Column

Te vanzelfsprekend voor woorden

Je eigen tijd. Hoe weinig je ervan weet, hoewel je er natuurlijk veel van weet. Maar het is als met dat spelletje waarbij je, kijkend naar de kaart van bijvoorbeeld Rusland, iemand vraagt om snel een bepaalde plaats aan te wijzen. Iedereen kiest dan een kleine plaats, een detail dat moeilijk te zien is. Toch is dat niet het moeilijkste. Het moeilijkste is om een bepaald gebied te vragen: daarvan staan de letters wijd uit elkaar geschreven over een hele streek. Zo evident dat het opschrift onzichtbaar wordt.

In een aantrekkelijk boek over de literaire aspecten van het christendom tussen 1000 en 1300 las ik dat op een gegeven moment het inzicht is ontstaan dat het feit dat de middeleeuwen geheel doordrenkt waren van het religieuze, juist niet betekent dat je het steeds over het religieuze moet hebben als je het over de middeleeuwen hebt. Want dat was de vanzelfsprekende achtergrond van alles, maar dus niet het voortdurende onderwerp.

Dat betekent dan ook dat het moeilijk is, om het wèl te hebben over hoe men over God dacht in die tijd. „Hoe brengt men onder woorden wat een grote mate van vanzelfsprekendheid bezit?” vraagt de auteur van het boek, emeritus hoogleraar godsdienstgeschiedenis Burcht Pranger, zich af.

Goeie vraag.

Ik kijk, op dvd, naar Downton Abbey, een soms lachwekkende maar meestal heerlijke Engelse serie over een adellijke familie vlak voor, tijdens en na de Eerste Wereldoorlog. We zien de familie en hun bedienden, de opkomst van de vrouwenbeweging, tekenen van een nieuw zelfbewustzijn onder het personeel, aanpassingsmoeilijkheden van de adel aan de veranderende tijd. Maar ook, het is een romantische serie, veel manieren-van-toen als het gaat om huwelijk, verliefdheid en seksualiteit. De bedenkers hebben zich veel moeite getroost om de dingen historisch correct weer te geven, om gevoelens die wij nu niet meer hebben – bijvoorbeeld dat het een plicht en een bewijs van fatsoen is om voor je vaderland te vechten en te sneuvelen – op vanzelfsprekende wijze naar voren te brengen. Maar juist bij die fatsoensopvattingen zie je zo duidelijk onze eigen tijd door het decor van die periode heen steken. Want wij vinden het heel terecht als iemand niet wil vechten – en dus neemt de serie degenen die niet gaan in bescherming.

Wij zijn het die het zo buitenproportioneel belangrijk vinden dat er uit liefde wordt getrouwd – en dus is dat wat er in de serie gebeurt. Verliefdheid. Elke andere overweging maakt een personage kil of berekenend of zelfs regelrecht slecht. Alles moet wijken voor echte gevoelens.

Een raar uitgangspunt eigenlijk. Voor een goed huwelijk is zoiets als genegenheid en kameraadschap wellicht belangrijker dan dat je even erg verliefd was toen je twintig was. En overwegingen of iemand bij je past, wat karakter, werk, instelling en zelfs positie betreft, zijn helemaal zo slecht niet.

Maar voor ons wel. Dat wil zeggen: voor ons zoals we onszelf graag weergeven. Turkse of Marokkaanse vrouwen (of mannen) zullen wel anders naar zo’n serie kijken. De serie gaat ervan uit dat wij het helemaal niet erg vinden dat de oudste dochter zich een keer heeft laten gaan met een knappe Turk, ook al vindt haar tijd dat moeilijk. Alle sympathieke personages móeten tot het inzicht komen dat wat zij gedaan heeft geen ramp is. Menige hedendaagse Turk zou wel eens sympathie kunnen opvatten voor heel andere personages. Dat zijn maar kleinigheden natuurlijk. Series zijn het echte leven niet, al laten ze wel iets zien van de vanzelfsprekendheden van onze moraal.

Die romantiek die zo alom tegenwoordig is in films en series, is dat net zoiets als God in de middeleeuwen? Alles is ervan doordrenkt maar we leven intussen met heel andere onderwerpen? Latere generaties zullen het gevoel krijgen dat het in deze tijden altijd over relaties ging en dat de mensen gevoelens extreem belangrijk vonden. En dat is ook zo. Dat wil zeggen: in onze verhalen over ons leven, zoals we die vertellen op tv en in bladen.

Het is moeilijk uit te maken wat dat voor een soort belangrijkheid is. Net als seks trouwens, waar alle bladen en films ook al van doordrenkt zijn. Maar is seks nu werkelijk zó belangrijk in ieders dagelijkse leven? Zó belangrijk dat overal in de straten naakte mannen en vrouwen met suggestieve teksten moeten hangen? (Zien wie ik ben? vraagt het mannenlichaam waarvan alleen het geslacht bedekt is, en verwijst ons naar de Viva).

Historici zullen zich nog lelijk kunnen vergissen in deze tijd. Net zoals wijzelf dat doen, elkaar de mythe voorhoudend dat het gevoel het belangrijkste kompas is in het leven en dat het leven uitsluitend de moeite waard is door seks. Terwijl in werkelijkheid heel andere dingen doorslaggevend zijn. Dingen die in macht en euro’s zijn uit te drukken.

Marjoleine de Vos is redacteur van NRC Handelsblad