‘Jullie zijn rationeel, Russen zijn heidens’

In zijn nieuwe roman behandelt Andreï Makine weer de wreedheid van de Russische geschiedenis, dit keer aan de hand van de lotgevallen van een dissident. ‘Die Russische Ziel is een typisch Russische pose.’

Andreï Makine: ‘We leven in een verwilderde wereld, een auteur reageert daarop’ Foto Karoly Effenberger

Als hij schrijft over de witte wereld van de Siberische tajga, waar hij geboren werd, is Andreï Makine een dichter. De eerste sneeuw, het tinkelen van brekende ijsschotsen op een bevroren rivier, de zwarte dennenbomen, de oneindige ruimte, de hemelkoepel met stille sterren. Aardser is hij als hij zijn blik richt op de mens, die veel wreder is dan de natuur. „Als we zo doorgaan, zal onze planeet niet overleven”, zegt hij. De in Parijs wonende Rus – slank, benige kop, kort grijsblond haar, blauwe ogen – is in Amsterdam vanwege de vertaling van zijn roman Het boek van de eeuwige korte liefdes. Even later zegt hij: „We leven als zombies.” En de grote literatuur van Balzac, Flaubert, Tolstoj en Proust heeft in zijn ogen plaatsgemaakt voor divertissement en entertainment.

Zelf schuwt Makine in zijn werk de grote thema’s niet: revolutie, burgeroorlog, de Stalinterreur, het uiteenvallen van het sovjetrijk, het wilde kapitalisme. Toch is hij een buitenstaander in de moderne Russische literatuur. Terwijl Moskouse schrijvers in 1987 reikhalzend uitkeken naar het einde van de censuur, naar de glasnost en perestrojka onder partijleider Michail Gorbatsjov, besloot hij, dertig jaar oud, in Parijs te gaan wonen. Vanaf dat moment schreef hij in het Frans, de taal van de grootmoeder uit Het Franse testament. Of hij echt een Franse grootmoeder heeft, vertelt hij niet. Zijn biografie blijft in nevelen gehuld.

Al zijn boeken gaan over de wreedheid van de (Russische) geschiedenis en de verbazingwekkende ontdekking dat mensen desondanks in staat blijken hun menselijkheid te bewaren. Hij gelooft in de kracht van de liefde, de schoonheid van de natuur, de macht van het kleine en de grootheid van de geest. Maar kijkend naar de westerse wereld om zich heen is hij somber.

„In uw wereld is alles zo goed georganiseerd dat vastligt hoe je moet ademen, waar je moet wonen, wat je moet zien, hoe je moet leven. Er zijn nauwelijks momenten waarop je echt tot je laat doordringen dat je bestaat. Daarover gaat Het boek van de eeuwige korte liefdes: het gevoel dat je alleen bent met God, met de eeuwigheid. Die momenten worden gecensureerd. Onze vrijheid lijkt totaal. Morgen kun je een ticket kopen en gaan waar je wilt. Maar het is niet meer dan de vrijheid om van de ene kooi in de andere te springen.”

U woont al 25 jaar in Parijs, schrijft in het Frans. Waarom ging u weg in 1987?

„Ik zat klem tussen twee Ruslanden. De Sovjet-Unie is voor mij geen betekenisloos begrip, het communisme valt samen met mijn jeugd. Het idee dat er ooit een samenleving zou bestaan waarin mensen geen vijanden van elkaar zijn, was voor mij een fantastisch droombeeld. Natuurlijk is die droom ontspoord door Stalin en de Goelag. Maar toen de perestrojka aanbrak, begreep ik meteen waartoe dat zou leiden: de wilde jacht op een westerse levensstijl. Waarom zou ik willen leven in een slechtere variant van Amerika?”

Toch blijft u in uw werk maar terugkeren naar Rusland.

„Rilke heeft eens gezegd: Rusland is zo groot dat het overal grenst aan God. Door die omvang verdwijnen tijd en ruimte. De mens krijgt er direct contact met het transcendente. Vergeet niet dat het Westen is gebouwd op de Grieks-Romeinse en judeo-christelijke culturen. Als je in Frankrijk een beetje grond wegschraapt, stuit je op Romeinse ruïnes. Dat fundament missen wij. Jullie beschaving heeft een referentiekader. Als je een Fransman een filosofische vraag stelt, dan zegt hij niet wat hij zelf denkt, maar refereert hij direct aan Bergson. Jullie zijn rationeel, wij Russen zijn heidenen.”

Niemand schrijft zo lyrisch over sneeuw als een Rus.

„Als ik schrijf: ‘la première neige’, dan denkt een Fransman: jakkes, koud, onaangenaam, ik kan er niet op uit met mijn autootje. Voor een Rus is de eerste sneeuw (pervy sneg) zuivere poëzie. Zeg ‘herfst’ in Rusland en iedereen denkt aan vuiligheid, modder, moeras. Je kunt je niet verplaatsen. Maar zodra de sneeuw valt, krijg je ruim baan, je voelt de vrijheid, je kunt weer op reis! Voor de westerse mens is de natuur utilitair, iets wat je kunt dresseren tot geometrische vormen. In Rusland is natuur overal, zelfs in grote steden als Moskou, waar het naar aarde ruikt.”

