Wellustige welvingen

Model voor de Moon River Tower in Moskou, 2006

De laatste poging om een nieuwe, internationale architectuurstijl uit te roepen dateert van alweer 1988. In dit jaar, nu 25 jaar geleden, werd het deconstructivisme gelanceerd met een grote tentoonstelling met werk van onder anderen Rem Koolhaas en Zaha Hadid in het Museum of Modern Art (MoMA) in New York. ‘Het is mogelijk dat deconstructie de nieuwe internationale stijl wordt’, schreef Philip Johnson (1906-2005), Amerikaans architect en curator van Deconstructivist Architecture.

Het was de tweede keer dat Johnson een nieuwe stijl uitriep. In 1932 had hij op een soortgelijke expositie in het MoMA het Nieuwe Bouwen van architecten als Le Corbusier en Walter Gropius tot The International Style uitgeroepen.

Maar anders dan The International Style werd het deconstructivisme geen succes. Niet alleen distantieerden verschillende deelnemende architecten, zoals Koolhaas en Frank Gehry, zich onmiddellijk van de stijl, het deconstructivisme bleek ook te tweeslachtig om als stijlaanduiding te dienen. Het was een onmogelijke combinatie van postmodernisme en neomodernisme.

Voor sommige deelnemers aan Deconstructivist Architecture, zoals de Amerikaan Peter Eisenman, was het deconstructivisme vooral een theoretische kwestie. Eisbenman was toen erg geïnteresseerd in het gedachtegoed van de postmoderne Franse filosoof Jacques Derrida. Voor anderen, zoals de Iraaks-Britse Zaha Hadid betekende decon niet veel meer dan dat het werk van de Russische constructivisten, de extreemste modernisten van de 20ste eeuw, een bron van inspiratie was. Hierbij ging het haar vooral om de abstract-geometrische schilderijen en constructies van kunstenaars als Kazimir Malevitsj en Aleksandr Rodtsjenko uit de jaren omstreeks 1917, en minder om hun streven met kunst en vormgeving de wereld te veranderen.

Vijfentwintig jaar na de roemruchte tentoonstelling in het MoMA is er geen architect die zich nog deconstructivist noemt of Derrida citeert om zijn treinongelukkenarchitectuur te rechtvaardigen. Ook in het interview van de Zwitserse kunstcriticus Hans Ulbrich Obrist met Zaha Hadid in het onlangs verschenen Zaha Hadid and suprematism valt het woord deconstructivisme niet. Wel bekent Hadid, die onder veel meer het MAXXI, het museum voor moderne kunst in Rome ontwierp, dat vooral het suprematisme, zoals Malevitsj zijn abstract-geometrische schilderkunst uit de jaren 1915-1925 noemde, nog altijd veel voor haar betekent.

Het luxe koffietafelboek Zaha Hadid and suprematism laat aan de hand van veel glossy foto’s en afbeeldingen van werken van Russische avant-gardisten als Malevitsj, Rodtsjenko en Ilja Tsjasnik zien hoe het werk van Hadid zich verhoudt tot de Russische avant-garde. Een deel van de foto’s zijn gemaakt op de tentoonstelling die Hadid in 2010 maakte van haar ontwerpen en Russische kunst in Galerie Gmurzynska in Zürich. Verschillende artikelen, van onder anderen de Franse Malevitsj-specialist Andrei Nakov, belichten het werk van Hadid en de constructivisten.

Vooral Hadids vroege ontwerpen van omstreeks 1980, waarin hoekige, geometrische vlakken over elkaar heen tuimelen, zijn nauw verwant met het suprematistische werk van Malevitsj en El Lissitzky. Hierover merkt Obrist in het interview op dat het toen ‘niet modieus’ was om terug te keren naar Malevitsj. Maar dat was het juist wel. Tal van architecten, onder wie Rem Koolhaas, hadden in de late jaren zeventig grote belangstelling voor het Russische constructivisme en lieten zich erdoor inspireren. Het opmerkelijke van Hadid is juist dat ze trouw is gebleven aan de Russische avant-garde, ook nu die niet meer zo in de mode is en ze zelf de enige vrouwelijke stararchitect ter wereld is.

Maar hoe trouw ze ook is aan de oude Russen, haar huidige werk heeft er nog maar weinig mee te maken, zo blijkt uit Zaha Hadid and suprematism. In de loop van de jaren is haar werk ‘zachter’ geworden, zoals de Britse architectuurcriticus Edwin Heathcote in een van de stukken schrijft, en heeft het zich ontwikkeld tot een soort avant-garde kitsch. De scherpe vormen van haar ontwerpen uit de begintijd zijn veranderd in gelikte, blinkende objecten en gebouwen met wellustige welvingen die weinig hebben te maken met Malevitsj’ hoekige, weerbarstige suprematisme. De enige overeenkomst is dat de gladde vormen in haar ontwerptekeningen, net als de kleurige, geometrische vlakken in Malevitsj’ suprematistische schilderijen, lijken te zweven in een oneindige ruimte.

Van het engagement van de Russische constructivisten die na de Oktoberrevolutie in 1917 de artistieke handlangers van de nieuwe communistische machthebbers werden, is Hadid verder verwijderd dan ooit. Haar ontwerpen zijn de blingbling van de nieuwe rijken in de Golfstaten en China: een glazen tafel van Hadid kost al gauw een paar ton.