Juichen om iets nieuws wat we eigenlijk al lang hebben

Het komt soms voor dat er met veel bombarie en gejuich iets nieuws wordt verwelkomd, terwijl ik dacht dat we dat al lang hadden. Het overkwam me deze week toen bekend werd gemaakt dat de Tweede Kamer in eerste lezing had ingestemd met de invoering van een correctief referendum. Vooral D66 kraaide victorie, alsof ze een lang verloren gewaand kroonjuweel hadden teruggevonden. En ik zat maar met mijn gevoel van déjà vu. Hadden we het daar niet al jaren geleden over gehad? Toen herinnerde ik het mij weer. Dat van oudsher fundamentele programmapunt van D66 was in 1999 op het laatste nippertje gesneuveld in tweede lezing van de Eerste Kamer tijdens de roemruchte Nacht van Wiegel, waardoor het tweede paarse kabinet kortstondig ten val kwam. Maar ik had dus niet helemaal ongelijk. D66 zat te juichen over de eerste stapjes van een gereanimeerd wetsvoorstel dat veertien jaar geleden al drie van de vier horden had genomen en op een haar na de finish had gehaald.

Een vergelijkbaar gevoel van bevreemding bekroop mij toen D66-senator Van Boxtel deze week pleitte voor een tussenformatie, waarbij D66 nadrukkelijk zou moeten worden betrokken. Maar we hadden toch al een regering? En die zit er nog maar net. De vorige formatie was minder dan een half jaar geleden. Van Boxtel viel met zijn voorstel Wiegel bij, die onlangs ook al voor een tussenformatie had gepleit. Dat is frappant. Want Van Boxtel was in 1999 een van al die ministers die hun ontslag aanboden na Wiegels destructieve soloactie.

Maar D66 is een beetje in de war. Ik snap dat ook wel. Ze zien zich nu gedwongen om oppositie te voeren tegen Paars, waarvan ze zelf ooit in de vorige eeuw de architecten zijn geweest. Ze zijn het op alle hoofdlijnen met het kabinet eens, maar ze mogen niet meedoen, dus moeten ze telkens weer iets verzinnen waar ze het zogenaamd mee oneens zijn. „Zolang dit kabinet er zit”, zei Pechtold laatst nog, „zijn en blijven wij oppositiepartij. Laat daar geen misverstand over bestaan.” Het leek alsof hij vooral zichzelf daaraan probeerde te herinneren.

En over een maand en een dag is het zover. Dan hebben we een nieuwe koning. Nog zo’n voorbeeld van iets nieuws dat met bombarie en gejuich wordt verwelkomd terwijl we het eigenlijk al hadden. Je zou denken dat D66, als fundamenteel democratische partij die ooit is opgericht met het doel om de bestaande instituties democratisch te hervormen, zich uiterst kritisch zou opstellen ten opzichte van het koningshuis. Maar niets is minder waar. Ze hossen vrolijk mee. Sterker nog, ze lopen vooraan. Het voorstel om het Singel in Amsterdam om te dopen tot Koning Willem-Alexanderdreef was uitgerekend afkomstig van D66 deelraadsleden.

Het wordt steeds moeilijker om te bedenken waar D66 eigenlijk toe dient.

Ilja Pfeijffer is schrijver en columnist van nrc.next. Onlangs verscheen zijn nieuwe roman La Superba. Elke vrijdag schrijft hij op deze plek over politiek en actualiteit.