburg. „Ruzie gaat meestal over wie boven of beneden mag slapen. Maar ook over de vraag of het raam ’s nachts open of dicht moet zijn.”

Beheer van meermanscellen is „bewerkelijk”, meldt het WODC. Op de afdeling waar Van der Meule werkt, is daarom onlangs het aantal tweepersoonscellen teruggebracht van tien naar vijf. „We waren zóveel tijd kwijt aan gedoe en bemiddeling.” Want ook het koppelen van gedetineerden kost tijd.

Gevangenissen hanteren daarvoor op papier dezelfde criteria. Idealiter spreken celgenoten dezelfde taal, hebben ze hetzelfde geloof en hetzelfde dag- en nachtritme. Er moet geen risico bestaan op een ongelijke machtsverhouding in een cel. Een first offender deelt bij voorkeur geen cel met de leider van een criminele organisatie. Ook wordt gekeken naar de lengte van de straf. Voor langgestraften is het frustrerend zich steeds aan te moeten passen aan nieuwe celgenoten.

Eigenlijk, adviseerde de Inspectie voor de Sanctietoepassing in 2010, horen zowel langgestraften als zeer kortgestraften niet in een meerpersoonscel thuis. Voor langgestraften is de cel hun ‘thuis’ en daarom hebben ze meer recht op privacy. Kortgestraften zijn labiel, zeker bij binnenkomst. „Als het de eerste keer is, komt er zoveel op ze af”, zegt Van der Meule. „Daar kunnen ze die celgenoot eigenlijk helemaal niet bij hebben.” Overigens zullen, als het aan staatssecretaris Teeven ligt, de kortgestraften binnenkort grotendeels uit de gevangenissen verdwijnen. Hij wil elektronische detentie opleggen aan mensen met straffen tot zes maanden. Het moet er toe leiden dat in 2018 nog maar 11.000 gedetineerden in gevangenissen vastzitten, waar dat er nu 12.500 zijn.

Tot nu toe werden verslaafden bij voorkeur niet in een tweepersoonscel geplaatst. De vraag is of dat zo kan blijven. Het WODC schreef dat ongeveer 60 procent van de gedetineerden in een gewone gevangenis „ernstige verslavingsproblemen” heeft. Onderzoekers van de Pompekliniek en GGZ-instelling Altrecht constateerden na eigen onderzoek in 2009 dat de helft van alle gedetineerden lijdt aan een psychische stoornis, waartoe zij ook verslaving rekenen.

Zedendelinquenten en geweldsdaders komen nu niet in aanmerking voor een meermanscel. Voor hun eigen veiligheid (zeden) en die van anderen (geweld). Van der Meule: „Wellicht kunnen twee zedenplegers wel met elkaar op cel?”

In de ideale situatie wordt iedere nieuwkomer ten minste twee weken alleen opgesloten, waarin beoordeeld wordt of hij of zij in een meermanscel kan. In de praktijk is daarvoor nu al geregeld geen celcapaciteit beschikbaar en komt iemand direct in een meermanscel terecht.