Rechtszaal mag geen casino worden

Om de macht van de staat in te perken worden burgers nooit tweemaal voor hetzelfde vervolgd. Aan vervolging moet een einde komen. De vrijgesproken burger heeft een fundamenteel recht op bescherming tegen kwelling of willekeur door de staat. Als de rechter heeft gesproken, moet de staat rusten en is het gedaan.

Deze fundamentele beginselen uit het Romeinse recht zijn terug te horen als de ‘rijdende rechter’ zijn tv-oordeel afsluit met de woorden: „En daar moet u het mee doen.” Roma locuta, causa finita. Dat is niet gemakkelijk, zeker als de rechtszaak niet het gehoopte resultaat heeft gehad. Toch is het verstandig. Het recht is niet almachtig. Soms is schade permanent.

Deze krant heeft zich desondanks en met grote reserve voorstander getoond van een wetsontwerp uit 2009 dat herziening van een vrijspraak mogelijk maakt in uitzonderlijke, welomschreven gevallen. En dus herhaling van de vervolging, voor hetzelfde feit. Aanleiding was een vrijspraak van moord in 2001 waarvan later door nieuwe DNA-techniek aannemelijk werd dat die ten onrechte was. De rechter bleek een vrij zekere dader te hebben laten gaan. Weliswaar op goede gronden, maar de techniek had die snel achterhaald. Dat resultaat kun je de samenleving noch de slachtoffers aandoen.

Onder de kabinetten-Rutte I en II is dit wetsontwerp echter op onacceptabele wijze uitgebreid. De coalitie is verdeeld, zo bleek deze week in de senaat. De beperking tot levensdelicten waarop levenslang staat, is namelijk vervallen. Minister Opstelten (Justitie, VVD) heeft de lijst van misdrijven waarvan de vrijspraak nooit meer definitief is, uitgebreid tot vrijwel álle delicten die de dood tot gevolg kunnen hebben. Dus ook tot misdrijven waarop lagere straffen staan, soms maar drie jaar. Hulp bij zelfdoding, het niet opvolgen van een dienstbevel, ongeoorloofde euthanasie, dodelijke verkeersongevallen, vechtpartijen, et cetera.

Wie van deze misdrijven wordt vrijgesproken is daar de rest van zijn leven dus niet meer zeker van. Politie en Openbaar Ministerie (OM) kunnen bij nieuwe aanwijzingen in deze zaken het onderzoek altijd heropenen en opnieuw een veroordeling eisen.

Dat is niet proportioneel en kan perverse effecten hebben. Rechtszekerheid weegt hier zwaarder. De rechtszaal mag geen casino worden waarin het OM altijd nog een kansje kan wagen. Hoofdofficier Bart Nieuwenhuizen leek zich daar in het NOS Journaal echter al op in te stellen. Zwakkere zaken zullen eerder voor de rechter worden gebracht, nu herkansing wettelijk mogelijk wordt, beloofde hij. Dat is precies het verkeerde effect. De senaat doet er goed aan dit voorstel te verwerpen.