Pesach

Doorgaans vier ik alleen persoonlijke overwinningen, maar een keer per jaar maak ik graag een uitzondering. Sinds jaar en dag word ik op Pesach – joods Pasen zo u wilt – uitgenodigd bij de ouders van een goede middelbareschoolvriend. Dat gaat ieder jaar hetzelfde: dezelfde gasten, hetzelfde menu, en vooral: ieder jaar hetzelfde verhaal.

Met Pesach herdenken we de uittocht van de oude Joden uit Egypte, waar zij vierhonderd jaar slaven waren. Dat ging nogal halsoverkop, dus was er geen tijd om brood te laten rijzen. Daarom eten we matzes. Op tafel staan ook: een lamsbeen, dat staat voor het Pesachoffer; een ei, opnieuw symbool voor het offer, maar tevens voor het leven en oneindigheid; peterselie met zout water, dat doet denken aan de tranen die werden gelaten; een stuk mierikswortel, voor de bittere tijden; en charoset, een zoete pasta van fruit en noten, die lijkt op de specie waarmee ‘we’ metselden voor de farao. Natuurlijk komen ook de tien plagen voorbij.

De jongste aanwezige moet een liedje zingen waarin die zich afvraagt waarom we toch al die gebruiken hebben. Zo weet Pesach zeker dat het verhaal ieder jaar ook echt verteld wordt. Telkens als de jongste een jaartje ouder is geworden, zijn wij dat ook. Dus is ze elk jaar de lul.

Maar ieder jaar hetzelfde verhaal betekent in dit geval wel dat zijn vader steeds een nieuwe invalshoek zoekt om het interessant te maken. En ieder jaar dezelfde gasten betekent dat het altijd gezellig is. Ieder jaar hetzelfde menu betekent boven alles dat ik ieder jaar weer terugkom. In het speciaal voor het pekelvlees, dat nergens beter smaakt.

Dit jaar was er toch iets nieuws. Naast de hartige matzeballen in de soep waren er zoete voor bij de koffie: gremselich. Van zijn tante.

Verkruimel de matzes in een vergiet en vang met een bord eronder het poeder op dat erdoor valt. Zet dat matzemeel apart. Besprenkel de verkruimelde matzes met water zodat ze licht vochtig zijn.

Klop de eieren met de suiker goed schuimig met een handmixer. Voeg het zout, de kaneel en de banaan in kleine stukjes toe, terwijl je doormixt. Vouw met een spatel voorzichtig de rozijnen, gehakte amandelen en gember (in kleine stukjes, met een beetje siroop erbij) erdoor en vervolgens de natte stukjes matze en het poeder. Als het te nat is, voeg dan wat matzemeel toe uit een pakje.

Verwarm wat zonnebloemolie in een braadpan met dikke bodem. Draai met twee eetlepels quenelles en bak ze rondom bruin. Dat mag redelijk rap gaan, zodat ze van binnen nog wat zacht blijven.