Patiënt heeft geen echte keus

Het is voor patiënten nog altijd onmogelijk om op basis van kwaliteit een ziekenhuis of verzorgingshuis te kiezen. Al zestien jaar wordt vergeefs geprobeerd de kwaliteit van de zorg transparant te maken. „Door een palet van redenen – onwil, meningsverschillen, de complexiteit van het systeem – zijn we gewoon nog niet ver genoeg”, zei collegelid Kees Vendrik van de Rekenkamer gisteren.

Volgens Vendrik is het van groot maatschappelijk belang dat er inzicht komt in de kwaliteit van de zorg. „Dat is belangrijk voor de patiënt, de inspectie, de verzekeraars maar ook voor de instellingen zelf die zich aan elkaar kunnen optrekken.” Inmiddels is er 31 miljoen euro in het project gestoken. „De bruikbaarheid valt tegen. Teleurstellend”, aldus de Rekenkamer.

De afgelopen jaren zijn er zo’n 800 indicatoren ontwikkeld die de kwaliteit van de zorg van een instelling kunnen meten. Zoals bijvoorbeeld de mate van pijn na een specifieke operatie of het percentage kinderen met een te laag geboortegewicht. Uit een gisteren gepresenteerd onderzoek van de Rekenkamer blijkt dat weinig indicatoren iets zeggen over de uitkomst van de geleverde zorg. In de meeste gevallen zeggen ze iets over het proces binnen een instelling. Bij ziekenhuizen gaat slechts 7 procent van de indicatoren over de daadwerkelijke uitkomst van de zorg.

In een reactie erkent minister Schippers (Zorg, VVD) dat er „nog het nodige moet gebeuren”, al benadrukt ze dat Nederland op dit vlak tot de koplopers behoort. Een binnenkort op te richten Kwaliteitsinstituut van het ministerie moet het zicht op de kwaliteit verbeteren.

De Rekenkamer presenteerde gisteren ook zijn jaarverslag.