Keerzijde van Twitter

Verslaggevers

„Er gaat geen dag voorbij”, zegt Farshad Bashir, „dat ik geen mails met scheldkanonnades krijg. Scheldkanonnades, maar ook bedreigingen. Vaak is het racistisch”.

Bashir is Tweede Kamerlid voor de SP, en afkomstig uit Afghanistan. Het verhaal dat hij vertelt, is dat van veel van zijn collega’s: als volksvertegenwoordiger krijg je dagelijks bagger over je heen – in je mailbox, via Twitter of op internetfora. Het gaat over je afkomst, je standpunten of je uiterlijk. Soms zijn het verwarde politieke betogen. Soms is het gescheld. En soms zijn het regelrechte doodsbedreigingen.

Kamerleden zijn terughoudend met praten over haatmail. Toch willen enkelen zeggen wat ze zoal naar hun hoofd geslingerd krijgen. Zoals Liesbeth van Tongeren van GroenLinks. Ze was al het een en ander gewend: voorheen was ze directeur van Greenpeace Nederland. „Maar toen ik drie jaar geleden in de Kamer kwam, ging het gewoon verder.” Eén van de eerste mailtjes die ze kreeg luidde ongeveer als volgt: „We zaten met z’n vieren in de auto en we hoorden u op de radio. We vroegen ons af hoe iemand met zo’n spraakgebrek in de politiek terecht is gekomen.”

Moordenaar, Groene Khmer, aanhanger van Pol Pot – dat zijn zo een paar kwalificaties die Van Tongeren per mail en op internet te verstouwen krijgt. En, zoals de meeste vrouwelijke politici, krijgt ze er ook seksueel getinte berichten bij. „Gefakete blootplaatjes met jouw hoofd erop geplakt, dat werk.”

Aan de andere kant van het politieke spectrum bevindt zich Kees van der Staaij. De SGP-leider is een wellevende man – geen type dat agressie opwekt. Maar dat geldt wel voor zijn standpunten over vrouwen, homo’s, euthanasie en abortus. „Ik maak een onderscheid tussen mails en tweets”, zegt hij. „Mailers zijn in hun eentje, daar kun je makkelijker het gesprek mee aangaan. Maar op sociale media kan de boosheid een collectieve dimensie aannemen.”

Hoewel de verhalen per Kamerlid verschillen, is er wel een aantal constanten. De haatmails zijn de afgelopen jaren toegenomen in aantal. De mails pieken na optredens in de media, met name op televisie. En ze zijn vaak na twaalf uur ’s nachts verstuurd – waarschijnlijk onder invloed van drank of andere stimulerende middelen. Het is de keerzijde van een twitteraccount en een mailadres op de partijwebsite, zeggen de Kamerleden. De keerzijde van bereikbaar willen zijn voor kiezers.

In hun omgang met gescheld en gedreig hanteren Kamerleden grofweg drie strategieën – soms in combinatie met elkaar. Eén: negeren. Dat is wat Farshad Bashir meestal doet. „Ik heb weleens gebeld en gevraagd: waarom doe je dit nou? Maar deze mensen zijn niet voor rede vatbaar. Ze vinden de confrontatie juist leuk.”

Strategie twee: openbaar maken. Dat deed PvdA-voorzitter Hans Spekman twee maanden geleden. Hij zette een aantal bedreigingen op zijn Facebook-pagina, met de naam van de verzenders erbij. Facebook verwijderde de berichten omdat het schelden niet tolereert. Een alternatieve, veelgebruikte methode is het retweeten van dreigementen op Twitter.

De derde strategie: terugschrijven. Want, zoals Liesbeth van Tongeren zegt: „De grens wordt verlegd als je er niet op reageert.” Haatmailers reageren vaak geschrokken en bieden hun excuses aan. Kees van der Staaij: „Ik reageer heel persoonlijk, en krijg daarna veel positieve reacties. Blijkbaar hebben mensen sterk de behoefte om even flink stoom af te blazen.”

Ook VVD-Kamerlid Ton Elias hanteert deze strategie. „Bij heel ernstige mails in de trant van ‘je had niet geboren moeten worden’, schrijf ik: zou u zo vriendelijk willen zijn uw mail ’s morgens vroeg voor de spiegel nog eens voor te lezen? In een aantal gevallen heb ik daarna een uitgebreide excuusmail ontvangen.”