Venten zijn niet te schatten

Erik Vlaminck: Miranda van Frituur Miranda. Wereldbiblio- theek, 90 blz. € 12,50

In zijn tragikomische kermisroman Suikerspin (2008) liet Erik Vlaminck ons kennismaken met Arthur van Hooylandt, de narrige uitbater van een draaimolen. Een van Arthurs favoriete uitspraken: ‘Wijven zijn scrapuleuze serpenten.’ Hij richtte zijn pijlen vooral op Miranda, zijn eigen wijf, dat op zeker moment de benen nam en hem met een geplunderde bankrekening en hun 16-jarige zoon Tony liet zitten.

Was Miranda nu echt zo scrapuleus, zo liederlijk? In de novelle Miranda van Frituur Miranda blikt deze patattenbakster terug op haar kermisleven met Arthur. ‘Venten zijn niet te schatten’, meent ze. Arthur was moeilijk in de omgang, maar in de loop van haar memoires blijkt wel dat zij niet op de loop ging voor haar vent zelf, maar voor zijn bezoedelde familiegeschiedenis. Gedragsstoornissen en aangeboren afwijkingen tot in de derde graad, als gevolg van onbehandelde syfilis.

Zij zoekt de schuld verder niet bij de verrotte wereld en de verdorven mensheid zoals Arthur deed in Suikerspin. Zij steekt de hand in eigen boezem. Ze betwijfelt of ze wel zo’n goede echtgenote is geweest. En of ze wel zo’n goede moeder was voor haar zoon. Dat zorgt ervoor dat haar monoloog wat dichter bij huis blijft, in een nuchtere, kordate toon.

Er rijzen mooie kruislingse verbanden op tussen novelle en roman. Hij mopperde over de wijven, zij over de venten. Hij stelde zijn grootvader voor als een mecenas, zij portretteert hem als een schurk. Hij had een geheime verhouding met zijn schoondochter, zij met Modest, de vader van de schoondochter. Om deze Modest rouwt Miranda – omdat hij ‘op het asfalt van de parking van de Aldi’ in elkaar is gezakt, ‘gelijk een lege bloemzak’. Er is eigenlijk maar één vent in Miranda’s leven die te weinig aandacht heeft gekregen: haar zoon, die ze al jaren niet meer heeft gezien. Haar monoloog eindigt er dan ook mee dat ze de lijken verder laat rusten en met ‘onze Tony’ een afspraak gaat maken.

Het is de vraag of deze novelle op eigen benen kan staan. Miranda’s levensverhaal is alleen interessant als je het naast Vlamincks grote kermisgeschiedenis legt. Veel meer dan een voetnoot bij Suikerspin is het niet. Maar in het subgenre van de literaire voetnoot is het wel weer een erg mooi en overtuigend exemplaar.