Onbeperkt kopen gaat echt niet meer

PSV staat financieel onder druk door een onderzoek van de Europese Commissie naar een grondtransactie met de gemeente Eindhoven. Ook de andere topclubs hebben geldzorgen, maar laten zien dat het ook anders kan.

PSV kocht Dries Mertens (links) en Kevin Strootman op de dag van de transactie met de gemeente Eindhoven. Foto Pics United

De jaarcijfers van PSV, die de club vorig najaar presenteerde, lijken gezond. De Eindhovenaren maakten bijna 28 miljoen euro winst en hebben een eigen vermogen van ruim 23 miljoen. Bovendien vertegenwoordigt de spelersselectie volgens de site tranfermarkt.de een waarde van 100 miljoen euro.

Maar die optische gezondheid is te danken aan een grondtransactie met de gemeente Eindhoven. De grond onder het stadion en trainingscomplex De Herdgang werd twee jaar geleden voor 43,2 miljoen euro verkocht aan de gemeente. Zonder die transactie had PSV verlies gedraaid en was het eigen vermogen veel minder florissant geweest.

De Europese Commissie onderzoekt of er sprake is van ongeoorloofde staatssteun. De gemeente heeft niet als doel winst te maken op de deal, en dat staat volgens de Commissie gelijk aan staatsteun.

Het Brusselse onderzoek vormt mogelijk een financieel probleem voor de club, omdat PSV wellicht geld aan de gemeente moet terugbetalen. De clubleiding is zelf ervan overtuigd dat het meevalt; in dat geval vervalt immers ook de huur die de club nu aan de gemeente betaalt.

Behalve PSV zijn ook andere clubs de laatste jaren in de financiële problemen gekomen. Maar clubs als Ajax en Feyenoord hebben inmiddels hun koers veranderd. Het transferbeleid van PSV zou je het ‘oude model’ kunnen noemen – het model van vóór de financiële crisis. Nederlandse topclubs kochten toen relatief dure spelers die al enige naam hadden gemaakt voor enkele miljoenen, en verkochten ze voor meer geld door. Zo gokten ze op deelname aan de lucratieve Champions League.

Maar dat kan ook misgaan. PSV plaatste zich vijf jaar geleden voor het laatst voor de Champions League. Het nadeel van een dure selectie is dat een club elk jaar veel geld moet afschrijven op de aankoopsommen van de spelers. Zo schrijft PSV dit jaar ruim 11 miljoen euro af op de selectie, tegen 8 miljoen voor Ajax, 2 miljoen voor Vitesse en 1,3 miljoen voor Feyenoord.

Een voorbeeld van een te dure speler van PSV is Orlando Engelaar. Die werd vier jaar geleden, vlak voor zijn dertigste verjaardag, voor vier miljoen euro gehaald van FC Schalke 04 en kreeg een vorstelijk salaris, van meer dan 1 miljoen euro per jaar. Aanvankelijk speelde hij in de basis, maar in de afgelopen jaren komt hij nog maar sporadisch in actie. PSV wil al lang van hem af, maar kreeg hem niet verkocht. Komende zomer gaat hij gratis de deur uit. Hij heeft zijn club in vier jaar tijd ruim acht miljoen euro aan transfergeld en salaris gekost, veel meer dan zijn sportieve inbrengt rechtvaardigde.

Zelf stelt PSV dat de club niettemin op weg is om financieel gezond te worden. De club maakt minder verlies dan drie jaar geleden. Over een jaar moeten de Eindhovenaren break-even draaien.

Afgelopen zomer gaf PSV alleen veel geld uit aan Luciano Narsingh, zoals ook Ajax en Feyenoord nog maar weinig uitgeven aan nieuwe spelers. Het grote verschil met die twee clubs is dat er bij PSV veel minder jeugdspelers doorbreken. Ajax en Feyenoord zijn erop gericht om veel eigen jeugd op te leiden en die spelers duur te verkopen.

Dat lukt. Ajax maakte vorig jaar nog een klein verlies op de transfermarkt, maar loopt dit seizoen flink binnen met de transfers van de zelf opgeleide spelers Jan Vertonghen, Vurnon Anita en Gregory van der Wiel. Bij Feyenoord moet het grote geld nog binnenkomen, maar de clubs staan in de rij om spelers als Bruno Martins Indi, Stefan de Vrij en Jordy Clasie over te nemen. Bij PSV is de afstand tussen de jeugdteams en het eerste elftal daarentegen groot.

Het geluk van Feyenoord en Ajax is dat bondscoach Louis van Gaal veel van hun zelf opgeleide spelers oproept voor Oranje. Daar worden die spelers beter van, doordat ze trainen en spelen op hoog niveau. Het drijft ook hun transferwaarde op.

Vitesse, de nummer vier van dit seizoen, heeft sinds de entree van de Georgische eigenaar Merab Jordania het imago van een koopclub. Maar uit de cijfers blijkt wat anders. De selectie bevat veel huurlingen, die de club geen transfergeld hebben gekost. Voor de overige spelers betaalde de club nog geen acht miljoen euro. De selectie is ruim veertig miljoen waard. Hiermee lijkt Vitesse meer op Feyenoord dan op ‘koopclub’ PSV.