Is het Rusland van de nieuwe rijken voor u ook materiaal?

„Tolstoj zei altijd dat een schrijver ongeveer veertig jaar afstand moet hebben tot zijn onderwerp. Hij begon met Oorlog en vrede in de jaren zestig van de 19de eeuw, toen de veldtocht van Napoleon al een halve eeuw achter de rug was. Maar die ‘nieuwe Russen’ zijn mijn vroegere vrienden. Ze komen in Parijs bij me op bezoek en zeggen: hoe kun je in godsnaam leven in die miezerige tweekamerwoning? Kennissen van me huurden een auto met een Poolse chauffeur. Hun dochtertje zat op de achterbank te spelen met een horloge vol briljanten, dat ze van haar ouders had gekregen. Ze vergat het in de taxi. Die Pool rende ze achterna met dat klokje. O, merci, zei de moeder onverschillig. Dat horloge kostte 70.000 euro!”

Het boek van de eeuwige korte liefdes beschrijft hoe de compromisloze dissident Dimitri Ress letterlijk dood gaat aan zijn principes.

„De hoofdpersoon is een echte dissident, zoals Sjalamov en Solzjenitsyn. Zij hebben alles geschreven wat er over de Goelag te melden valt. Maar voor de meesten was dissident-zijn een spel. En er waren in Rusland ook tweehonderd miljoen mensen die nooit in kampen hadden gezeten. Over die mensen heeft niemand goed geschreven. Toen ik klein was, luisterde ik al naar hun verhalen. Mijn vriendjes zeiden: wat zit je naar die oudjes te luisteren, kom toch voetballen! Maar ik vond het interessant als een oude veteraan over de oorlog vertelde.”

Gelooft u in de Russische ziel? Ik zie hem meer als excuus om een niet-Rus buiten te sluiten.

„Het is een typisch Russische pose. In het Russisch bestaan twee woorden voor vrijheid: svoboda, het Franse liberté, een rationeel begrip. Maar volja, dat is de bekende Russische anarchie en het gebrek aan verantwoordelijkheid: ik doe wat ik wil. Volja heeft ook een goede kant: het geeft de mens de kans zich van zijn masker te bevrijden. Omdat ik wat westers bloed heb, erger ik me altijd aan die onverantwoordelijkheid van de Russen. Daarom hoopte ik dat Poetin, die een pragmaticus is, in die enorme Russische oceaan een weg zou vinden om die woeste energie te beteugelen. Maar helaas… Het is in Rusland altijd hetzelfde liedje. Wij komen met geweld in opstand en dan volgt opnieuw de dictatuur.”

Wat voor een kind was u?

„Op mijn zesde drong tot me door dat wij maar een klein stofje zijn in het oneindige heelal. Alles in mij kwam tegen dat besef in opstand. Ik ging op zoek naar iets dat die kortstondigheid van het leven kon overstijgen en vond dat in de steeds weerkerende cyclus van de natuur. Maar bij dichters als Pasternak of Achmatova vond ik daar niks over terug. Ze schreven niet over de dood, over de geest, niet over het allerbelangrijkste. Toen ik een jaar of tien was begon ik zelf gedichten te schrijven.”

Was u eenzaam?

„Ik heb lang in een weeshuis gewoond en voelde me er op een andere planeet. De wereld, met zijn wreedheid en schoonheid, ervoer ik als iets abnormaals. Onlangs las ik dat in Frankrijk jaarlijks 75.000 vrouwen worden verkracht! Zoiets is niet te snappen. Schoonheid zal de wereld redden, heeft Dostojevski gezegd. Dat is een aforisme geworden en in werkelijkheid heeft schoonheid natuurlijk nog nooit iemand gered. Maar het is de missie van de schrijver uit te leggen dat er nog een andere dimensie bestaat, die die wrede wereld zal overwinnen. We leven in een verwilderde wereld, maar de mensen willen het niet zien. Als een schrijver daar niet op reageert, pleegt hij verraad aan zichzelf. Dan bedrijft hij slechts amusement.”

U bent erg pessimistisch, maar toch wilt u de wereld redden.

„Ons leven telt 20.000 dagen. U en ik hebben in het beste geval nog 10.000 dagen te gaan! Als je dat beseft kun je twee uitwegen kiezen: ofwel je begint als een gek te eten, drinken en te seksen, of je vraagt je af of er iets is wat dit leven overstijgt. Wat is anders de zin ervan? Nóg een ijsje eten, nóg eens naar Indonesië gaan, nóg een minnares of twee, drie, tien bezitten? Dan kun je je net zo goed meteen verhangen. Maar als je je realiseert dat je je leven anders kunt inrichten, ten overstaan van het heelal, van God, dan heb je het begrepen. Het is niet zo moeilijk je denkwereld te veranderen.”

Andreï Makine: Het boek van de eeuwige korte liefdes. Vertaald door Jan Versteeg. De Geus, 192 blz. € 19,95